Wanneer u de nieuwe connectorinstantie heeft geïmplementeerd en geconfigureerd, voegt u deze toe aan de ingebouwde identiteitsprovider en schakelt u dezelfde verificatiemethoden in die op de eerste connector zijn ingeschakeld. VMware Identity Manager verdeelt het verkeer automatisch tussen alle connectors die aan de ingebouwde identiteitsprovider gekoppeld zijn.

Procedure

  1. Klik in de beheerconsole op het tabblad Identiteits- en toegangsbeheer op Beheren.
  2. Klik op het tabblad Identiteitsproviders.
  3. Klik op de koppeling Ingebouwd.
  4. Selecteer in het veld Connector(s) de nieuwe connector in het vervolgkeuzemenu en klik op Connector toevoegen.
  5. Schakel in het gedeelte Verificatiemethoden voor connector dezelfde verificatiemethoden in die u voor de eerste connector geselecteerd heeft.

    De verificatiemethode Wachtwoord (cloudimplementatie) wordt automatisch geconfigureerd en ingeschakeld. U moet de andere verificatiemethoden inschakelen.

    Belangrijk:

    Verificatieadapters op alle connectoren in uw cluster moeten identiek zijn geconfigureerd. Op alle connectoren moeten dezelfde verificatiemethoden ingeschakeld zijn.

    Raadpleeg de Handleiding VMware Identity Manager-beheer voor informatie over het configureren van specifieke verificatieadapters.

  6. Klik op Opslaan om de configuratie van de ingebouwde identiteitsprovider op te slaan.