Om Horizon Cloud-desktops en -applicaties te integreren met de VMware Identity Manager-service, voegt u de informatie over uw Horizon Cloud-tenant toe in de VMware Identity Manager-beheerconsole en synchroniseert u bronnen en rechten van de Horizon Cloud-tenant met de VMware Identity Manager-service.

Over deze taak

Opmerking:

Als u meerdere connectoren hebt ingesteld in een scenario voor hoge beschikbaarheid, moet u de Horizon Cloud-integratie configureren voor alle connectoren. U kunt een geautomatiseerde synchronisatieplanning instellen op een van de connectors, maar op de andere connectors moet handmatige synchronisatie worden ingesteld.

Voorwaarden

  • Verifieer of u voldoet aan de vereisten die worden beschreven in Vereisten voor integratie.

  • Controleer of de naam van de Horizon Cloud-tenant een volledig gekwalificeerde domeinnaam (FQDN) is. Bijvoorbeeld: server-ta1-1.voorbeeld.com in plaats van server-ta1-1.

  • Controleer of voor de tenantappliance een geldig SSL-certificaat van een CA is ge├»nstalleerd. Automatisch ondertekende certificaten worden niet ondersteund. Het certificaat moet overeenkomen met de FQDN van het tenant-apparaat.

Procedure

  1. Meld u aan op de beheerconsole van VMware Identity Manager.
  2. Selecteer op het tabblad Catalogus Bureaubladtoepassingen beheren > Horizon Cloud.
  3. Schakel het selectievakje Horizon Cloud-toepassingen en -desktops inschakelen in.
  4. Voer informatie in voor uw omgeving.
    Belangrijk:

    Gebruik geen niet-ASCII-tekens wanneer u uw domeingegevens opgeeft.

    Optie

    Beschrijving

    Tenanthost

    Volledig gekwalificeerde domeinnaam van uw tenanthost. Bijvoorbeeld: tenant1.example.com

    Tenantpoort

    Het poortnummer van uw tenanthost. Bijvoorbeeld: 443

    Gebruikersnaam beheerder

    Gebruikersnaam voor uw tenantbeheerdersaccount. Bijvoorbeeld: tenantadmin

    Wachtwoord beheerder

    Wachtwoord voor uw tenantbeheerdersaccount.

    Domein beheerder

    Active Directory NETBIOS-domeinnaam waarin de tenantbeheerder zich bevindt.

    Domeinen die moeten worden gesynchroniseerd

    Active Directory NETBIOS-domeinnamen voor het synchroniseren van Horizon Cloud-bronnen en -rechten.

    Opmerking:

    Dit veld is hoofdlettergevoelig. Gebruik de juiste hoofdletters of kleine letters wanneer u de namen invoert.

     

    Implementatietype

    Selecteer hoe Horizon Cloud-bronnen beschikbaar worden gemaakt voor gebruikers.

    • Door gebruiker geactiveerd: Horizon Cloud-bronnen worden toegevoegd aan de pagina Catalogus in Workspace ONE. Om een bron te gebruiken, moeten gebruikers de bron van de Cataloguspagina verplaatsen naar de Startpagina.

    • Automatisch: Horizon Cloud-bronnen worden rechtstreeks aan de Startpagina in Workspace ONE toegevoegd voor onmiddellijk gebruik door de gebruikers.

    Het implementatietype dat u hier selecteert, is een globale instelling die van toepassing is op alle gebruikersrechten voor alle bronnen in uw Horizon Cloud-integratie. U kunt het implementatietype aanpassen voor individuele gebruikers of groepen per bron vanuit de Rechtenpagina van de bron.

    Het globale implementatietype instellen op Door gebruiker geactiveerd wordt aanbevolen. U kunt vervolgens de instelling aanpassen voor specifieke gebruikers of groepen per bron.

    Voor meer informatie over het instellen van het implementatietype: Het implementatietype voor Horizon Cloud-rechten instellen.

    Synchronisatiefrequentie Horizon Air selecteren

    De frequentie waarmee Horizon Cloud-bronnen en -rechten worden gesynchroniseerd. U kunt een planning voor regelmatig synchroniseren instellen, of u kunt handmatig synchroniseren. Als u Handmatig kiest, moet u terugkeren naar deze pagina en op Nu synchroniseren klikken nadat Horizon Cloud-bronnen of -rechten zijn gewijzigd.

    Standaardclient voor starten selecteren

    Selecteer de standaardclient waarmee u de Horizon Cloud-applicaties of -desktops wilt starten.

    Optie

    Beschrijving

    Geen

    Er wordt geen standaardvoorkeur ingesteld op beheerdersniveau. Als deze optie is ingesteld op Geen en er ook geen gebruikersvoorkeur is ingesteld, wordt de Horizon Cloud-instelling Default Protocol (Standaardprotocol) gebruikt om te bepalen hoe de desktop of applicatie moet worden gestart.

    Browser

    Horizon Cloud-desktops en -applicaties wordt standaard gestart in een webbrowser. Als er eindgebruikersvoorkeuren zijn ingesteld, overschrijven die voorkeuren deze instelling.

    Client

    Horizon Cloud-desktops en -applicaties wordt standaard gestart in de Horizon Client. Als er eindgebruikersvoorkeuren zijn ingesteld, overschrijven die voorkeuren deze instelling.

    Deze instelling is van toepassing op alle gebruikers en alle bronnen in uw Horizon Cloud-integratie.

    De volgende volgorde van prioriteit (gerangschikt van hoog naar laag) bepaalt de gebruikte instelling voor de standaardclient:

    1. De voorkeursinstelling van de eindgebruiker, ingesteld in de Workspace ONE-portal. Deze optie is niet beschikbaar voor de Workspace ONE-app.

    2. Beheerdersinstelling Standaardclient voor starten selecteren, ingesteld op de pagina Horizon Cloud-pools in de VMware Identity Manager-beheerconsole.

    3. Horizon Cloud-instellingen voor Default Protocol (Standaardprotocol).

    Bijvoorbeeld:

    Horizon Air inschakelen


  5. Klik op Opslaan.
  6. Klik op Nu synchroniseren om bronnen en rechten van de Horizon Cloud-tenant te synchroniseren met de VMware Identity Manager-service.

Volgende stappen

SAML-verificatie configureren.