Bekijk een gedetailleerde beschrijving van elke actie die op afstand vanaf de Workspace ONE UEM console op een toestel kan worden uitgevoerd. Deze lijst is platformneutraal.

  • Label toevoegen – Wijs een aanpasbaar label toe aan een toestel, waarmee u een specifiek toestel in uw toestelbestand kunt identificeren.
  • Applicaties (Query) – Stuur een MDM-query naar het toestel om een lijst met alle geïnstalleerde applicaties op te vragen.
  • Books (Query) – Stuur een queryopdracht naar het toestel om een lijst met geïnstalleerde boeken te retourneren.
  • Certificaten (Query) – Stuur een MDM-query naar het toestel om een lijst met alle geïnstalleerde certificaten op te vragen.
  • Toegangscode toestel wijzigen – Vervang de bestaande toegangscode waarmee toegang tot het toestel wordt gekregen door een nieuwe toegangscode.
  • Organisatiegroep wijzigen – Wijzig de organisatiegroep van het toestel in een andere, bestaande organisatiegroep. U kunt kiezen tussen een statische of dynamische organisatiegroep.
    • Als u de organisatiegroep voor meerdere toestellen tegelijk wilt wijzigen, selecteert u toestellen voor de bulkactie via de Blokselectiemethode (met de Shift-toets) in plaats van met het selectievakje algemeen (naast de kolomkop Voor het laatst gezien in de lijstweergave voor toestellen).
  • Eigendom wijzigen – Wijzig de eigendomsinstelling voor een toestel, indien van toepassing. U kunt kiezen uit bedrijfstoestel - individueel gebruik, bedrijfstoestel - gedeeld gebruik, persoonlijk en niet gedefinieerd.
  • Activeringsslot verwijderen – Wis het activeringsslot op een iOS-toestel. Als het activeringsslot ingeschakeld is, moeten gebruikers een Apple ID en toegangscode gebruiken voordat ze de volgende handelingen kunnen uitvoeren: Zoek mijn iPhone uitschakelen, Wis iPhone, heractiveren om het toestel te gebruiken.
  • Toegangscode wissen (container) – Wis de toegangscode voor de container. Dit is bedoeld voor situaties waar de gebruiker de toegangscode voor de Container op het toestel vergeten heeft.
  • Toegangscode wissen (toestel) – Wis de toegangscode van het toestel. Dit is bedoeld voor situaties waar de gebruiker de toegangscode voor het toestel vergeten heeft.
  • Toegangscode wissen (beperkingsinstelling) – Het commando Toegangscode wissen wist de logintoegangscode op het toestel. Het toestel moet onder supervisie staan.
  • Toestel verwijderen – Verwijder een toestel en schrijf het via de console uit. Stuurt de opdracht voor bedrijfsgegevens wissen naar het toestel dat bij de volgende keer inchecken wordt gewist en markeert het toestel als Verwijderen in behandeling in de console. Als de bescherming voor wissen op het toestel is uitgeschakeld, worden met de gegeven opdracht de bedrijfsgegevens direct gewist en wordt het toestel niet meer weergegeven in de console.
  • Toestelinformatie (Query) – Stuur een MDM-query naar het toestel om informatie over het toestel op te vragen, zoals de beschrijvende naam, platform, model, organisatiegroep, versie van het besturingssysteem en eigendomstype.
  • Toestel wissen – Verzend een MDM-commando om een toestel te wissen van alle gegevens en het besturingssysteem. Dit kunt u niet ongedaan maken.
    • Overwegingen bij het wissen van een iOS-toestel
      • Voor iOS 11 en oudere toestellen, wist het commando device wipe ook de Apple SIM-gegevens op de toestellen.
      • Voor iOS 11+ toestellen kunt u het Apple SIM-dataplan (indien aanwezig op het toestel) behouden. Selecteer het selectievakje Dataplan behouden op de pagina Toestel wissen voordat u het commando voor het wissen van het toestel verzendt.
      • Op iOS 11.3+ toestellen hebt u een extra optie om het scherm Nabijheidsinstellingen over te slaan wanneer u het commando voor het wissen van het toestel verzendt. Als de optie is ingeschakeld, wordt het scherm Nabijheidsinstellingen overgeslagen in de Configuratieassistent, waardoor de gebruiker van het toestel de optie Nabijheidsinstellingen niet ziet.
    • Voor Windows-desktoptoestellen kunt u kiezen tussen verschillende wisopties.
      • Wissen — met deze optie wordt alle content van het toestel gewist.
      • Beschermd wissen - deze optie is vergelijkbaar met de normale optie Wissen, maar de eindgebruiker van het toestel kan de actie niet omzeilen. De opdracht Beschermd wissen blijft proberen het toestel te resetten totdat dit geslaagd is. In bepaalde toestelconfiguraties kan na deze opdracht het toestel niet worden opgestart.
      • Wissen en provisioninggegevens behouden - met deze optie wordt het toestel gewist, maar aangeraden wordt een back-up van de provisioninggegevens te maken op een permanente locatie. Na de wisacties worden de provisioninggegevens hersteld en toegepast op het toestel. De provisioningmap wordt opgeslagen. U kunt de map vinden door op het toestel naar %ProgramData%\Microsoft\Provisioning te navigeren.
  • Toestel bewerken – Bewerk toestelinformatie zoals die voor Beschrijvende naam, Activanummer, Eigendomstype van toestel, Toestelgroep en Toestelcategorie.
  • Verloren-modus in-/uitschakelen – Gebruik deze toestelactie om een toestel te vergrendelen en een bericht, telefoonnummer of tekst naar het vergrendelingsscherm te verzenden. De eindgebruiker van het apparaat kan de Verloren-modus niet uitschakelen. Wanneer een beheerder de Verloren-modus uitschakelt, keert het toestel terug naar normaal gebruik. Gebruikers ontvangen een bericht dat de locatie van het toestel is gemeld. (iOS 9.3 + supervisie)
    • Toestellocatie aanvragen - Stuur een query naar een toestel in Verloren-modus en gebruik dan het tabblad Locatie om het toestel te lokaliseren. (iOS 9.3 + supervisie)
  • Inschrijven – Stuur een bericht naar de gebruiker van het toestel om het toestel in te schrijven. Indien gewenst kunt u een berichtsjabloon gebruiken waarin bijvoorbeeld inschrijfinformatie staat, zoals stapsgewijze instructies en informatieve links. Deze handeling is alleen beschikbaar voor niet-ingeschreven toestellen.
  • Bedrijfsreset – Met Bedrijfsreset stelt u een toestel opnieuw in op de fabrieksinstellingen. U behoudt alleen de Workspace ONE UEM-inschrijving.
    • Alleen voor Windows-desktop: Met Bedrijfsreset herstelt u een toestel naar de status Klaar voor gebruik wanneer een toestel is beschadigd of applicaties niet goed werken. Het Windows besturingssysteem wordt opnieuw geïnstalleerd, terwijl de gebruikersgegevens, gebruikersaccounts en beheerde applicaties worden behouden. De automatisch geïmplementeerde bedrijfsinstellingen, beleidsregels en applicaties op het toestel worden na de reset gesynchroniseerd. Het toestel blijft onder beheer van Workspace ONE.
  • Bedrijfsgegevens wissen – Met Bedrijfsgegevens wissen schrijft u een toestel uit en verwijdert u alle beheerde bedrijfsgegevens, inclusief applicaties en profielen. Deze actie kan niet ongedaan gemaakt worden en herinschrijving is vereist voordat Workspace ONE UEM dit toestel weer kan beheren. Deze toestelactie omvat opties om toekomstige herinschrijving te voorkomen en een Notitie tekstvak waarin u informatie over de actie kunt toevoegen.
    • Het wissen van bedrijfsgegevens wordt niet ondersteund voor toestellen op een cloud-domein.
  • File manager – Start een bestandsverkenner binnen de UEM console waarmee u op afstand de inhoud van het toestel kunt bekijken en waarmee u mappen kunt toevoegen, zoekopdrachten kunt uitvoeren en bestanden kunt uploaden.
  • Toestel lokaliseren – Stuur een tekstbericht naar de relevante Workspace ONE UEM-applicatie samen met een hoorbaar geluid dat de gebruiker helpt een kwijtgeraakt toestel terug te vinden. De hoorbaar geluid-opties behelzen het geluid een configureerbaar aantal keren afspelen en de tijdsduur in seconden tussen geluiden.
  • Opnieuw instellen van BIOS-wachtwoord forceren – Dwing het toestel het BIOS-wachtwoord opnieuw in te stellen op een automatisch gegenereerd nieuw wachtwoord.
  • Query naar Workspace ONE Intelligent Hub – Stuur een query naar deWorkspace ONE Intelligent Hub op het toestel om te controleren of deze is geïnstalleerd en normaal functioneert.
  • iOS-update – Push een update van het besturingssysteem naar een of meer iOS-toestellen. Alleen van toepassing op toestellen met iOS 9 of recenter onder supervisie die via DEP zijn ingeschreven.
  • Locatie – Geef de locatie van een toestel weer door deze op een kaart te tonen met behulp van de GPS-functie die is ingeschakeld op het macOS Workspace ONE Intelligent Hub. Deze toestelactie vereist goedkeuring van de gebruiker om de functionaliteit in systeemvoorkeuren van macOS in te schakelen.
    • Als u de locatie voor meerdere apparaten tegelijk wilt weergeven, selecteert u toestellen voor de bulkactie via de Blokselectiemethode (met de Shift-toets) in plaats van met het selectievakje Algemeen (naast de kolomkop Voor het laatst gezien in de lijstweergave voor toestellen).
  • Toestel vergrendelen – Verzend een MDM-commando om een ​​geselecteerd toestel te vergrendelen, waardoor het onbruikbaar wordt totdat het is ontgrendeld.
  • SSO vergrendelen – Sluit de gebruiker van Workspace ONE UEM Container en alle daarmee verbonden applicaties uit.
  • Beheerde instellingen – Schakel roaming voor telefonie of dataverkeer en persoonlijke hotspots in/uit.
  • Labels beheren – De momenteel toegewezen toestellabels weergeven en een lijst met labels inzien die beschikbaar zijn om te worden toegewezen met het scherm Labels beheren.
    • Als u labels voor meerdere apparaten tegelijk wilt beheren, selecteert u toestellen voor de bulkactie via de Blokselectiemethode (met de Shift-toets) in plaats van met het selectievakje Algemeen (naast de kolomkop Voor het laatst gezien in de lijstweergave voor toestellen).
  • "Niet storen"-stand – Zet het toestel op "Niet storen", zodat het ontvangen van berichten, e-mails, profielen en andere soorten van binnenkomende signalen wordt geblokkeerd. Alleen op toestellen waarop "Niet storen"-stand actief is, is de actie "Niet storen"-stand opheffen beschikbaar, waarmee de beperkingen worden opgeheven.
  • Niveau van taaklogboek overschrijven – Vervang het momenteel ingestelde niveau voor het logboek van taakgebeurtenissen op het geselecteerde toestel. Met deze actie wordt de gedetailleerdheid vastgesteld van het logboek voor taken die via productprovisioning worden gepusht; hiermee wordt het huidige logboekniveau, geconfigureerd in de instellingen van de Android Hub, overschreven. De functie Niveau van taaklogboek overschrijven kan worden opgeheven door de vervolgkeuze-optie Resetten naar standaardstand in het actiescherm te selecteren. U kunt ook het taaklogboekniveau wijzigen onder de categorie Productinrichting in de Android Hub-instellingen.
  • Profielen (query) – Stuur een MDM-query naar het toestel om een lijst met geïnstalleerde profielen op te vragen.
  • Provisioning nu uitvoeren – Stuurt provisioningproducten naar een toestel. Dit geeft u de mogelijkheid om een georganiseerde installatie van bestanden, handelingen, profielen en applicaties in een enkel product in te pakken dat naar toestellen kan worden gepusht.
  • Alle query's versturen – Hiermee verstuurt u een commando naar het toestel met het verzoek een lijst met geïnstalleerde applicaties (inclusief Workspace ONE Intelligent Hub, indien van toepassing), boeken, certificaten, toestelgegevens, profielen en beveiligingsmaatregelen terug te sturen.
  • Toestel opnieuw opstarten – Start het toestel op afstand opnieuw op. Het toestel gaat uit en daarna weer aan.
  • Register-manager – Start een register-manager binnen de UEM Console waarmee u op afstand de registerbestanden van het besturingssysteem van het toestel kunt bekijken, sleutels kunt toevoegen, zoekopdrachten kunt uitvoeren en eigenschappen kunt toevoegen.
  • Remote Assist – Hiermee neemt u op afstand de controle over een ondersteund toestel over. Met platform-specifieke tools kunt u ondersteuning bieden en problemen op het toestel oplossen. Bij Android-toestellen moet voor deze actie Remote Control Service op het toestel geïnstalleerd zijn.
  • Beheer op afstand – Hiermee neemt u de controle over een ondersteund toestel over. Er wordt een applicatie gestart waarmee u ondersteuning kunt geven en problemen op het toestel kunt oplossen. Bij Android-toestellen moet voor deze actie Remote Control Service op het toestel geïnstalleerd zijn.
  • Weergave op afstand – Schakel het actief streamen van de output van het toestel in naar een bestemming van uw keuze, zodat u kunt zien wat de gebruiker ziet bij het gebruik van het toestel. De bestemmingsparameters zijn onder meer IP-adres, poort, audiopoort, wachtwoord en scantijd.
  • Naam van toestel wijzigen – Wijzig de Beschrijvende naam van het toestel in de UEM Console.
  • Logboek voor toestel aanvragen – Vraag het logboek voor foutopsporing voor het desbetreffende toestel op, dat u kunt bekijken door het tabblad Meer te selecteren en Bijlagen > Documenten te kiezen. U kunt het logboek niet weergeven binnen de Workspace ONE UEM console. Het logboek wordt geleverd als een zipbestand en kan worden gebruikt om problemen op te lossen en ondersteuning te bieden.

    Wanneer u een logboek opvraagt, kunt u kiezen om de logboeken van het systeem of de Hub te ontvangen. Systeem geeft logboeken op systeemniveau. Hub geeft logboeken van de verschillende agents op dit toestel.

    Alleen voor Android: Voor Android kunt u gedetailleerde logboeken ophalen uit Android-bedrijfstoestellen en ze in de Console bekijken om problemen op het toestel snel op te lossen.
  • Inchecken van toestel aanvragen – Vraag aanmelding van het geselecteerde toestel bij de UEM-console aan. Met deze actie wordt de status in de kolom Voor het laatst gezien bijgewerkt.
  • Opnieuw opstarten van Workspace ONE Intelligent Hub – Start de Workspace ONE Intelligent Hub opnieuw op. Deze optie wordt gebruikt voor probleemoplossing als het inschrijfproces of het installatieproces van een sub-module onderbroken wordt.
  • Beveiliging (query) – Verstuur een MDM-query naar het toestel om een lijst met actieve beveiligingsinstellingen op te vragen (toestelmanager, encryptie, toegangscode, certificaten, enzovoort.).
  • Bericht sturen – Stuur een bericht naar de gebruiker van het geselecteerde toestel. Kies tussen E-mail, Pushbericht (via AirWatch Cloud Messaging) en SMS. Pushbericht vereist dat AirWatch-applicaties zoals Hub en Boxer ten minste één keer zijn gestart.
  • AirPlay starten – Stream audiovisuele inhoud van het toestel naar een AirPlay-mirrorbestemming. Het MAC-adres (indeling "xx:xx:xx:xx:xx:xx ", niet hoofdlettergevoelig) van de bestemming is vereist. Een toegangscode kan zo nodig ook worden opgegeven. Scantijd definieert het aantal seconden (10-300) dat moet worden besteed aan het zoeken naar het doel. MacOS 10.10 of hoger vereist.
  • AWCM starten/stoppen – Start of stop de Cloud Messaging-service voor het geselecteerde toestel. VMware AirWatch Cloud Messaging (AWCM) stroomlijnt de levering van berichten en commando’s vanuit de Beheerdersconsole. Dankzij de AWCM hoeven eindgebruikers geen toegang te verkrijgen tot het openbare internet of gebruik te maken van consumentenaccounts zoals Google ID's.
  • Toestel synchroniseren – Synchroniseer het geselecteerde toestel met de UEM Console. Hiermee wordt ook de status voor Voor het laatst gezien bijgewerkt.
  • Taakbeheer – Voer Taakbeheer in de UEM Console uit waarmee u de momenteel actieve taken op een toestel op afstand kunt bekijken, zoals Naam, Proces-ID en toepasselijke Acties van taken die u kunt uitvoeren.
  • BIOS-wachtwoord weergeven – Het BIOS-wachtwoord weergeven voor het toestel dat automatisch is gegenereerd door de Workspace ONE UEM console. U ziet het Meest recente toegepaste wachtwoord en het Meest recente verzonden wachtwoord.
  • Manifest weergeven – Bekijk het Pakketmanifest van het toestel in XML-formaat vanuit de UEM-console. Het manifest op Windows Rugged-toestellen geeft metadata voor widgets en applicaties weer.
  • Warme opstart – Start het besturingssysteem opnieuw op zonder een opstartzelftest (POST) uit te voeren.