De volgende profielinstellingen en opties zijn van toepassing op de meeste platformen onder Workspace ONE UEM powered by AirWatch en u kunt ze gebruiken als een algemene richtlijn. Er zijn echter een aantal platformen die andere keuzemogelijkheden kunnen hebben. Deze stappen en instellingen zijn op elk profiel van toepassing.

Procedure

  1. Navigeer naar Toestellen > Profielen en resources > Profielen > Toevoegen.
    U kunt uit de volgende opties kiezen om een profiel toe te voegen.
    • Profiel toevoegen – Voeg een enkel nieuw toestelprofiel toe.
    • Profiel uploaden – Upload een ondertekend profiel naar uw toestel.
    • Batchimport – Importeer nieuwe toestelprofielen in bulk door gebruik te maken van door komma's gescheiden waarden in een CSV-bestand. Voer een unieke naam en omschrijving in om meerdere profielen in één keer te groeperen en organiseren.
  2. Selecteer Profiel toevoegen.
  3. Selecteer het platform voor het profiel dat u wilt implementeren.
    Afhankelijk van het platform kunnen de instellingen voor de nettolading variëren.
  4. Vul de instellingen op het tabblad Algemeen als volgt in.
    Instellingen Omschrijving
    Naam Naam van het profiel dat moet worden weergegeven in de Workspace ONE UEM console.
    Versie Dit is een informatief veld waar de huidige versie van het profiel weergegeven wordt zoals bepaald door de optie Versie toevoegen.
    Omschrijving Een korte omschrijving van het profiel waarin het doel beschreven wordt.
    Implementatie

    Bepaalt of het profiel automatisch wordt verwijderd na uitschrijving (niet van toepassing op Android-profielen).

    • Beheerd - Het profiel wordt verwijderd.
    • Handmatig – Het profiel blijft geïnstalleerd totdat het door de eindgebruiker verwijderd wordt.
    Toewijzingstype

    Bepaalt hoe het profiel naar toestellen geïmplementeerd wordt.

    • Automatisch - Het profiel wordt naar alle toestellen gepusht.
    • Optioneel – De eindgebruiker kan het profiel indien gewenst vanaf het Selfservice-portaal (SSP) installeren of het kan door de beheerder op individuele toestellen geïmplementeerd worden.

      Eindgebruikers kunnen ook profielen installeren die web-apps vertegenwoordigen door middel van een webclip of een bladwijzerlading. En u kunt de lading vanuit de applicatiecatalogus installeren door hem zo te configureren dat hij daar wordt weergegeven.

    • Interactief(Niet van toepassing op iOS of Android). Dit is een uniek profieltype dat eindgebruikers installeren met de Selfservice-portaal. Eenmaal geïnstalleerd, communiceren deze speciale profielen met externe systemen om gegevens te genereren die naar toestellen moeten worden verzonden. Deze optie is uitsluitend beschikbaar indien deze in Groepen en instellingen > Alle instellingen > Toestellen en gebruikers > Geavanceerd > Profielopties is ingeschakeld.
    • Netwerkbeleid – Het profiel wordt door de beleidsengine toegepast op het toestel wanneer de gebruiker geen correctieve actie onderneemt om zijn toestel conform het netwerkbeleid te laten werken. Raadpleeg Overzicht van profielen voor netwerkbeleid voor meer informatie.
    Verwijdering toestaan
    • Altijd - De eindgebruiker kan het profiel te allen tijde handmatig verwijderen.
    • Met toestemming – De eindgebruiker kan het profiel met toestemming van de beheerder verwijderen. Als u deze optie selecteert, wordt er een invoerveld voor een Wachtwoord weergegeven.
    • Nooit – De eindgebruiker mag het profiel niet van het toestel verwijderen.
    Beheerd door De organisatiegroep waaronder beheerders toegang tot het profiel hebben.
    Toegewezen groepen

    De groep waar u het toestelprofiel aan toe wilt voegen. Dit bevat ook een optie om een nieuwe smart group te creëren die geconfigureerd kan worden met specificaties voor minimaal besturingssysteem, eigendomscategorieën, organisatiegroepen en meer.

    Hoewel "Platform" een criterium in een smart group is, zal het platform dat in het toestelprofiel of netwerkbeleid geconfigureerd is altijd voorrang hebben op het platform in de smart group. Bijvoorbeeld: Als een toestelprofiel voor het iOS-platform gecreëerd is, zal het profiel alleen toegewezen worden aan iOS-toestellen ook al zijn er ook Android-toestellen in de smart group.

    Uitsluitingen Als Ja wordt geselecteerd, wordt er een nieuw tekstvak genaamd Uitgesloten groepen weergegeven. Hier kunt u de groepen selecteren die u wilt uitsluiten van de toewijzing van het toestelprofiel.
    Toesteltoewijzing bekijken Nadat u een Toegewezen groep heeft geselecteerd, kunt u een lijst met alle toestellen bekijken waaraan deze groep wordt toegewezen, rekening houdend met de toewijzingen en uitsluitingen.
    Aanvullende toewijzingscriteria

    Met deze keuzevakjes kunt u aanvullende beperkingen op het profiel plaatsen.

    • Alleen installeren op toestellen binnen de geselecteerde gebieden. – Voer een adres ergens ter wereld in en een straal in kilometers of mijlen om een perimeter voor de profielinstallatie te maken. Raadpleeg Geofences voor meer informatie.
    • Planning inschakelen en alleen gedurende de geselecteerde tijdsperioden installeren - Stel een tijdsschema vast zodat toestellen het profiel alleen binnen die perioden ontvangen. Als u voor deze optie kiest, wordt er een verplicht veld genaamd Toegewezen schema’s weergegeven. Raadpleeg Tijdschema's voor meer informatie.
    Datum verwijdering Dit is de datum waarop het profiel van het toestel verwijderd zal worden. Dit moet een datum in de toekomst zijn in het formaat DD-MM-JJJJ.
  5. Configureer een Nettolading voor het toestelplatform. U kunt naar een datalading zoeken op naam door trefwoorden in te voeren in het tekstvak Datalading zoeken boven de lijst met dataladingen.
    Voor stapsgewijze instructies voor het configureren van een specifieke Nettolading voor een bepaald platform, verwijzen wij u naar de toepasselijke Platformhandleiding, beschikbaar op docs.vmware.com.
  6. Klik op Opslaan en publiceren.