Indien er tijdens registratie geen toestel-ID is gespecificeerd (zoals een UDID, IMEI of serienummer), gebruikt Workspace ONE UEM deze eigenschappen om een ingeschreven toestel automatisch aan het registratiebestand ervan te koppelen.

Wanneer onvoldoende registratie-informatie is opgegeven, wordt de onderstaande volgorde gebruikt om Workspace ONE UEM-toestellen succesvol te registreren.

  1. Gebruiker aan wie het toestel is geregistreerd.
  2. Platform (indien gespecificeerd).
  3. Model (indien gespecificeerd).
  4. Eigendomstype (indien gespecificeerd).
  5. Datum van het oudste overeenkomende registratiebestand.