Voordat u een smart group aan een applicatie, boek, netwerkregel, toestelprofiel of productinrichting kunt toewijzen moet u er eerst een aanmaken.

Procedure

  1. Selecteer de Organisatiegroep (OG) waarop uw smart group van toepassing moet zijn en waar de smart group moet worden beheerd. Selecteren van een OG is optioneel.
  2. Navigeer naar Groepen en instellingen > Groepen > Toewijzingsgroepen en selecteer vervolgens Smart group toevoegen.
  3. Voer een naam voor de smart group in.
  4. U kunt ook Voorbeeld van het toestel inschakelen om te zien welke toestellen zijn opgenomen in de smart group die u hebt ontworpen. Het voorbeeld van het toestel is standaard uitgeschakeld om de prestaties te verbeteren.
  5. Configureer het smart-grouptype.
    • Criteria

      De optie Criteria werkt het beste voor groepen met grote aantallen toestellen (meer dan 500) die algemene updates ontvangen. Deze methode werkt het beste omdat de details van deze groepen alle eindpunten van uw mobiele vloot kunnen bereiken.

    • Toestellen of gebruikers

      De optie Toestellen of gebruikers werkt het beste voor groepen met kleine aantallen (500 of minder) die sporadisch, maar toch belangrijke updates ontvangen. Deze methode werkt het beste vanwege het detailniveau waarop u groepsleden kunt selecteren.

    Als u tussen Criteria en Toestellen of gebruikers schakelt, worden alle tot dan toe ingevoerde selecties en gegevens gewist.
    1. Selecteer in de sectie Criteria de relevante variabelen die u aan de smart group wilt toevoegen. Als er geen selectie wordt gemaakt in een instelling, wordt dat filter niet toegepast als criteria.
      Instelling Beschrijving
      Organisatiegroep Deze criteria-optie filtert toestellen op basis van geselecteerde organisatiegroepen. U kunt meer dan één organisatiegroep selecteren.
      Gebruikersgroep Deze criteria-optie filtert toestellen op basis van geselecteerde gebruikersgroepen. U kunt meer dan één gebruikersgroep selecteren.
      Eigendom Deze criteria-optie filtert toestellen op basis van geselecteerd eigendomstype.
      Labels Deze criteria-optie filtert toestellen op basis van de manier waarop ze zijn gelabeld. U kunt meer dan één label selecteren.
      Platform en besturingssysteem

      Deze criteria-optie filtert toestellen op basis van platform en geselecteerd besturingssysteem. U kunt meerdere combinaties van elke optie selecteren.

      Hoewel "Platform" een criterium in een smart group is, zal het platform dat in het toestelprofiel of netwerkbeleid geconfigureerd is altijd voorrang hebben op het platform in de smart group. Bijvoorbeeld: Als een toestelprofiel voor het iOS-platform gecreëerd is, zal het profiel alleen toegewezen worden aan iOS-toestellen ook al zijn er ook Android-toestellen in de smart group.

      OEM en model

      Deze criteria-optie is alleen van toepassing op platformselecties voor Android en Windows desktop die zijn gemaakt in Platform en besturingssysteem.

      U kunt een of meer fabrikanten van originele apparatuur (OEM's) en meerdere modellen per OEM selecteren.

      Model (Legacy)

      Met deze criteria-optie worden toestellen die geen Android- of Windows desktoptoestellen zijn op model gefilterd. De weergegeven individuele modellen zijn gebaseerd op de selecties in Platform en besturingssysteem.

      Maak een keuze uit de lijst met modellen die u in uw smart group wilt opnemen.

      Zakelijke OEM-versie

      Deze criteria-optie filtert toestellen op basis van zakelijke OEM-versie. U kunt meer dan één zakelijke OEM-versie selecteren.

      Een zakelijke OEM-versie is een op software gebaseerde classificatie die van toepassing is op OEM-toestelmodellen. Een zakelijke OEM-versie kan bijvoorbeeld aanvullende softwareondersteuning zijn voor toestellen als Mobility Extensions (MX) van Motorola of Samsung SAFE. Een zakelijke OEM-versie kan ook een bepaalde variant van het Android-besturingssysteem van een OEM zijn, zoals wordt aangeboden door onder andere Honeywell, LG en Sony.

      Beheertype Toestellen filteren zoals ze worden beheerd.
      Inschrijvingscategorie Toestellen filteren zoals ze worden ingeschreven.
      Toevoegingen Deze criteria-optie voegt individuele toestellen en gebruikers toe die geen deel uitmaken van de filtercriteria. U kunt meer dan één toestel en meer dan één gebruiker selecteren.
      Uitsluitingen Deze criteria-optie sluit individuele toestellen, individuele gebruikers en groepen uit die deel uitmaken van de filtercriteria. U kunt meer dan één toestel, meer dan één gebruiker en meer dan één gebruikersgroep uitsluiten.
    2. Het type Toestellen of gebruikers is bedoeld om inhoud en instellingen toe te wijzen aan speciale gevallen buiten de algemene criteria voor bedrijfsmobiliteit. Voer de beschrijvende naam in van het toestel bij Toestellen en voer de gebruikersnaam (voornaam of achternaam) in bij Gebruikers. U moet tenminste één toestel of gebruiker Toevoegen, anders kunt u de smart group niet opslaan.
      Instelling Beschrijving
      toestellen Voeg een toestel toe aan deze smart group door de beschrijvende toestelnaam in te voeren. U kunt met deze methode meer dan één toestel toevoegen.
      Gebruikers Voeg gebruikers toe aan deze smart group door de gebruikersnaam, voornaam of achternaam in te voeren. U kunt meer dan één gebruiker toevoegen met deze methode.
  6. Selecteer Opslaan wanneer u klaar bent.