Er zijn meerdere methoden beschikbaar voor het ongedaan maken van de installatie van software en de juiste methode is standaard geselecteerd door de VMware Admin Assistant Tool op basis van het bestandstype. Indien nodig kunt u de standaardinstelling overschrijven met een van de volgende methoden.

Gekopieerde items verwijderen

De methode Gekopieerde items verwijderen wordt voornamelijk gebruikt voor DMG-bestandstypen, waarbij de items worden opgehaald uit de array items_to_copy array[dicts] array in het pkginfo-bestand en alle bestandspaden in de array worden verwijderd.

In toekomstige Consoleversies worden de paden in de array 'items_to_copy' in de gebruikersinterface weergegeven.

Applicatie verwijderen

De methode Remove App haalt informatie uit de array met 'installs' [dicts] in het pkginfo-bestand en verwijdert alle bestandspaden in de array.

In toekomstige Consoleversies worden de paden in de installs-array in de gebruikersinterface weergegeven.

Pakketten verwijderen

De methode Pakketten verwijderen wordt voornamelijk gebruikt voor PKG-bestandstypes. Deze methode:

  • Gebruikt 'receipts' en analyseert de pakketten die moeten worden verwijderd
    • Probeert te bepalen waar alle bestanden zijn geïnstalleerd aan de hand van het Bom-bestand
    • Wist 'receipt'
  • Verwijdert alleen niet-gekoppelde pakketten

In toekomstige Consoleversies worden de door Munki gecontroleerde 'receipts' in de gebruikersinterface weergegeven.

Deïnstallatiescript

Deïnstallatiescripts worden in een shellscript geschreven. Deze methode wordt:

  • Gebruikt voor elk type installatieprogramma
  • Wordt gebruikt om een aangepaste verwijderbewerking uit te voeren. Als u een aangepaste implementatie hebt voor een applicatie, schrijft u een bijbehorend verwijderscript om de aangepaste configuraties te verwijderen.