Workspace ONE UEM heeft verschillende opties voor het bewerken of verwijderen van het applicatie-VPN-profiel dat is toegewezen aan systeemeigen applicaties.

Wijzigingen in resources vereisen mogelijk een wijziging of de verwijdering van VPN-tunnels die worden gebruikt voor toegang tot applicaties. Bijvoorbeeld wanneer gebruikers naar andere afdelingen in een organisatie worden overgeplaatst, wijzigt mogelijk hun toegang tot resources. In het geval u de toegang tot de VPN-tunnel voor een applicatie wilt wijzigen of verwijderen, hebt u verschillende opties.
Tabel 1. Applicatie-VPN-profiel bewerken — acties en resultaten
Actie Resultaat
Bewerk het applicatie-VPN-profiel dat is gekoppeld aan de flexibele implementatietoewijzing van de applicatie. Het systeem koppelt het gewijzigde applicatie-VPN-profiel aan de applicatie en de betreffende groepen ontvangen de applicatie afhankelijk van de toewijzingsinstellingen en -prioriteiten.
De prioriteit van de flexibele implementatietoewijzing wijzigen. Het systeem pusht de toewijzing en bijbehorende configuraties, met inbegrip van het applicatie-VPN-profiel, afhankelijk van hun prioriteit. Als de toewijzing bovenaan staat, ontvangen de toestellen in de betreffende groepen het profiel als eerste.
Deselecteer het applicatie-VPN-profiel in de flexibele implementatietoewijzing van de applicatie. Het systeem annuleert de toewijzing van het applicatie-VPN-profiel aan de groepen die aan de applicatie zijn toegewezen.
Wijzig de smart group van een toestel en het toestel ontvangt applicaties waarvoor de nieuwe groep gemachtigd is. Flexibele implementatietoewijzingen worden per smart group toegewezen. De instellingen voor App Tunneling en Applicatie-VPN maken deel uit van de configuraties van de flexibele implementatietoewijzing. Verplaats een toestel naar een smart group waarvan u weet dat die over de gewenste applicatie en applicatie-VPN beschikt en deze actie wijzigt het profiel voor het toestel.