Drempelwaarden zijn van toepassing op bundel-ID's en gelden voor organisatiegroepen van het type klant. Deze waarden worden overgenomen door onderliggende organisatiegroepen. Wanneer u drempelwaarden instelt en opvolgt, houd dan rekening met de volgende kenmerken, zodat beheerders zijn geïnformeerd voordat ze applicaties verwijderen en de benodigde machtigingen hebben om commando’s uit te voeren.

Configuraties en acties zijn van toepassing op bundel-ID‘s

Het systeem past drempelwaarden toe per bundel-ID. Een applicatie kan verschillende namen en toch dezelfde bundel-ID hebben.

In dat geval selecteert het beveiligingssysteem een van de namen om weer te geven in het logboek. Het systeem past wel beheerderscommando‘s toe op de bundel-ID.

Het systeem volgt de hiërarchieën van organisatiegroepen

Het systeem stelt standaarddrempelwaarden in voor een organisatiegroep van het type Klant. Deze waarden worden overgenomen door onderliggende organisatiegroepen.

Opmerking: Beheerders kunnen drempelwaarden in onderliggende organisatiegroepen niet overschrijven.

De beschikbare rollen en acties orden bepaald door de plaats van beheerders in de hiërarchie van de organisatiegroep. Beheerders in onderliggende organisatiegroepen kunnen commando‘s voor verwijdering uitvoeren in hun toegewezen organisatiegroepen. Beheerders in bovenliggende organisatiegroepen kunnen waarden bewerken en commando‘s voor verwijdering uitvoeren in hun bovenliggende groep en in onderliggende organisatiegroepen.