U kunt versies van interne applicaties beheren met Versie toevoegen en Vorige versies buiten gebruik stellen. Workspace ONE UEM kan een interne applicatie op toestellen vervangen, maar implementeert geen meerdere versies op toestellen. U kunt in de console meerdere actieve versies onder beheer hebben. Het vervangen van een buiten gebruik gestelde versie is afhankelijk van de waarde van de Feitelijke bestandsversie. Als u meerdere versies van een applicatie in de Workspace ONE UEM console wilt, vink dan niet het keuzevakje Vorige versies buiten gebruik stellen aan op het tabblad Details. Het keuzevakje is beschikbaar, wanneer u een versie van een applicatie toevoegt. Als u Vorige versies buiten gebruik stellen niet selecteert en u een versie van een applicatie toevoegt, wijst Workspace ONE UEM de hogere Feitelijke bestandsversie aan toestellen toe. U kunt versies van applicaties Deactiveren in plaats van ze buiten gebruik te stellen om ze uit toesteltoewijzingen te verwijderen.

Voer de volgende stappen uit om meerdere versies van interne applicaties in de Workspace ONE UEM-console te beheren:

Procedure

  1. Navigeer naar Applicaties en boeken > Applicaties > Systeemeigen en klik op het tabblad Intern.
  2. Selecteer de applicatie en vervolgens Versie toevoegen in het actiemenu.
  3. Upload het geüpdatete bestand.
  4. Vink het keuzevakje Vorige versies buiten gebruik stellen aan op het tabblad Details.
    Instelling Beschrijving
    Vorige versies buiten gebruik stellen inschakelen Workspace ONE UEM trekt de toewijzing van de lagere Feitelijke bestandsversie in en wijst de hogere Feitelijke bestandsversie toe aan toestellen. De lagere versie is niet beschikbaar voor implementatie in de Workspace ONE UEM console.

    Apple iOS gedraagt zich iets anders. Deze toestellen kunnen lagere Feitelijke bestandsversies ontvangen die zijn toegewezen door het buiten gebruik stellen van eerdere versies in de Workspace ONE UEM console.

    Vorige versies buiten gebruik stellen uitschakelen Workspace ONE UEM trekt de toewijzing van de lagere Feitelijke bestandsversie in en wijst de hogere Feitelijke bestandsversie toe aan toestellen. Als deze nog steeds Actief is, is de lagere versie beschikbaar voor implementatie in de Workspace ONE UEM console.
  5. Selecteer Opslaan en toewijzen om de functie voor flexibele implementatie te gebruiken.