Configureer Workspace ONE Content met applicatieconfiguratiewaarden.
U kunt de instellingen voor uw Workspace ONE Content configureren met behulp van de configuratiesleutel- en configuratiewaardeparen die door Workspace ONE UEM worden verstrekt. Voer deze sleutelwaardeparen voor de configuratie in het aangepaste SDK-profiel of in het standaard SDK-profiel op de Workspace ONE UEM console in.
Instellingen configureren met een standaard SDK-profiel
Voeg de configuratiesleutels toe in het standaard SDK-profiel om de instellingen voor Workspace ONE Content te configureren.
Instellingen configureren met een aangepast SDK-profiel
Aanvullende procedures voor het vrijgeven van privacy en het verzamelen van gegevens kunnen worden uitgevoerd met behulp van bepaalde configuratiesleutels in de UEM console.
Eindgebruikers die een upgrade uitvoeren of de nieuwste versie van Workspace ONE Content voor het eerst gebruiken, krijgen een nieuw privacydialoogvenster te zien als ze de applicatie starten.
In het privacydialoogscherm krijgt de gebruiker de volgende informatie:
Gebruik de volgende configuratiesleutels om instellingen voor privacymelding en het delen van gegevens in Workspace ONE Content in te schakelen:
Configuratie sleutel | Waardetype | Ondersteunde waarden | Beschrijving |
---|---|---|---|
{ “DisplayPrivacyDialog” } | Geheel getal | 0 = uitgeschakeld 1 = ingeschakeld (standaard) |
Wanneer deze optie is ingesteld op '1' (ingeschakeld), geeft Workspace ONE Content een privacymelding aan de gebruikers over de gegevens die zijn verzameld en de machtigingen die nodig zijn op het toestel voor het optimaal functioneren van de applicatie. |
{ “PolicyAllowFeatureAnalytics” } | Geheel getal | 0 = uitgeschakeld 1 = ingeschakeld (standaard) |
Wanneer deze optie is ingesteld op '1' (ingeschakeld), geeft Workspace ONE Content een bericht weer aan de gebruikers over de mogelijkheid om zich aan te melden voor anonieme analyse van het gebruik van functies waarmee VMware de productfunctionaliteit kan verbeteren en nieuwe productmogelijkheden kan bedenken. Wanneer deze op '0' is ingesteld, wordt het bericht voor gegevensdeling niet weergegeven en worden er geen gegevens van het apparaat verzameld om de app-ervaring te optimaliseren. |
{ “PolicyAllowCrashReporting” } | Boole | True = ingeschakeld False = uitgeschakeld | Indien ingesteld op True, wordt VMware geïnformeerd als de applicatie vastloopt. |
{ “PrivacyPolicyLink” } | String | “https://www.url.com” | Voer de URL van het beleid in waarvan u wilt dat uw gebruikers deze bezoeken als ze het privacybeleid van uw bedrijf selecteren in de privacymelding. |
Vanuit Workspace ONE Content v4.13.2 kunnen de gebruikers de functionaliteit PDF automatisch opslaan in- of uitschakelen door de instelling PDF automatisch opslaan inschakelen in de Workspace ONE Content-applicatie te gebruiken.
De instelling PDF automatisch opslaan is standaard uitgeschakeld. De functie PDF automatisch opslaan kan worden ingesteld op 30 seconden, 60 seconden en 120 seconden respectievelijk met behulp van de instelling Automatisch opslaan tijd in seconden in de Workspace ONE Content. De beheerders kunnen de configuratiesleutel die door Workspace ONE UEM in de Workspace ONE UEM Console wordt aangeleverd, gebruiken om de functionaliteit PDF automatisch opslaan in Workspace ONE Content gedwongen in te schakelen. Wanneer dit is ingeschakeld met behulp van de configuratiesleutel, kunnen de toestelgebruikers de functie PDF automatisch opslaan niet uitschakelen en is de instelling PDF automatisch opslaan inschakelen niet beschikbaar in de Workspace ONE Content. Wanneer de functie PDF automatisch opslaan is ingeschakeld, worden de wijzigingen aan een PDF-bestand niet opgeslagen als een automatische opslag gaande is. Na elke automatische opslag wordt het PDF-document opnieuw geladen.
Gebruik de volgende configuratiesleutel om de functie PDF automatisch opslaan in Workspace ONE Content in te schakelen:
Configuratie sleutel | Waardetype | Ondersteunde waarden | Beschrijving |
---|---|---|---|
{ “ContentPDFAutoSaveEnabled” } | Boole | true = ingeschakeld false = kan worden ingeschakeld of uitgeschakeld door de gebruiker van het toestel |
Indien ingesteld op True, is de functionaliteit PDF automatisch opslaan ingeschakeld en kunnen de gebruikers de instelling niet uitschakelen. De instelling PDF automatisch opslaan inschakelen in Workspace ONE Content is niet beschikbaar voor de gebruikers. |
Gebruik de volgende configuratiesleutel om de mogelijkheid om een link uit een PDF te verwijderen te blokkeren.
Configuratie sleutel | Waardetype | Ondersteunde waarden | Beschrijving |
---|---|---|---|
{ “DisableRemoveLink” } | Boole | False (standaardwaarde) True |
De sleutel blokkert, indien ingesteld op True, de mogelijkheid om een link uit een PDF te verwijderen. |
U kunt voorkomen dat toestelgebruikers de time-out van het scherm uitschakelen in de Workspace ONE Content-app door bepaalde configuratiesleutels te gebruiken in de Workspace ONE UEM console.
Configuratiesleutels | Waardetype | Ondersteunde waarden | Beschrijving |
---|---|---|---|
{ “PolicyAllowScreenTimeoutToggle”} | Boole | True (standaard) = ingeschakeld False = uitgeschakeld |
Stel in op True of False om de time-outinstelling in de Content-app te regelen. Als er geen waarde is ingesteld, wordt de standaardinstelling toegepast en kunnen gebruikers de time-outinstelling wijzigen. Wanneer dit is ingesteld op 'false', kunnen gebruikers de time-outinstelling niet wijzigen. |
Om veiligheidsredenen kunt u een configuratiesleutel toevoegen om moderne verificatiestromen op Safari te voorkomen en verificatiestromen via WKWebView in plaats van SFSafariViewController toe te staan. Deze sleutel, indien gebruikt, staat moderne verificatie toe zonder Safari op de toestemmingslijst te zetten.
N.B: Basisverificatie wordt ondersteund voor OAuth-opslagplaatsen, zoals One Drive, Google Drive, Box, Sharepoint O365 en One Drive voor bedrijven.
Configuratie sleutel | Waardetype | Ondersteunde waarden | Beschrijving |
---|---|---|---|
{ “AccountUseWebviewForOauth”} | Boole | TRUE = ingeschakeld FALSE = uitgeschakeld (standaard) |
Indien ingesteld op True, wordt de oauth-stroom weergegeven met behulp van een WKWebView in plaats van SFSafariViewController. |
Voeg een configuratiesleutel in het standaard of aangepaste SDK-profiel toe om de automatische synchronisatie en verificatie te regelen voor opslagplaatsen die niet van het type opslagplaats beheerde inhoud zijn.
Configuratie sleutel | Waardetype | Ondersteunde waarden | Beschrijving |
---|---|---|---|
{ “AutoSyncEnabled”} | Boole | TRUE (standaard) = ingeschakeld FALSE = uitgeschakeld |
Wanneer dit is ingesteld op False, vindt automatische synchronisatie en verificatie voor de opslagplaats alleen plaats wanneer de gebruiker naar de opslagplaats gaat. Wanneer de standaardwaarde wordt toegepast, vindt synchronisatie en verificatie plaats wanneer een automatische of handmatige synchronisatie wordt uitgevoerd. |
Mogelijk hebt u schermafdrukken of schermopnames van de Content-applicatie van de gebruiker nodig om de gebruiker te helpen bij het oplossen van problemen tijdens een ondersteuningssessie op afstand. Als er echter een DLP-beperking is ingesteld voor de applicatie die geen schermopname toestaat, kunt u geen schermafdruk uitvoeren.
Om de DLP-beperking te overschrijven en een schermopname toe te staan, voegt u de volgende configuratiesleutel toe aan het standaard- of aangepaste SDK-profiel op de Workspace ONE UEM console.
Configuratie sleutel | Waardetype | Ondersteunde waarden | Beschrijving |
---|---|---|---|
{ “AllowScreenRecord”} | Boole | TRUE = ingeschakeld FALSE = uitgeschakeld (standaard) |
Wanneer dit is ingesteld op True, is schermopname toegestaan. Wanneer dit is ingesteld op false, is schermopname beperkt. |
Door Workspace ONE Send te integreren met Workspace ONE Content, kunt u de bestanden in Workspace ONE Content beperken om alleen geopend te worden via Workspace ONE Send. Als u het openen van de bestanden via de Send app wilt forceren, voegt u een configuratiesleutel toe in de UEM Console.
Gebruik de volgende configuratiesleutel om bestanden te beperken om alleen via Workspace ONE Send geopend te worden.
Configuratie sleutel | Waardetype | Ondersteunde waarden | Beschrijving |
---|---|---|---|
{ “PolicyAllowAIPFilesToOpenInOffice”} | Boole | True = ingeschakeld False = uitgeschakeld |
Wanneer deze eigenschap is ingesteld op True, worden de bestanden via Workspace ONE Send geopend. |
Voeg een configuratiesleutel in het standaard- of aangepaste SDK-profiel toe om de modus voor gefaseerde inhoud in te schakelen op toestellen met meerdere gebruikers. Door de modus voor gefaseerde inhoud in te schakelen op toestellen met meerdere gebruikers, kunt u voorkomen dat inhoud verloren gaat tijdens incheck- en uitchecksessies van het toestel.
Configuratie sleutel | Waardetype | Ondersteunde typen | Beschrijving |
---|---|---|---|
{ “RetainContentBetweenCheckoutSessions”: true } | Boole | True = ingeschakeld False (standaard) = uitgeschakeld |
Als deze optie is ingesteld op true, blijft de gedownloade inhoud behouden en wordt deze niet gewist tijdens de incheck- en uitchecksessies van het apparaat. Als deze optie is ingesteld op false, wordt de gedownloade inhoud gewist en blijft deze niet behouden tijdens de incheck- en uitchecksessies van het apparaat. |
Zie voor meer informatie over ondersteuning van gefaseerde inhoud: Modus voor gefaseerde inhoud inschakelen op toestellen met meerdere gebruikers.
De MIME-type header wordt toegevoegd aan netwerkrequests om de beveiliging te kunnen volgen wanneer inhoud binnen de organisatie wordt gedeeld. Gebruik de volgende sleutel om het Content MIME-type te ondersteunen.
Configuratie sleutel | Waardetype | Ondersteunde waarden | Beschrijving |
---|---|---|---|
{“AddContentMimeTypeForNetworkRequests”: True} | Boole | True = Ingeschakeld False = Niet ingeschakeld (standaard) |
Wanneer dit is ingesteld op True, worden de Accept Header en Content-Type headers bijgewerkt naar het MIME-type. |
Gebruik de volgende sleutel om de volledige namen van de repository, categorie of map en bestand in de lijstweergave te tonen. Er is geen beperking op de lengte van de namen.
Configuratie sleutel | Waardetype | Ondersteunde waarden | Beschrijving |
---|---|---|---|
{“PolicyDisplayFullName”: True} | Boole | True = Ingeschakeld False = Niet ingeschakeld (standaard) |
Stel de waarde in op true om de volledige naam van de repository, categorie of map en bestand in de lijstweergave te tonen. |
iPad-gebruikers dienen de uitgevouwen mode in Weergaveopties onder App-instellingen inschakelen om deze functie te kunnen gebruiken. Anders kunt u als beheerder de volgende sleutel gebruiken om standaard de mode Uitgevouwen weer te geven.
Configuratie sleutel | Waardetype | Ondersteunde waarden | Beschrijving |
---|---|---|---|
{“EnableExpandedContentLayout”: True} | Boole | True = Ingeschakeld False = Niet ingeschakeld (standaard) |
Stel de waarde in op true om de Uitgevouwen mode onder weergaveopties in te schakelen. |
N.B: Deze functie is alleen van toepassing wanneer de weergave zich in de lijstmode bevindt en niet in de rastermode.
Wanneer u bestanden bijwerkt en vaststelt dat ze uit de Content-app verdwijnen, kunt u dit gedrag voorkomen door de volgende sleutel te configureren.
Configuratie sleutel | Waardetype | Ondersteunde typen | Beschrijving |
---|---|---|---|
{ “PolicyUseOptimizedSync”: false} | Boole | True = Ingeschakeld False (standaard) = Gedeactiveerd |
Stel de sleutelwaarde in op False om de geoptimaliseerde synchronisatie uit te schakelen. |
U kunt voorkomen dat uw gebruikers pagina's toevoegen, dupliceren, verwijderen of reorganiseren door de optie PDF bewerken te deactiveren. Deactiveer hiervoor de volgende sleutel:
Configuratie sleutel | Waardetype | Ondersteunde typen | Beschrijving |
---|---|---|---|
{ “PolicyAllowOrganizePDFPage”: true} | Boole | True = Ingeschakeld (standaard) False = Gedeactiveerd |
Wanneer dit is ingesteld op False, hebben gebruikers geen toegang tot de pagina PDF bewerken om pagina's toe te voegen, te dupliceren, te verwijderen of te reorganiseren. |
Schakel de volgende KVP in om conceptwijzigingen te verwijderen uit PDF-bestanden die zijn gemaakt vóór Workspace ONE Content versie 23.05. Zodra deze zijn ingeschakeld, kunnen gebruikers oude concepten verwijderen door Terugzetten naar origineel te selecteren in het optiemenu Meer. Deze sleutel heeft geen invloed op concepten die zijn gemaakt na versie 23.05.
Configuratie sleutel | Waardetype | Ondersteunde typen | Beschrijving |
---|---|---|---|
{ “EnableDeleteDraft”: false} | Boole | False = Gedeactiveerd (standaard) True = Ingeschakeld |
Deze KVP is alleen van toepassing op oude concepten en nieuwe concepten met geavanceerde bewerkingen zoals annotaties plat maken, digitale handtekeningen en documentbewerkingen (roteren, toevoegen, verwijderen en het opnieuw rangschikken van pagina's). |