Een catalogusbeheerder van toepassingen kan eigenschappen in de catalogus voor services en aangepaste taken definiëren.

Als u aanpassing van een onderdeelscript mogelijk wilt maken, kunt u de standaardwaarde van een eigenschap in de bibliotheek overschrijven in een blueprint ten bate van een specifieke toepassing waarin de service wordt gebruikt. De eigenschapswaarde kan verder worden overschreven in het implementatieprofiel, teneinde te voldoen aan de implementatieomgeving waarin de service wordt geïmplementeerd.

Opmerking:

Eigenschapswaarden zijn hoofdlettergevoelig. Nieuwe eigenschapswaarden kunnen niet worden geactiveerd als de waarde onjuist is ingevoerd.

Als u bijvoorbeeld een Apache Tomcat-server wilt implementeren, heeft de catalogusbeheerder van toepassingen de waarde van JVM HEAP_SIZE in de service mogelijk geconfigureerd als 512 MB. De toepassingsarchitect kan de waarde opnieuw definiëren als 1024 MB voor een grotere toepassing. De implementeerder kan de waarde overschrijven en instellen als 2048 MB om grote belastingen te hanteren wanneer de toepassing in een implementatieomgeving voor de productie wordt geïmplementeerd.

Eigenschapswaarden kunnen standaard niet worden overschreven, maar de catalogusbeheerder van toepassingen kan ervoor kiezen de overschrijfbare functie in te schakelen. Voor eigenschappen die kunnen worden overschreven, kan de toepassingsarchitect in sommige gereguleerde omgevingen een waarde voor de eigenschap forceren en de overschrijfbare functie uitschakelen voor de persoon die de toepassing implementeert.

U kunt eigenschapswaarden definiëren wanneer u een service of een aangepaste taak tijdens de implementatie van een toepassing toevoegt. Zie Een service aan de bibliotheek toevoegen en Een aangepaste taak aan de bibliotheek toevoegen.