Flexibele schijfindelingen vergroten de opslagflexibiliteit en bieden u de mogelijkheid extra schijven aan een knooppunt toe te voegen. U kunt de schijven ook toevoegen wanneer u een toepassingsblueprint maakt. De schijven worden dynamisch gemaakt tijdens de inrichting en aan het knooppunt toegevoegd.

Over deze taak

U kunt ook het plaatsen van schijven in verschillende datastores beheren. Zodra de gebruiker de flexibele schijfindeling voor knooppunten in de blueprint heeft gedefinieerd, kan de toepassingsimplementeerder de implementatie verder aanpassen:

  • Elke afzonderlijke schijf aan een specifieke datastore toewijzen

  • De schijfgrootte voor elke extra schijf instellen

De extra schijven zijn onderdeel van een knooppunt van virtual machines. De schijven worden gedefinieerd door zowel de service die de schijven gebruikt als de gebruiker die service gebruikt. Hierbij worden bepaalde veronderstellingen gehanteerd over de interactie tussen de service en de gebruiker.

Als een Oracle-service bijvoorbeeld minstens één gegevensschijf en één schijf voor logboeken over opnieuw uitgevoerde bewerkingen nodig heeft, moet de gebruiker twee schijven aan het knooppunt toevoegen, anders werkt het servicescript niet goed.

Opmerking:

U kunt geen verschillende schijfinstellingen voor een afzonderlijk knooppunt in hetzelfde knooppuntarray opgeven.

Databases kunnen flexibele schijfindelingen gebruiken. De nieuwe Oracle 11g-databaseservice wordt als een kant-en-klare service in Application Services toegevoegd. Deze service kan worden aangepast om flexibele schijfindelingen te gebruiken.

Voorwaarden

Raak vertrouwd met de vooraf gedefinieerde eigenschap voor informatie over de schijfindeling wanneer u meerdere schijven aan een virtual machine wilt gaan toevoegen. Zie Vooraf gedefinieerde eigenschap Informatie schijfindeling.

Procedure

  1. Selecteer het knooppunt en klik op Nieuw op het tabblad Schijven onder de blueprint.

    Denk aan de volgende opties wanneer u een schijf aan uw toepassingsblueprint toevoegt:

    Tabel 1. Schijfopties

    Optie

    Beschrijving

    Naam

    De unieke naam van de schijf in het knooppunt.

    Pad naar locatie

    Het pad naar de schijf die wordt geïnstalleerd. In Application Services wordt de schijf niet geïnstalleerd als het pad naar de locatie niet is opgegeven of als de schijf niet is geformatteerd.

    Bestandssysteem

    U kunt bestandssystemen zoals ext3 of NTFS opgeven.

    Grootte (GB)

    De grootte van de schijf die zal worden ingericht.

    Tags

    Een opgegeven string die u kunt gebruiken om de toewijzing tussen schijf en opslag te bepalen.

    Beschrijving

    Geef meer informatie op over de schijf.

  2. Optioneel: wijs aan elke extra schijf meerdere schijftags toe.

    U kunt elke schijftag voor meerdere schijven gebruiken in de informatie over de schijfindeling. De schijftag wordt gebruikt om het doel van het schijfgebruik aan te geven. Er zijn vier vooraf gedefinieerde schijftags voor databaseservices:

    Tabel 2. Schijftags

    Tag

    Beschrijving

    Archief

    Voor de opslag van archiefbestanden van de database.

    Binair

    Voor de opslag van binaire bestanden zoals Oracle-binair.

    Gegevens

    Voor de opslag van gegevensbestanden, zoals tabelbestanden van Oracle.

    Logboek

    Voor de opslag van onlinelogbestanden van de database.

  3. Klik op Opslaan in de werkbalk boven het canvas wanneer u klaar bent.

Volgende stappen

Implementeer de toepassing. Zie Toepassingen implementeren.