Door een applicatie te deactiveren, verwijdert u het van toestellen en maakt u de versie inactief. Afhankelijk van hun relatie met de inactieve versie pusht Workspace ONE UEM actieve versies naar of maakt ze beschikbaar voor toestellen. Een voordeel van deactivatie is dat u een inactieve status in de toekomst ongedaan kunt maken.

Als u een applicatie deactiveert, wordt deze niet uit de opslagplaats in de Workspace ONE UEM console verwijderd. U kunt gedeactiveerde applicaties nog steeds bekijken in de Workspace ONE UEM console zodat u toestellen kunt zoeken die applicaties verwijderen.

Genummerde actieve versies

Actieve versies van een inactieve applicatie (gedeactiveerd) worden naar toestellen verstuurd of worden beschikbaar gemaakt voor die toestellen.
  • Versie met een lager nummer – Als er een oudere, actieve versie van de applicatie bestaat, wordt die versie met dat lagere nummer naar toestellen gepusht.
  • Versie met een hoger nummer – Als er een nieuwere, actieve versie van de applicatie bestaat binnen een hoger liggende organisatiegroep, blijft die versie beschikbaar voor toestellen.

Wanneer u deactiveren moet gebruiken

Uw organisatie ondergaat veranderingen en heeft bepaalde applicaties en de bijbehorende versies niet meer nodig. U kunt overbodige applicaties deactiveren zodat de applicatie-opslagplaatsen van uw toestelgebruikers overzichtelijker worden. U kunt ze echter wel nog steeds in de Workspace ONE UEM console vinden.