Voor Horizon View en gepubliceerde Citrix-bronnen moet u de failovervolgorde van bronnen configureren in zowel de primaire als de secundaire datacenters om de juiste bronnen van elk datacenter beschikbaar te maken.
Over deze taak
U gebruikt de opdracht hznAdminTool om een databasetabel met de failovervolgorde voor bronnen in uw organisatie per service-instantie te maken. De geconfigureerde failovervolgorde wordt gevolgd wanneer een bron wordt gestart. U voert de opdracht hznAdminTool failoverConfiguration uit in beide datacenters om de failovervolgorde in te stellen.
Deze procedure geldt niet voor omgevingen met Horizon View Cloud Pod Architecture (CPA).
Voorwaarden
Wanneer VMware Identity Manager is geïmplementeerd in meerdere datacenters, worden dezelfde bronnen ook ingesteld in elk datacenter. Elke applicatie- of desktoppool in de Horizon-pods of Citrix XenFarms wordt beschouwd als verschillende bron in de VMware Identity Manager-catalogus. Om het verdubbelen van de bron in de catalogus te voorkomen, moet u ervoor zorgen dat u Dubbele toepassingen niet synchroniseren op de configuratiepagina's voor Horizon en Citrix in de beheerconsole hebt ingeschakeld.
Procedure
Resultaten
De databasetabel voor failover van bronnen is ingesteld voor elk datacenter.
Volgende stappen
Als u de bestaande failoverconfiguratie van elk van de Horizon View- en gepubliceerde Citrix-bronnen wilt weergeven, voert u de volgende opdracht uit:
hznAdminTool failoverConfigurationList -configType <configtype>
De waarde van <configtype> is VIEW of XENAPP. Het volgende voorbeeld is een uitvoer van hznAdminTool failoverConfigurationList met <configtype> VIEW.
{"idOrganization":1,"serviceInstanceId":52,"configType":"VIEW","configuration":"pod1vcs1.domain.com,pod2vcs1.domain.com"}{"idOrganization":1,"serviceInstanceId":103,"configType":"VIEW","configuration":"pod2vcs1.domain.com,pod1vcs1.domain.com"}{"idOrganization":1,"serviceInstanceId":154,"configType":"VIEW","configuration":"pod2vcs1.domain.com,pod1vcs1.domain.com"}