Wanneer u een webapplicatie toevoegt aan de catalogus, maakt u een invoer aan dat indirect naar de webapplicatie verwijst. De invoer wordt gedefinieerd door het applicatiesrecord en dit is een formulier met een URL naar de webapplicatie.

Procedure

  1. In de beheerconsole klikt u op het tabblad Catalogus.
  2. Klik op applicatie toevoegen > Webapplicatie ...uit de applicatiecatalogus in de cloud.
  3. Klik op het pictogram van de webapplicatie die u wilt toevoegen.

    Het applicatiesrecord wordt toegevoegd aan uw catalogus en de pagina Details wordt weergegeven waarbij de naam en het verificatieprofiel al zijn gespecificeerd.

  4. (Optioneel) : U kunt de informatie op de pagina Details aanpassen aan de behoeften van uw organisatie.

    Items op de pagina worden gevuld met informatie die specifiek is voor de webapplicatie.

    U kunt sommige items bewerken, dit is afhankelijk van de applicatie.

    Formulieritem

    Beschrijving

    Naam

    De naam van de applicatie.

    Beschrijving

    Een omschrijving van de applicatie die gebruikers kunnen lezen.

    Pictogram

    Klik op Bladeren om een pictogram voor de applicatie te uploaden. Pictogrammen in de bestandsindelingen PNG, JPG en ICON tot maximaal 4 MB worden ondersteund.

    Applicatiepictogrammen die u uploadt, moeten minimaal 180 x 180 pixels zijn. Als het pictogram te klein is, wordt niet dit pictogram maar het Workspace ONE-pictogram weergegeven.

    Categorieën

    Selecteer een categorie in het vervolgkeuzemenu om de applicatie te laten weergeven tijdens het doorzoeken van categorieën in de catalogusbronnen. De categorie moet u eerder hebben aangemaakt.

  5. Klik op Opslaan.
  6. Klik op Configuratie, bewerk de configuratie-informatie van het applicatiesrecord en klik op Opslaan.

    Sommige items op het formulier worden vooraf gevuld met informatie die specifiek is voor de webapplicatie. Sommige vooraf gevulde items kunnen worden bewerkt, andere niet. De vereiste informatie is afhankelijk van de applicatie.

    Voor sommige applicaties heeft het formulier een gedeelte voor applicatiesparameters. Wanneer het gedeelte aanwezig is voor een applicatie en een parameter in het gedeelte geen standaardwaarde heeft, voert u een waarde in om de applicatie te kunnen laten starten. Als er al een standaardwaarde staat, kunt u deze waarde bewerken.

  7. Selecteer de tabbladen Rechten, Licenties en Provisioning en pas de informatie op passende wijze aan.

    Tabblad

    Beschrijving

    Rechten

    Geef gebruikers en groepen recht op de applicatie. U kunt rechten configureren terwijl u de applicatie voor het eerst configureert of op elk moment in de toekomst.

    Toegangsbeleid

    Een toegangsbeleid toepassen om gebruikerstoegang voor de applicatie te beheren.

    Licenties

    Goedkeuring bijhouden configureren. Voeg licentie-informatie voor de applicatie toe om het licentiegebruik in rapporten bij te houden. Goedkeuringen moeten ingeschakeld en geconfigureerd zijn in de pagina Catalogus > Instellingen. U moet ook de callback-URI van de goedkeuringsverzoekenverwerker registreren.

    Provisioning

    Een webapplicatie inrichten om specifieke informatie van de VMware Identity Manager-service op te halen. Wanneer inrichting is geconfigureerd voor een webapplicatie wanneer u een gebruiker rechten geeft voor een applicatie, wordt de gebruiker ingericht in de webapplicatie. Op dit moment is een inrichtingsadapater beschikbaar voor Google Apps en Office 365. Ga naar VMware Identity Manager Integrations via https://www.vmware.com/support/pubs/vidm_webapp_sso.html voor configuratierichtlijnen voor deze applicaties.