Voor peer-to-peerdistributie zijn onderdelen vereist voor communicatie, gegevensbeheer, applicatie-implementatie en optionele opslag.

Ondersteunde platformen en applicatietypes

  • Windows Desktop (Windows 10)
  • Win32-applicaties

Vereiste componenten

  • SQL - Installeer SQL Server Express om na te gaan of uw organisatie gebruikmaakt van een SQL-database. De peer-to-peerserver maakt gebruik van een SQL-database om metagegevens van applicaties en informatie over de netwerktopologie in op te slaan. De uitgaande poort 443 moet worden geopend om SQL Server Express te downloaden.

    Zorg ervoor dat de peer-to-peerserver met SQL Server Express of de SQL-database van uw organisatie kan communiceren.

  • VMware Enterprise Systems Connector - Zorg ervoor dat VMware Enterprise Systems Connector is ingeschakeld. Dit onderdeel zorgt voor veilige communicatie tussen uw netwerk en Workspace ONE UEM. Zorg ervoor dat de optie Alle andere componenten is ingeschakeld in de configuratie van VMware Enterprise Systems Connector, te vinden in de console onder Groepen en instellingen > Alle instellingen > Bedrijfsintegratie > VMware Enterprise Systems Connector > Geavanceerd > AirWatch UEM Services > Alle andere componenten.
  • Implementatie van softwarepakket — Laat Workspace ONE UEM de implementatie van applicatiepakketten aan de softwaredistributiemethode herkennen. De softwaredistributieclient bevindt zich op toestellen en staat in contact met het peer-to-peersysteem en de Workspace ONE UEM console. Ga naar Groepen en instellingen > Alle instellingen > Toestellen en gebruikers > Windows > Windows desktop > Applicatie-implementaties en schakel de optie Implementatie van softwarepakket in.

  • Bestandsopslag (op locatie)Workspace ONE UEM slaat Win32-applicaties in een beveiligd bestandssysteem op. Peer-to-peerclients ontvangen applicatiepakketten vanaf het bestandssysteem wanneer er geen andere clients zijn met het betreffende applicatiepakket.

    Zie Bestandsopslag voor meer informatie over serververeisten.

Peer-to-peerserververeisten

Zorg ervoor dat de machine waarop de peer-to-peerserver staat aan deze vereisten voldoet.

Tabel 1. Vereisten peer-to-peerservercomponenten
Component Vereiste
Besturingssysteem Windows Server 2008+
Processor Xeon Processor, één quad core
Geheugentoewijzing
  • 0 tot 5.000 clients - 2048 MB
  • 5.001 tot 10.000 clients - 3072 MB
  • 10.001 tot 19.999 clients - 5120 MB
  • 20.000 tot 49.999 clients - 6144 MB
  • 50.000+ - 8192 MB

SQL-vereisten

  • Serviceaccountmachtigingen voor de SQL-database - Op de machine waarop de SQL-database-instantie of SQL Server Express wordt gehost, geeft u de entiteit Serviceaccountmachtigingen SQL-sysadmin serverrollen voor de initiële installatie van het peer-to-peerdistributiesysteem. De rol is niet nodig voor dagelijkse werking van het peer-to-peerdistributiesysteem.
  • Vereiste databases - Zorg ervoor dat SQL de volgende databases bevat.
    • db_datareader
    • db_datawriter
    • db_ddladmin
  • Vereiste databasegrootte - De database vereist 200 kB per client.

Vereiste configuraties voor implementaties

Voor het implementeren van applicaties met het peer-to-peerdistributiesysteem moet u de volgende configuraties uitvoeren in de Workspace ONE UEM console en op toestellen.

CDN op locatie (optioneel)

Implementaties op locatie kunnen gebruikmaken van een ‘content delivery network’ (CDN). Indien het bestandssysteem niet beschikbaar is, kan de inhoud hiervandaan worden gedownload. Workspace ONE UEM werkt samen met externe leverancier om een CDN voor de omgevingen op locatie aan te kunnen bieden tegen een bepaald tarief. Workspace ONE UEM integreert deze CDN-oplossing ook in SaaS-omgevingen.

Met deze optie kunt u de inhoud naar toestellen binnen en buiten het netwerk verzenden. Dit in tegenstelling tot het peer-to-peerdistributiesysteem met een bestandssysteem, dat alleen inhoud naar toestellen binnen het netwerk kan verzenden. Een CDN is optioneel, maar zorgt wel voor hogere downloadsnelheden en minder bandbreedteverbruik op Workspace ONE UEM-servers. U kunt de instellingen voor deze optie vinden in Groepen en instellingen > Alle instellingen > Systeem > Bedrijfsintegratie > CDN.