U kunt een bestaande smart group bewerken. Alle bewerkingen die u doet zullen effect hebben op alle beleid en profielen waaraan de smart group is toegewezen.

Procedure

  1. Navigeer naar Groepen en instellingen > Groepen > Toewijzingsgroepen.
  2. Selecteer het pictogram Bewerken (Het pictogram Bewerken heeft de vorm van een grijs potlood.) links naast de smart group die u wilt bewerken. U kunt ook de naam van de smart group in de kolom Groep selecteren. De pagina Smart Group bewerken wordt weergegeven met de bestaande instellingen.
  3. Op de pagina Smart Group bewerken kunt u wijzigingen aanbrengen in de Criteria of Toestellen en gebruikers (afhankelijk van met welk type de smart group is opgeslagen) en klik dan op Volgende.
  4. Op de pagina Toewijzingen bekijken kunt u nakijken welke profielen, applicaties, boeken, inrichtingen en netwerkregels aan de toestellen mogen worden toegevoegd of van de toestellen mogen worden verwijderd.
  5. Selecteer Publiceren om uw wijzigingen in de smart group op te slaan. Alle profielen, applicaties, boeken, inrichtingen en netwerkregels die aan deze smart group zijn gekoppeld worden geüpdatet gebaseerd op deze wijzigingen.

resultaten

Het log van Consolegebeurtenissen houdt wijzigingen in smart groups bij, waaronder de auteur van de wijzigingen en de toestellen die zijn toegevoegd of verwijderd.

Voorbeeld

Hier volgt een voorbeeld van een veelvoorkomende reden om een smart group te bewerken. Stel u voor dat een smart group voor directieleden is toegewezen aan een netwerkbeleid, een toestelprofiel en twee interne applicaties. Als u een aantal directieleden wilt uitsluiten van een of meer van de toegewezen inhoudsitems, hoeft u alleen maar de smart group te bewerken door Uitsluitingen te specificeren. Deze actie zorgt niet alleen dat de twee interne apps niet op toestellen van de uitgesloten directieleden worden geïnstalleerd, maar ook dat het netwerkbeleid en het toestelprofiel niet worden geïnstalleerd.