Workspace ONE UEM gebruikt twee verschillende versiewaarden om de versiecontrole voor interne applicaties te beheren: de Feitelijke bestandsversie en de Versie. Workspace ONE UEM geeft deze weer op het tabblad Details van het overzicht van de applicatie.

  • Feitelijke bestandsversie — Dit verwijst naar de versiecode van de applicatie zoals ingesteld door de ontwikkelaar van de applicatie.
  • Versie — Geeft de versiecode van de interne applicatie weer zoals door de Workspace ONE UEM console voor beheer is ingesteld. Wanneer u de versie van een interne applicatie naar de console uploadt, wordt dit nummer geïdentificeerd als meest recente versie, nieuwe versie of vorige versie.
    • Meest recente versie — Deze identificatie is doorgaans de versie met het hoogste nummer en wordt geïmplementeerd op toestellen die in de toegewezen groep worden ingeschreven.
    • Vorige versie — Deze identificatie is doorgaans een lagere versie dan de meest recente versie.
    • Nieuwe versie — Deze identificatie is doorgaans de versie die u naar de console uploadt. U kunt nummers uploaden die lager dan de meest recente versie en hoger dan de vorige versie zijn.

De bron van de feitelijke bestandsversie

Workspace ONE UEM haalt de applicatieversie die in het veld Feitelijke bestandsversie wordt weergegeven uit verschillende plaatsen op, afhankelijk van het platform. De waarden moeten oplopen, anders kan een nieuwe versie de bestaande versie in Workspace ONE UEM niet overschrijven.

Tabel 1. Locatie van bestandsversie per platform
Platform Variabele Te vinden in
Android versionName wordt in het veld Feitelijke bestandsversie weergegeven

maar

versionCode beheert de mogelijkheid om versies te gebruiken

.apk-pakket

iOS

macOS

CFBundleVersion

of

CFBuildShortVersionString

info.plist
Windows Desktop Version=X.X.X.X maar Workspace ONE UEM geeft alleen de eerste drie cijfers weer. AppManifest.xml
Windows Phone Version=X.X.X.X maar Workspace ONE UEM geeft alleen de eerste drie cijfers weer. WMAppManifest.xml

Feitelijke bestandsversie en versieverhoging

U kunt meerdere versies van een applicatie uploaden, ongeacht het nummer van de feitelijke bestandsversie, maar voor de meeste platforms bepaalt de feitelijke bestandsversie de implementatie van de applicatie. Workspace ONE UEM beheert de nieuwe versie, afhankelijk van de waarde van de feitelijke bestandsversie.

Tabel 2. Verhogingsgedrag van feitelijke bestandsversie
Platform Feitelijke bestandsversie
Android versionCode moet oplopen, omdat downgraden naar een vorige versie niet wordt ondersteund.

Workspace ONE UEM kan applicaties met lagere versionCode waarden accepteren. Het beheert de toewijzingen echter op basis van de volgorde van de feitelijke bestandsversie.

Bijvoorbeeld: als u een applicatie met feitelijke bestandsversie 3.1 hebt geïmplementeerd, nog steeds een oudere feitelijke bestandsversie 1.1 in de console hebt en een feitelijke bestandsversie 2.1 uploadt, dan beheert Workspace ONE UEM de versies als volgt.
  • Migreert toewijzingen van versie 1.1 (vorige versie) naar 2.1 (nieuwe versie).
  • Als aan toestellen versie 2.1 en 3.1 is toegewezen (en beide actief zijn), stuurt Workspace ONE UEM installatiecommando’s voor 3.1 (meest recente versie), omdat dat de hoogste versie is waarvoor toestellen in aanmerking komen.
  • Wanneer u Vorige versies buiten gebruik stellen selecteert wanneer u versie 2.1 oploadt, dan stelt de console versie 1.1 (vorige versie) buiten gebruik en niet 3.1 (meest recente versie).

iOS

macOS

BundleVersion of de BuildShortVersionString kan zowel op- als aflopen, omdat downgraden van versies wel wordt ondersteund.
Opmerking: macOS biedt geen ondersteuning voor downgraden naar een lagere versie van een app.

U kunt een oudere versie met een lager versienummer uploaden, deze als beschikbare versie aanwijzen en pushen.

Windows Desktop Feitelijke bestandsversie=X.X.X. De eerste drie cijfers moeten oplopen, omdat downgraden naar een vorige versie niet wordt ondersteund.
Workspace ONE UEM kan applicaties met een lagere feitelijke bestandsversie accepteren. Het beheert de toewijzingen echter op basis van de volgorde van de feitelijke bestandsversie.
  • Migreert toewijzingen van de vorige versie naar de nieuwe versie (de versie die u uploadt).
  • Als aan toestellen zowel de nieuwe versie als de meest recente versie is toegewezen (en beide actief zijn), stuurt Workspace ONE UEM installatiecommando’s voor de meest recente versie, omdat dit de hoogste versie is waarvoor toestellen in aanmerking komen.
  • Wanneer u Vorige versies buiten gebruik stellen selecteert wanneer u de nieuwe versie uploadt, stelt de console de vorige versie buiten gebruik en niet de meest recente versie.
Windows Phone Version=X.X.X. De eerste drie cijfers moeten oplopen, omdat downgraden naar een vorige versie niet wordt ondersteund.
Workspace ONE UEM kan applicaties met een lagere feitelijke bestandsversie accepteren. Het beheert de toewijzingen echter op basis van de volgorde van de feitelijke bestandsversie.
  • Migreert toewijzingen van de vorige versie naar de nieuwe versie (de versie die u uploadt).
  • Als aan toestellen zowel de nieuwe versie als de meest recente versie is toegewezen (en beide actief zijn), stuurt Workspace ONE UEM installatiecommando’s voor de meest recente versie, omdat dit de hoogste versie is waarvoor toestellen in aanmerking komen.
  • Wanneer u Vorige versies buiten gebruik stellen selecteert wanneer u de nieuwe versie uploadt, stelt de console de vorige versie buiten gebruik en niet de meest recente versie.