Raak vertrouwd met de voorbeeldonderdelen in de bibliotheek aangezien deze verschillende voorbeelden bevatten over het definiëren van eigenschappen en actiescripts.

Opmerking:

Gebruik de voorbeeldonderdelen uit de bibliotheek alleen in een testomgeving.

Volg deze beste praktijken bij het ontwikkelen van onderdelen in Application Services.

  • Sommige installatieprogramma's hebben toegang tot de tty-console nodig. Leid de in invoer om van /dev/console.

    De vooraf gedefinieerde RabbitMQ-service gebruikt bijvoorbeeld de opdracht ./rabbitmq_rhel.py --setup-rabbitmq < /dev/console in het installatiescript.

  • Wanneer een onderdeel een levenscyclus met meerdere fasen heeft, kan de eigenschapswaarde veranderd worden in de INSTALLATIE-fase. De nieuwe waarde wordt naar de volgende fase in de levenscyclus verzonden. Actiescripts kunnen de waarde van een eigenschap berekenen gedurende de implementatie om de waarde aan andere afhankelijke scripts te leveren.

    Opmerking:

    Het is niet mogelijk om de eigenschapswaarde van de inhoud van een onderdeel te wijzigen wanneer dit een levenscyclus van meerdere fasen heeft.

    In bijvoorbeeld de voorbeeldtoepassing Clustered Dukes Bank berekent de service JBossAppServer de eigenschap JVM_ROUTE gedurende de installatiefase in de levenscyclus. Deze eigenschap wordt door de service JBossAppServer gebruikt voor het configureren van de levenscyclus. De service Apache load balancer verbindt vervolgens de eigenschap JVM_ROUTE aan de eigenschap all(appserver:JbossAppServer:JVM_ROUTE) om de uiteindelijke berekende waarde voor knooppunt0 en knooppunt1 te verkrijgen.

    Indien een onderdeel een eigenschapswaarde van een ander onderdeel vereist voor het succesvol voltooien van een toepassingsimplementatie, moet u afhankelijkheden uitdrukkelijk in de toepassingsblueprint vermelden.

  • Om een script zonder onderbrekingen uit te voeren, moet de returnwaarde op nul (0) worden ingesteld.

    Deze instelling geeft de agent de mogelijkheid om alle eigenschappen vast te leggen en deze naar de Application Services-server te versturen.