Hoewel de optie Batchimport geschikt is voor het registreren van honderden of zelfs tientallen toestellen, kunt u toestellen afzonderlijk registreren als u slechts een klein aantal toestellen wilt registreren.

Procedure

  1. Selecteer de knop Toevoegen die kan worden gevonden in de rechterbovenhoek van bijna elk scherm in de Workspace ONE UEM console.
    Wanneer u de knop hebt geselecteerd, geeft de knop een vervolgkeuzemenu weer met meerdere opties.

    De schermafbeelding van het vervolgkeuzemenu Knop toevoegen bevat opties voor het toevoegen van beheerders, toestellen, gebruikers, netwerkregels, profielen en andere inhoud.

  2. Selecteer Toestel.
    Het scherm Toestel toevoegen wordt weergegeven.
  3. Vul de velden al gelang naar uw voorkeuren in, te beginnen met het tabblad Gebruiker.
    Instelling Beschrijving
    Gebruiker
    Zoektekst

    Zoek de gebruiker door een zoekparameter in te voeren en selecteer de knop Gebruiker zoeken.

    Als u de gebruiker hebt gevonden, selecteert u het gebruikersaccount voor wie u het toestel wilt registreren. Verschillende ingevulde tekstvakken worden weergegeven, inclusief Beveiligingstype, Gebruikersnaam, Wachtwoord en E-mailadres. U kunt deze tekstvakken bewerken door geavanceerde gebruikersgegevens weer te geven.

    Toestel
    Verwachte beschrijvende naam Voer de beschrijvende naam van het toestel in. In dit veld kunt u Opzoekwaarden invoeren door op het plusteken te klikken. Raadpleeg Opzoekwaarden voor meer informatie.
    Organisatiegroep Selecteer de organisatiegroep waar het toestel toe behoort.
    Eigendom Selecteer het eigendomstype van het toestel.
    Platform Selecteer het platform van het toestel.
    Geavanceerde opties voor informatie over het toestel tonen Hiermee geeft u geavanceerde opties voor informatie over het toestel weer.
    Model Selecteer het toestelmodel. Welke opties in dit vervolgkeuzemenu worden weergegeven, hangt af van de selectie bij Platform.
    Besturingssysteem Selecteer het besturingssysteem van het toestel. Welke opties in dit vervolgkeuzemenu worden weergegeven, hangt af van de selectie bij Platform.
    UDID* Voer de unieke toestel-ID in.
    Serienummer* § ‡ Voer het serienummer van het toestel in.
    IMEI* § Voer het International Mobile Equipment Identity-nummer van het toestel in.
    SIM* Voer de gegevens voor de SIM-kaart van het toestel in.
    Activacode* Voer het activanummer van het toestel in.
    Berichten
    Berichttype

    Kies het berichttype dat naar het toestel wordt gestuurd, zodra het toestel is toegevoegd. Kies uit Geen, E-mail en SMS.

    Voor de optie E-mail is een geldig e-mailadres nodig. U moet ook een e-mailberichtsjabloon selecteren.

    Voor de optie SMS is een telefoonnumer inclusief landcode en netnummer nodig. Er kunnen SMS-kosten aan verbonden zijn. U moet ook een SMS-berichtsjabloon selecteren.

    E-mailadres Dit is nodig indien u E-mail als berichttype kiest.
    E-mailberichtsjabloon Dit is nodig indien u E-mail als berichttype kiest. Selecteer een sjabloon uit het meerkeuzemenu. Bekijk het e-mailbericht met de knop Voorbeeld van bericht.
    Telefoonnummer Dit is nodig indien u SMS als berichttype kiest.
    SMS-berichtsjabloon Dit is nodig indien u SMS als berichttype kiest. Selecteer een sjabloon uit het meerkeuzemenu. Bekijk het SMS-bericht met de knop Voorbeeld van bericht.

    * Van al deze instellingen is er tenminste één verplicht om een toestel te registreren.

    § Om een Windows Phone-toestel te registreren moet u óf het IMEI óf het serienummer van het toestel invoeren.

    ‡ Om een Windows Desktop-toestel te registreren moet u het serienummer van het toestel invoeren.

  4. (Optioneel) Vul het tabblad Aangepaste kenmerken in.
    Instelling Beschrijving
    Toevoegen

    Selecteer deze knop om een aangepaste Eigenschap en bijbehorende Applicatie en Waarde toe te voegen.

    Om de functie voor aangepaste eigenschappen te kunnen gebruiken bij het toevoegen van een apparaat, moet u al een aangepaste eigenschap hebben gemaakt. Ga naar Overzicht van aangepaste eigenschappen om dat te doen.

    Applicatie Selecteer de applicatie die het kenmerk verzamelt.
    Eigenschappen Selecteer een aangepaste eigenschap uit het keuzemenu.
    Waarde Selecteer de waarde voor de aangepaste eigenschap uit het keuzemenu.
  5. (Optioneel) Vul het tabblad Labels in.
    Instelling Beschrijving
    Toevoegen

    Voeg een Label toe aan het toestel.

    Label Selecteer het label uit het meerkeuzemenu met bestaande labels.
  6. Selecteer Opslaan om het toestelregistratieproces te voltooien.

resultaten

Het toestel is nu geregistreerd bij het geselecteerde Workspace ONE UEM-gebruikersaccount dat is opgegeven in stap 3.

Volgende stappen

Geef dit apparaat aan deze gebruiker, zodat hij of zij zich kan aanmelden en de inschrijving kan voltooien. Als een andere gebruiker zich probeert aan te melden op dit toestel vóór de geregistreerde gebruiker, wordt het toestel vergrendeld en kan het niet worden ingeschreven.