U kunt het netwerkgedrag, de soorten communicatie, de communicatiekanalen tussen onderdelen en het beheer van licenties reviewen, waardoor het gemakkelijker is om uw peer-to-peerdistributiesysteem op te zetten.

Belangrijk: Verspreid geen vertrouwelijke pakketten met de peer-to-peerdistributie.. Bekijk het gedeelde over encryptie in dit onderwerp voor meer informatie.
  • Gemeenschappelijk netwerk — De peer-to-peerserver, de VMware Enterprise Systems Connector en de peer-to-peerclients moeten via hetzelfde netwerk communiceren. Als deze componenten zich in verschillende subnetten van uw netwerk bevinden, maar de subnetten wel onderling kunnen communiceren, is het overdragen van applicaties mogelijk. Clients die zich in een ander netwerk bevinden, kunnen geen applicaties via de peer-to-peerdistributie ontvangen.
  • Encryptie — De communicatie tussen de peer-to-peerserver en Workspace ONE UEM is versleuteld. De communicatie tussen peer-to-peerclients onderling is dat niet. Deze communicatie verloopt middels UDP, maar het pakket dat onderling wordt uitgewisseld, is niet geëncrypteerd. Het systeem controleert de integriteit van de pakketten, maar u wordt aangeraden geen vertrouwelijke pakketten via de peer-to-peerdistributie te verspreiden.
  • UDP — De peer-to-peerserver en -client communiceren met Workspace ONE UEM via UDP.
  • Centraal kantoor — De peer-to-peerserver moet zich in een van de subnetten van het centrale kantoor op het hoogste niveau bevinden.
  • Te veel licenties — Het peer-to-peersysteem geeft geen waarschuwing wanneer u meer licenties toewijst dan u hebt aangeschaft. Als u meer licenties toewijst, brengt het systeem die in rekening.

    Voor de overzichtelijkheid is de verhouding clientinstallaties op gebruikte licenties één op één.

  • Open poorten — Er moeten bepaalde poorten worden geopend zodat de peer-to-peerclients metagegevens kunnen verzenden en ontvangen. Ga na of uw IT-afdeling de benodigde poorten heeft gesloten of broadcasting op deze poorten heeft geblokkeerd. Als de poorten gesloten zijn of broadcasting is geblokkeerd, kunt u uw Workspace ONE UEM-contactpersoon om alternatieve poorten vragen. Zie Gebruikte poorten voor peer-to-peerdistributie voor meer informatie.
  • Versies van de console, client en server — U moet de ondersteunde versies van de peer-to-peerclient en de peer-to-peerserver implementeren. Werk de peer-to-peerserver bij als er een update voor de peer-to-peerclient beschikbaar is in de Workspace ONE UEM console. Als u niet-ondersteunde versies gebruikt, werkt de functie niet.
  • SQL Server Express — Download en installeer SQL Server Express op de server waarop ook de VMware Enterprise Systems Connector is geïnstalleerd. Installeer deze component voordat u peer-to-peerdistributie configureert. De installatie kan namelijk enige tijd duren.
  • Applicatiemetagegevens — Het peer-to-peersysteem bewaart en verzendt de blob-ID (of inhoud-ID), de applicatiegrootte en de applicatiehash. Er worden geen andere gegevens opgeslagen of verzonden.
  • Eerste downloads — De eerste download in het peer-to-peerdistributieproces duurt het langst. Nadat de eerste download is voltooid en naarmate meer toestellen in het subnet over de applicatie beschikken, gaat het downloaden steeds sneller.
  • Activering — Zodra u uw configuraties opslaat, activeert het systeem de peer-to-peerserver en -clients met een licentiesleutel. U kunt uw eigen topologie uploaden of de topologie gebruiken die tijdens het activeren wordt gegenereerd. Tijdens het activeren wordt ook de inhoud van alle bestaande Win32-applicaties naar de peer-to-peerserver verzonden. De toestellen die zich in het peer-to-peerdistributienetwerk bevinden, zullen vanaf dat moment applicaties ontvangen.