De zelfstandige catalogus heeft minder functies dan andere catalogi. Om te bepalen of het uw organisatie kan baten, moet u vaststellen hoe uw eindgebruikers ermee omgaan en of de onbeheerde inzet van applicaties voldoende is. Denk ook na welke SDK-functies uw implementatie nodig heeft.

Eindgebruiker

  • Eindgebruikers schrijven zich met Workspace ONE UEM in via internet en niet met een Workspace ONE Intelligent Hub.
  • Eindgebruikers moeten zich opnieuw inschrijven in de zelfstandige catalogus, wanneer u een nieuwe versie vrijgeeft. Zelfs als ze zich niet opnieuw inschrijven hebben ze nog wel steeds toegang tot applicaties. Ze kunnen echter geen geüpdatete versie van de catalogus ontvangen, tenzij ze zich opnieuw inschrijven.

Implementatie

  • Toestellen in uw implementatie met de zelfstandige catalogus zijn onbeheerd. Een onbeheerd toestel heeft niet de beveiligingsfuncties die Workspace ONE UEM MDM biedt.
  • Applicaties die via de zelfstandige catalogus worden gedistribueerd blijven op toestel aanwezig nadat een eindgebruiker zich uit de zelfstandige catalogus uitschrijft.
  • U kunt niet bijhouden hoeveel downloads er van een applicatie zijn, maar u kunt in het toesteloverzicht in de Workspace ONE UEM console een lijst met toegewezen applicaties voor een toestel zien.

Beschikbare SDK-functies

Ondersteunde applicaties kunnen beperkte Workspace ONE SDK-functies gebruiken, wanneer ze via de zelfstandige catalogus geopend worden.

  • Ophalen van SDK-profiel
  • Verificatie met gebruikersnaam en wachtwoord
  • Detectie van verdachte/jailbroken toestellen
  • Ondersteuning van Beacon-technologie