U kunt een enkele of meerdere toewijzingen toevoegen om de implementatie van applicaties te configureren. U kunt ook groepen uitsluiten voor het ontvangen van de toewijzing.

Als u meerdere toewijzingen toevoegt, dient u de belangrijkste toewijzingen hoger in de lijst te plaatsen en de minder belangrijkere lager.
Opmerking: Als u API's gebruikt om applicaties toe te wijzen, gebruik dan niet de uitsluitingen in de console. API's voor uitsluitingen zijn op dit moment nog in ontwikkeling. Als u uitsluitingen wilt gebruiken, applicaties wilt toewijzen via de console, gebruik dan geen API's voor de toewijzing.

Procedure

  1. Navigeer naar Applicaties en boeken > Applicaties > Systeemeigen > Intern of Publiek.
  2. Upload een applicatie en klik op Opslaan en toewijzen of selecteer de applicatie en klik op Toewijzen in het actiemenu.
  3. Klik op het tabblad Toewijzingen, selecteer Toewijzing toevoegen en vul de volgende opties in.
    Instelling Beschrijving
    Toewijzingsgroepen selecteren Typ de naam van een smart group om de groep met toestellen te vinden die de toewijzing moeten ontvangen.
    Methode van applicatieaanlevering
    • On Demand – Implementeert inhoud in een catalogus of andere implementatieagent en geeft de gebruiker de mogelijkheid te bepalen of en wanneer de inhoud geïnstalleerd moet worden.

      Deze optie is de beste keuze voor inhoud die minder belangrijk is voor de organisatie. Door gebruikers in staat te stellen om deze inhoud te downloaden wanneer zij dat willen, helpt u om de bandbreedte te behouden en om onnodig verkeer te beperken.

    • Automatisch – Implementeert inhoud in een catalogus of andere implementatiehub op een toestel bij de inschrijving. Wanneer het toestel is ingeschreven, worden gebruikers onmiddellijk gevraagd om de inhoud op het toestel te installeren.

      Deze optie is de beste keuze voor inhoud die belangrijk is voor uw organisatie en uw mobiele gebruikers.

    Weergeven in applicatiecatalogus — Windows Desktop Selecteer Weergeven of Verbergen om een interne of publieke applicatie in de catalogus weer te geven.
    Opmerking: De opties Weergeven en Verbergen gelden alleen voor de Workspace ONE Catalog en niet voor de oude VMware AirWatch Catalog.

    Gebruik deze functie om applicaties in de applicatiecatalogus te verbergen als u wilt dat gebruikers er niet bij kunnen.

    Desired State Management — macOS Momenteel hebben beheerders de optie om de instellingen voor Desired State Management in of uit te schakelen op basis van de bedrijfsbehoeften wanneer ze macOS-software installeren.

    Desired State Management is standaard ingeschakeld om applicatiebeheer te implementeren tijdens het installeren van macOS-software.

    Als het is ingeschakeld, en de eindgebruiker de applicatie verwijdert, wordt deze automatisch opnieuw geïnstalleerd tijdens de volgende Workspace ONE Intelligent Hub-synchronisatie.

    Als het is uitgeschakeld, en de eindgebruiker de applicatie verwijdert, wordt deze niet automatisch opnieuw geïnstalleerd, tenzij dit wordt gepusht vanaf de Workspace ONE UEM console of de Catalog. Bovendien hebt u als beheerder de flexibiliteit om applicaties te implementeren als eenmalige configuratie en het makkelijk te maken voor eindgebruikers om zo nodig de applicatie lokaal te verwijderen.

    Implementatie begint op — Interne applicaties Kies een dag van de maand en een uurtijd om implementatie te beginnen.

    De instelling voor prioriteit bepaalt welke implementatie als eerste verstuurd moet worden. Workspace ONE UEM verstuurt vervolgens de implementaties op basis van de geconfigureerde Ingangsdatum.

    Houd de verkeerspatronen van uw netwerk in gedachten en stel een begindatum in met voldoende bandbreedte om applicaties succesvol naar toestellen te versturen.

    Beleid - Preventie van gegevensverlies (DLP)
    • Android
    • iOS
    • Windows Desktop
    • Windows Phone
    Configureer een toestelprofiel met een Beperkingsprofiel om beleid voor preventie van gegevensverlies voor de applicatie in te stellen.

    Klik op Configureren. Het systeem gaat naar Toestellen > Profielen. Selecteer Toevoegen > Profiel toevoegen en het platform.

    • Voor Android en iOS-toestellen selecteert u Beperkingen en kiest u de gewenste opties in de sectie Preventie van gegevensverlies.
    • Voor Windows Desktop selecteert u Toestelprofiel > Beperkingen en vervolgens selecteert u de opties om toe te passen op de gegevens die u wilt beschermen.
    • Voor Windows Phone klikt u op Beperkingen en vervolgens selecteert u de opties om toe te passen op de gegevens die u wilt beschermen.
    Beleid — Beheerde toegang
    • Android
    • iOS
    Schakel adaptief beheer in om Workspace ONE UEM het toestel te laten beheren zodat het toestel toegang krijgt tot de applicatie.

    Deze functie wordt beheerd met Workspace ONE en wordt niet ondersteund door de AirWatch-catalogus.

    Beleid — Verwijderen tijdens uitschrijving
    • Android
    • iOS
    Stel in dat de applicatie van een toestel wordt verwijderd wanneer het toestel uit Workspace ONE UEM wordt uitgeschreven.

    Als u deze optie kiest, worden de toestellen onder supervisie beperkt met betrekking tot het op de achtergrond installeren van applicaties omdat het toestel vergrendeld is en de inrichtingprofielinstallatie zich in de wachtrij voor opdrachten bevindt, waarvoor het is vereist dat een toestel wordt ontgrendeld om de installatie te voltooien.

    Als u deze optie heeft uitgeschakeld, worden inrichtingsprofielen niet samen met de geïnstalleerde applicatie naar het toestel gepusht. Als het provisioningprofiel wordt bijgewerkt, wordt het nieuwe inrichtingsprofiel dus niet automatisch naar de toestellen gepusht. In deze gevallen is een nieuwe versie van de applicatie met een nieuw inrichtingsprofiel vereist.

    Beleid — Back-up van de applicatie voorkomen — iOS Voorkom dat applicatiegegevens naar iCloud worden geback-upt.
    Beleid - App onder MDM-beheer stellen als het door gebruiker geïnstalleerd is
    • iOS
    • Windows Desktop
    Neem beheer over van applicaties die voorheen door gebruikers zijn geïnstalleerd op hun iOS-toestellen (onder supervisie en zonder supervisie) en op hun Windows-desktop. MDM-beheer vindt automatisch plaats, ongeacht de methode van applicatieaanlevering, en vereist privacyinstellingen om het verzamelen van persoonlijke applicaties mogelijk te maken. Voor iOS-toestellen zonder supervisie worden de applicaties alleen na goedkeuring van de gebruiker onder MDM-beheer gesteld.

    Schakel deze functie in zodat gebruikers de op hun toestel geïnstalleerde versie van de applicatie niet hoeven te verwijderen. Met deze instelling kan Workspace ONE UEM de applicatie beheren zonder de versie ervan uit de applicatiecatalogus op het toestel te installeren.

    Beleid — Applicatietunnel
    • Android
    • iOS
    Configureer een VPN voor individuele applicaties en selecteer Profiel voor applicatie-VPN. Dit geeft eindgebruikers toegang tot een applicatie door middel van een VPN. Dit garandeert dat de toegang en het gebruik ervan betrouwbaar en veilig zijn.
    Beleid — Configuratie voor de applicatie
    • Android
    • iOS
    Hiermee worden applicatie-instellingen naar toestellen verstuurd.

    XML uploaden (Apple iOS) – Selecteer deze optie om een XML-bestand voor uw iOS-applicaties te uploaden waarmee de de sleutel en waarden automatisch worden ingevuld. U kunt de configuraties die door een applicatie worden ondersteund in XML-indeling ophalen bij de ontwikkelaar

    Applicatiekenmerken Configureer sleutel-waardeparen van kenmerken voor uw applicatie voor gebruik op toestellen met iOS 13 en hoger. Deze kenmerken kunnen worden gebruikt om waarden op te geven die door de applicatie moeten worden gebruikt voor zaken als gekoppelde domeinen voor SSO-extensies en universele links. Als u de gekoppelde domeinen voor een applicatie wilt opgeven, geeft u het volgende sleutel-waardepaar op:
    • Kenmerksleutel: AssociatedDomains
    • Kenmerktype: Array
    • Kenmerkwaarde: Een array met tekenreeksen voor de URL's van de domeinen die u met deze applicatie wilt koppelen.
  4. Klik op Toevoegen.
  5. Gebruik de opties Omhoog verplaatsen en Omlaag verplaatsen om toewijzingen te rangschikken. Plaats de belangrijkste toewijzingen boven aan de lijst.
    Deze configuratie wordt weergegeven als een Prioriteit. De instelling voor Prioriteit heeft voorrang wanneer er meerdere implementaties toegewezen zijn aan één toestel.
  6. Selecteer het tabblad Uitsluitingen en voer smart groups, organisatiegroepen en gebruikersgroepen in die u wilt uitsluiten van het ontvangen van deze applicatie.
    • Het systeem past uitsluitingen van applicatietoewijzingen toe op het applicatieniveau.
    • Houd rekening met de hiërarchie van de organisatiegroep (OG) wanneer u uitsluitingen toevoegt. Uitsluitingen in een bovenliggende organisatiegroep zijn niet van toepassing op de toestellen in de onderliggende organisatiegroep. Uitsluitingen in een onderliggende organisatiegroep zijn niet van toepassing op de toestellen in de bovenliggende organisatiegroep. Voeg uitsluitingen toe aan de gewenste organisatiegroep.
  7. Klik op Opslaan en publiceren.