Met aangepaste eigenschappen kunt u bepaalde waarden van een beheerd toestel ophalen in Workspace ONE UEM powered by AirWatch en als toewijzingscriteria voor producten gebruiken. U kunt ook regels instellen die toestellen naar organisatiegroepen verplaatsen op basis van eigenschapswaarden.

Opmerking: Aangepaste eigenschappen (en de regelgenerator) kunnen alleen worden geconfigureerd en gebruikt in organisatiegroepen van het niveau Klant. Voor meer informatie over beschikbare opties met betrekking tot toesteltoewijzingsregels op basis van aangepaste eigenschappen, raadpleegt u Toesteltoewijzingen inschakelen in de handleiding Toestellen beheren op docs.vmware.com.

Database voor aangepaste eigenschappen

Aangepaste eigenschappen worden opgeslagen als XML-bestanden en in de Workspace ONE Intelligent Hub database, die beide op het toestel zijn opgeslagen. Wanneer de database wordt gebruikt, worden aangepaste eigenschappen periodiek als steekproeven naar Workspace ONE UEM gestuurd voor het bijhouden van sleutel/waardenparen.

Als een bestand in de toesteldatabase geconfigureerd is met "Create Attribute" = TRUE, haalt Workspace ONE Intelligent Hub automatisch de naam en waarde op die met het steekproefbestand zijn verstuurd. Het sleutel/waardenpaar wordt in het Detailoverzicht van het toestel weergegeven op het tabblad Aangepaste eigenschappen.

Opmerking: Aangepaste kenmerkwaarden kunnen de volgende speciale tekens niet retourneren: / \ "*:; <> ? |. Als een script een waarde retourneert die deze tekens bevat, wordt de waarde niet op de console gemeld. Verwijder deze tekens uit de uitvoer van het script.