Een knooppunt kan over meerder NIC's beschikken, waarbij aan elke NIC één IP-adres op de geïmplementeerde virtual machine wordt toegewezen.

De volgende IP-adressen zijn beschikbaar in de eigenschappen NodeName:NICx_ip, waar -x- staat voor het NIC-nummer.

In de voorbeeldtoepassing Clustered Dukes Bank worden de eigenschappen van het knooppunt Load Balancer weergegeven als load_balancer:NIC0_ip en load_balancer:NIC1_ip, omdat er voor het knooppunt Load Balancer twee NIC's zijn gedefinieerd. Het kan niet worden gegarandeerd dat NIC0 en NIC1 respectievelijk aan eth0 en eth1 op de virtual machine worden toegewezen. De NIC's zijn logische namen in de blueprint voor de netwerkinterfaces. Deze NIC's worden aan logische netwerken toegewezen. Deze netwerken worden vervolgens aan specifieke cloudnetwerken toegewezen. De eigenschap NIC0_ip geeft als resultaat het IP-adres dat is toegewezen aan de virtual machine die in de blueprint is gedefinieerd, niet het eth0 IP-adres in de virtual machine.

De eigenschap load_balancer:ip wordt ook aangegeven. Deze eigenschap verwijst naar het IP-adres van de eerste NIC en NIC0. Als een onderdeel de IP-adressen van alle virtual machines in een cluster nodig heeft, wordt de eigenschap all(NodeName:NICx_ip) gebruikt. Om naar het IP-adres van de huidige virtual machine te verwijzen, is de eigenschap self:ip beschikbaar. Deze eigenschap is handig voor geclusterde knooppunten, omdat een onderdeel mogelijk moet weten in welke virtual machine het zich bevindt en niet de IP-adressen van alle virtual machines in het cluster hoeft te weten. Om de eigenschappen van een specifieke virtual machine in een cluster te krijgen, kunt u de eigenschap all(NodeName:node_array_index) gebruiken. Zie Vooraf gedefinieerde eigenschap Knooppuntarrayindex.