Application Services en vRealize Automation delen tenants en bedrijfsgroepen. Een tenant is een organisatorische eenheid in een vRealize Automation-implementatie. Een bedrijfsgroep behoort bij een tenant en koppelt een reeks services en bronnen met een reeks gebruikers.

Een toepassing van Application Services is geregistreerd bij een vRealize Automation-implementatie, ook wel instantie genoemd, en bij een tenant in die instantie. Een systeembeheerder van Application Services kan de toepassing bij verschillende tenants registreren, maar slechts bij een tenant tegelijkertijd.

Een tenant beschikt over meerdere bedrijfsgroepen. Elke bedrijfsgroep in een tenant beschikt over leden en objecten, zoals toepassingen, services en externe services. Gebruikers kunnen lid zijn van meerdere bedrijfsgroepen en meerdere tenants. Elk object is eigendom van een bedrijfsgroep. Alleen gebruikers die behoren bij de bedrijfsgroep, kunnen de objecten in die groep bewerken.

Toepassingen, services en andere objecten in Application Services zijn of privé of gedeeld. Alleen gebruikers die lid zijn van een bepaalde bedrijfsgroep, kunnen de privéobjecten van die groep zien of bewerken. Alle gebruikers van alle bedrijfsgroepen binnen een tenant kunnen de gedeelde objecten zien.

De functie van gebruikersrollen is, onder meer, bepalen welke objecten gebruikers kunnen maken. Een gebruiker met de rol toepassingsarchitect kan bijvoorbeeld een toepassing en andere objecten maken. De gebruiker die een toepassing maakt, wijst deze toe aan een bedrijfsgroep en bepaalt of de toepassing privé of gedeeld is. Vervolgens kunnen alleen de leden van de bedrijfsgroep die eigenaar van de toepassing is, deze bewerken. Als de toepassing privé is, kunnen alleen de leden van de bedrijfsgroep die eigenaar van de toepassing is, deze zien. Als de toepassing gedeeld is, kunnen alle leden van bedrijfsgroepen binnen de tenant de toepassing zien. Ongeacht of de toepassing privé of gedeeld is, alleen de leden van de bedrijfsgroep die eigenaar van een toepassing is, kunnen deze bewerken.

De verschillende deelniveaus bepalen wat u kunt doen met de onderdelen binnen de blueprint en met de toepassing zelf. Als de aangemelde gebruiker die de blueprint heeft geconstrueerd, moet u horen bij de bedrijfsgroep die eigenaar van de toepassing is, om de blueprint te kunnen bewerken. Logische sjablonen, services, externe services, taken, artefacten en opslagplaatsen voor artefacten horen allemaal bij bedrijfsgroepen en kunnen of privé of gedeeld zijn. Als u onderdelen selecteert van een gedeelde blueprint die bij een andere bedrijfsgroep hoort, kunt u deze onderdelen zien maar niet wijzigen. Alleen als u bij de bedrijfsgroep hoort die eigenaar van een onderdeel is, kunt u het onderdeel wijzigen. Wanneer u een toepassing deelt, moeten alle onderdelen in de toepassingsblueprint zoals logische sjablonen, services en externe services expliciet worden gedeeld.