U kunt de afzonderlijk versies van applicaties volgen via de tabbladen Overzicht en Toestellen in het Detailoverzicht om de implementatie van applicaties te controleren en beheersfuncties uit te voeren. U kunt voor alle interne applicaties de voortgang van de implementatie van een bepaalde applicatieversie bekijken en acties uitvoeren op de subset van toestellen. Om de nauwkeurigheid te verbeteren worden in Workspace ONE UEM verschillende dimensies van de informatie weergegeven. U kunt ook bulkacties uitvoeren. Overzichtscijfers voor publieke applicaties uit de store die worden geïmplementeerd op de toestellen van uw eindgebruikers, en de lijst met toestellen die is gekoppeld aan een bepaalde VPP-applicatie, kunnen worden gebruikt voor rapportage en het uitvoeren van bulkacties.

Voer de volgende stappen uit om de implementatie van afzonderlijke applicatieversies bij te houden:

Procedure

  1. Navigeer naar Applicaties en boeken > Applicaties.
  2. Selecteer het Applicatietype.
  3. Zoek en selecteer de gewenste applicatie.
  4. Selecteer het tabblad Samenvatting en bekijk de applicatiegegevens.
    Datapunt Label
    Filteren op smart group U kunt het filter gebruiken om een samenvatting weer te geven van de toestellen die tot een bepaalde smart group behoren.

    Voorbeeld: als een applicatie wordt geïmplementeerd op de toestellen van al uw eindgebruikers en u wilt weten hoe de implementatie voor uw APAC-regio verloopt, kunt u in de vervolgkeuzelijst Filteren op smart group APAC Smart group selecteren.
    Toewijzings- en installatiegegevens De weergave geeft een duidelijk beeld van alle toestellen die de toewijzing voor de desbetreffende versie hebben. Geïnstalleerd - Het aantal toestellen waarop de applicatie is geïnstalleerd.

    Niet geïnstalleerd - Het aantal toestellen waarop de applicatie niet is geïnstalleerd.

    Implementatie Gebruik de tabel om te zien of Workspace ONE UEM de applicatie heeft vrijgegeven voor installatie, welke pushmodus voor aanlevering is gebruikt en aan welke smart groups de applicatie is toegewezen.

    Toegewezen aan - De smart groups die aan de flexibele implementatie van de applicatie zijn toegewezen.

    Status - Toont of Workspace ONE UEM het installatiecommando al gestuurd heeft naar toestellen.

    Implementatie - Toont de pushmodus voor de applicatie: Automatisch of On Demand.

    Wordt zonder toewijzingen geïnstalleerd Alle toestellen worden weergegeven waarop een bepaalde versie van een applicatie is geïnstalleerd zonder geldige toewijzing van de Workspace ONE UEM console. Hierdoor wordt het gemakkelijker de juiste acties te nemen. Kan de toestellen weergeven die eerder zijn toegewezen aan deze versie van de applicatie of die de applicatie als sideload hebben geladen.
    Details laatste actie Geeft de laatste acties weer die door de Workspace ONE UEM console voor de betreffende versie zijn uitgevoerd.
  5. Selecteer het tabblad Toestellen van de specifieke applicatieversie voor rapportage en bulkacties.
    Datapunt Label
    Laatst bekeken app-steekproef Geeft aan wanneer het toestel de applicatie-informatie voor het laatst heeft gemeld.
    App-status Geeft aan of de specifieke versie van de applicatie is geïnstalleerd op toestellen van eindgebruikers.
    Laatst uitgevoerde actie In scenario's waarin acties niet succesvol zijn, is het belangrijk dat u weet wat de laatste acties van de Workspace ONE UEM console zijn voor de specifieke versie van een applicatie. Op die manier kunt u beter achterhalen welke fout op de toestellen is opgetreden. U kunt de muisaanwijzer op de actie plaatsen om het tijdstip te zien waarop de actie is uitgevoerd.
    Opmerking:
    Alle acties die door de Workspace ONE UEM console worden uitgevoerd op een specifieke applicatieversie voor een toestel, vindt u onder deze kolom.
    Laatste installatie-gebeurtenis Geeft informatie weer over de meest recente installatiegebeurtenis die is gemeld door de toestellen.
    Toewijzingsstatus Geeft aan of een bepaald toestel al dan niet een geldige toewijzing heeft van de Workspace ONE UEM console en of het expliciet is uitgesloten van de toewijzing.
  6. Daarnaast kunt u op het tabblad Toestellen de volgende beheersfuncties gebruiken.
    Opmerking: U kunt de toestellen op bepaalde criteria filteren en acties uitvoeren op alle gefilterde toestellen.
    Instelling Beschrijving
    Bericht sturen Verzend een melding naar het geselecteerde toestel over de applicatie.
    Installeren Installeer de applicatie op het geselecteerde toestel.
    Verwijderen Verwijder de applicatie, indien beheerd, van het geselecteerde toestel.
    Query Stuur een query naar het toestel met een aanvraag voor gegevens over de status van de applicatie.
    Verzenden Verzend een melding naar het geselecteerde toestel over de applicatie.
    Installeren Installeer de applicatie op het geselecteerde toestel.
    Verwijderen Verwijder de applicatie, indien beheerd, van het geselecteerde toestel.