Nadat u een directory heeft gemaakt, kunt u de gebruikers en groepen die voor synchronisatie zijn geselecteerd, weergeven en aanpassen op de tabbladen Gebruikers en groepen op de pagina Synchronisatie-instellingen van de directory.

Houd rekening met de volgende overwegingen bij het toevoegen van groepen.

  • Het is aan te raden om te beginnen met het toevoegen en synchroniseren van een klein aantal groepen. Na de eerste installatie kunt u meer groepen toevoegen.
  • Wanneer groepen worden toegevoegd en gesynchroniseerd, worden groepsnamen gesynchroniseerd naar de directory. Gebruikers die lid van de groep zijn, worden pas naar de directory gesynchroniseerd wanneer de groep rechten voor een applicatie heeft of de naam van de groep aan een toegangsbeleidsregel is toegevoegd.
    Opmerking: U kunt deze beperking overschrijven door de optie Groepsleden synchroniseren met de directory bij het toevoegen van groep in te schakelen op de pagina Identiteits- en toegangsbeheer > Installatie > Voorkeuren.
  • Wanneer u een groep synchroniseert, worden gebruikers die geen Domeingebruikers als hun primaire groep in Active Directory hebben, niet gesynchroniseerd.

Houd rekening met de volgende overwegingen bij het toevoegen van gebruikers:

  • Omdat leden in groepen pas naar de directory worden gesynchroniseerd nadat de groep rechten heeft gekregen voor applicaties of is toegevoegd aan een toegangsbeleidsregel, voegt u alle gebruikers die zich moeten verifiëren toe voordat groepsrechten worden geconfigureerd.
  • De BIND-gebruiker die u heeft opgegeven in het gedeelte Bind-gegevens, wordt standaard niet gesynchroniseerd met de Workspace ONE Access-service. Als u de Bind-gebruiker wilt synchroniseren, voert u de Bind-gebruikers-DN in op het tabblad gebruikers. Nadat de directory is gesynchroniseerd, stelt u de rol voor de Bind-gebruiker in, indien nodig.

Procedure

  1. Ga naar de pagina Identiteits- en toegangsbeheer > Beheren > Directory's.
  2. Klik op de directory die u wilt bijwerken.
  3. Klik op Synchronisatie-instellingen en selecteer vervolgens het tabblad Groepen.
    Op de pagina worden de groeps-DN's weergegeven die u eerder heeft toegevoegd, en het aantal groepen in elke groeps-DN die zijn geselecteerd voor synchronisatie.
  4. Klik op Selecteren om de lijst met groepen onder een groeps-DN weer te geven en selecteer of hef de selectie van de groepen naar wens op.
  5. Volg deze stappen om meer groeps-DN's toe te voegen.
    1. Klik in de rij De groeps-DN's opgeven op + en voer de groeps-DN in. Bijvoorbeeld CN=gebruikers,DC=voorbeeld,DC=bedrijf,DC=com.
      Tip: Het is niet raadzaam een DN op hoog niveau in te voeren, zoals de Base DN waarin moet worden gezocht, omdat de zoekactie veel tijd in beslag neemt. Probeer een specifiekere DN in te voeren om onder te zoeken.
      Belangrijk: Geef groeps-DN's op die zich onder de Base DN bevinden die u heeft ingevoerd in het tekstvak Base DN op de pagina Directory toevoegen. Als een groeps-DN buiten de basis-DN ligt, worden gebruikers van die DN gesynchroniseerd, maar kunnen zij zich niet aanmelden.
    2. Als u alle groepen onder de groeps-DN wilt selecteren, klikt u op Alle selecteren.
      Als er groepen worden toegevoegd aan of verwijderd uit de groeps-DN in Active Directory nadat de directory is gemaakt, worden de wijzigingen weergegeven in de volgende synchronisaties.
    3. Als u specifieke groepen onder de groeps-DN wilt selecteren in plaats van ze allemaal te selecteren, klikt u op Selecteren, selecteert u de gewenste opties en klikt u op Opslaan.
      Wanneer u op Selecteren klikt, worden alle groepen die in de DN zijn gevonden, weergegeven. U kunt de resultaten beperken of specifieke groepen opzoeken door een zoekterm in te voeren in het zoekvak.
    4. Schakel zo nodig de optie Geneste groepsleden synchroniseren in of uit.
      De optie Geneste groepsleden synchroniseren is standaard ingeschakeld. Wanneer deze optie is ingeschakeld, worden alle gebruikers die direct tot de geselecteerde groep horen, en alle gebruikers die tot de geneste groepen eronder behoren, gesynchroniseerd zodra de groep de nodige rechten heeft. Let op dat de geneste groepen niet worden gesynchroniseerd; alleen de gebruikers die tot de geneste groepen behoren, worden gesynchroniseerd. In de Workspace ONE Access-directory zijn deze gebruikers leden van de bovenliggende groep die u heeft geselecteerd om te synchroniseren.

      Als de optie Geneste groepsleden synchroniseren is uitgeschakeld, wanneer u een groep opgeeft om te synchroniseren, worden alle gebruikers gesynchroniseerd die tot die groep behoren. Gebruikers die tot geneste groepen eronder behoren, worden niet gesynchroniseerd. Het uitschakelen van deze functie is handig voor grote Active Directory-configuraties waarbij het doorkruisen van een groepsstructuur veel tijd en middelen kost. Als u deze optie uitschakelt, zorgt u ervoor dat u alle groepen selecteert waarvan u de gebruikers wilt synchroniseren.

  6. Klik op Opslaan.
  7. Klik op het tabblad Gebruikers en selecteer de gebruikers die u wilt synchroniseren.
    1. Klik op + en voer de gebruikers-DN's in op de rij Geef de gebruiker-DN's op. Bijvoorbeeld:

      CN=gebruikersnaam,CN=Gebruikers,OU=Eenheid,DC=example,DC=com

      U kunt ook LDAP-zoekfilters opgeven met de gebruikers-DN's om uw zoekopdracht te verfijnen. Filters die worden gebruikt met gebruikers-DN's, zijn insluitingsfilters en kunnen u helpen bij het uitvoeren van een effectievere zoekopdracht.

      Als u een filter wilt opgeven, voegt u een puntkomma toe aan de gebruikers-DN die u wilt filteren en voert u vervolgens het filter in. Gebruik de standaardsyntaxis voor LDAP-zoekfilters. Bijvoorbeeld:

      CN=Gebruikers,DC=sales,DC=example,DC=com;(&(objectClass=User)(objectCategory=Person)(memberOf=CN=Domeingebruikers,CN=Gebruikers,DC=sales,DC=example,DC=com)(UserAccountControl=512))

      Om te controleren of de gebruikers-DN geldig is en om het aantal gebruikers te zien dat wordt gesynchroniseerd, klikt u op de knop Testen voor die rij.

      Belangrijk: Geef gebruikers-DN's op die zich onder de Base DN bevinden die u heeft ingevoerd in het tekstvak Base DN op de pagina Directory toevoegen. Als een gebruikers-DN buiten de basis-DN ligt, worden gebruikers van die DN gesynchroniseerd, maar kunnen zij zich niet aanmelden.
    2. (Optioneel) Als u gebruikers wilt uitsluiten, maakt u filters om gebruikers uit te sluiten op basis van een gekozen kenmerk. U kunt meerdere uitsluitingsfilters maken.
      U selecteert het gebruikerskenmerk waarop moet worden gefilterd en het queryfilter dat moet worden toegepast op de waarde die u definieert.
      Optie Beschrijving
      Bevat Alle gebruikers die overeenkomen met de combinatie van kenmerk en waarde, worden uitgesloten. Bijvoorbeeld: naam bevat Jane sluit alle gebruikers met de naam Jane uit.
      Bevat niet Alle gebruikers behalve diegenen die overeenkomen met de combinatie van kenmerk en waarde, worden uitgesloten. Bijvoorbeeld: telefoonnummer bevat niet 800 alleen gebruikers uit met een telefoonnummer dat 800 bevat.
      Begint met Alle gebruikers uitsluiten waarbij de kenmerkwaarde begint met de opgegeven tekens. Bijvoorbeeld: medewerker-id begint met ACME0 sluit alle gebruikers uit die een medewerker-id hebben waarin ACME0 aan het begin van het id-nummer staat.
      Eindigt met Alle gebruikers uitsluiten waarbij de kenmerkwaarde eindigt met de opgegeven tekens. Bijvoorbeeld: e-mail eindigt met voorbeeld1.nl sluit alle gebruikers uit die een e-mailadres hebben dat eindigt op voorbeeld1.nl.
    De waarde is hoofdlettergevoelig. Gebruik de volgende symbolen niet in de waarde-string.
    • Asterisk *
    • Caret ^
    • Ronde haakjes ( )
    • Vraagteken ?
    • Uitroepteken !
    • Dollarteken $