Integreer uw e-mailinfrastructuur in enkele eenvoudige stappen door middel van de configuratiewizard van Mobiel e-mailbeheer (MEM).

MEM kan alleen worden geconfigureerd in een bovenliggende organisatiegroep en kan in een onderliggende organisatiegroep niet worden overschreven. Elke MEM-configuratie kan aan één of meerdere profielen voor Exchange ActiveSync (EAS) gekoppeld worden.

Procedure

  1. Navigeer naar E-mail > E-mailinstellingen en klik dan op Configureren.
  2. Selecteer het juiste implementatiemodel en dan het e-mailtype. Klik op Volgende.
    1. Als Proxy het implementatiemodel is, selecteert u het e-mailtype.
        • Exchange
        • Google
        • IBM Notes
    2. Als Direct het implementatiemodel is, selecteert u het e-mailtype.
      • Exchange
      • Google Apps met Direct API
      • Google Apps met wachtwoordprovisioning - Kies of u Gmail wilt implementeren met of zonder het bewaren van wachtwoorden.
    Voor meer informatie over de verschillende implementatiemethoden raadpleegt u de sectie E-mailimplementatietypes.
  3. Voer de gegevens voor het gekozen implementatietype in.
    • Voor SEG-implementaties:
      1. Voer een beschrijvende naam voor deze implementatie in.
      2. Voer de gegevens voor de SEG-proxyserver in.
    • Voor een PowerShell-implementatie:
      1. Voer een beschrijvende naam voor deze implementatie in.
      2. Voer de details voor de PowerShell-server, de verificatie, en de synchronisatie-instellingen in.
    • Voor Gmail:
      1. Voer een beschrijvende naam voor deze implementatie in.
      2. Voer de details voor Gmail, verificatie, Google Apps Directory APIs-integratie en SEG-proxy-instellingen in.
  4. Koppel een EAS-profielsjabloon aan de MEM-implementatie en klik op Volgende.
    1. Creëer een EAS-profielsjabloon voor deze implementatie.
      Nieuwe profielsjablonen worden niet automatisch naar toestellen gepubliceerd. U kunt profielen vanaf de pagina Profielen naar toestellen publiceren.
    2. (Optioneel) Koppel een bestaand profiel aan deze implementatie als er meer dan één MEM-implementatie moet worden geconfigureerd voor één organisatiegroep.
    De pagina MEM Config-samenvatting toont de configuratiedetails.
  5. Daarna kunt u de instellingen opslaan.
  6. Zodra deze zijn opgeslagen kunt u geavanceerde instellingen aan deze implementatie toevoegen.
    1. Klik op het pictogram Geavanceerd dat bij uw implementatie hoort.
    2. Configureer de beschikbare instellingen voor de postvakken van uw gebruikers volgens de vereisten die zijn weergegeven in het scherm Geavanceerde configuratie voor mobiel e-mailbeheer.
    3. Selecteer Opslaan.

Volgende stappen

Om meerdere MEM-implementaties te configureren, klikt u op Toevoegen (beschikbaar op de hoofdpagina voor Configuratie van Mobiel e-mailbeheer) en voert u stappen 2-7 uit

Binnen een SEG-implementatie kunt u een bepaalde configuratie als de standaard aanwijzen door middel van de optie Als standaard instellen, beschikbaar onder .

Opmerking:
  • U moet gebruikersgroepen creëren die elkaar wederzijds uitsluiten, indien u meerdere PowerShell-omgevingen aan dezelfde Exchange-server koppelt.
  • Als u met meerdere Gmail-omgevingen verbinding maakt, dient u verschillende domeinen in de configuratie te gebruiken.
  • Het is aan te bevelen om SEG- en PowerShell-integratie alleen tijdens migratie van MEM-implementaties aan dezelfde e-mailomgeving te koppelen en dan alleen met de juiste instellingen. Ondersteuning van Workspace ONE kan u met deze implementatie helpen.