Met aangepaste eigenschappen kunt u bepaalde waarden van een beheerd toestel ophalen en retourneren naar de Workspace ONE UEM powered by AirWatch. U kunt de waarde van een eigenschap ook als opzoekwaarde toewijzen.

Opmerking: Aangepaste eigenschappen (en de regelgenerator) kunnen alleen worden geconfigureerd en gebruikt in organisatiegroepen van het niveau Klant.

Database voor aangepaste eigenschappen

Aangepaste eigenschappen worden opgeslagen als XML-bestanden op het toestel of in de database voor aangepaste eigenschappen op de server van de Workspace ONE UEM console. Wanneer de database wordt gebruikt, worden aangepaste eigenschappen periodiek als steekproeven naar Workspace ONE UEM gestuurd voor het bijhouden van sleutel/waardenparen. Als een bestand in de toesteldatabase geconfigureerd is met "Create Attribute" = TRUE, haalt Workspace ONE Intelligent Hub automatisch de naam en waarde op die met het steekproefbestand zijn verstuurd. Het sleutel/waardenpaar wordt in het Detailoverzicht van het toestel weergegeven op het tabblad Aangepaste eigenschappen.

Opmerking: Aangepaste kenmerkwaarden kunnen de volgende speciale tekens niet retourneren: / \ "*:; <> ? |. Als een script een waarde retourneert die deze tekens bevat, wordt de waarde niet op de console gemeld. Verwijder deze tekens uit de uitvoer van het script.