Nadat de toepassing is geconfigureerd en is geregistreerd bij de vRealize Automation-server en nadat eventueel vooraf gedefinieerde voorbeeldcontent is geïmporteerd, kunt u de webinterface openen om aan de slag te gaan.

Procedure

  1. Voer het wachtwoord in voor het gebruikersaccount van de Application Services-beheerder en druk op Enter.
  2. Voer, als daarom wordt gevraagd, ter bevestiging opnieuw het wachtwoord in en druk op Enter.

    Het opstartscript wordt start de benodigde services en geeft de URL weer voor toegang tot de Application Services-server.

  3. Ga naar de Application Services-server via een ondersteunde browser.

    De URL-indeling is https://Application_Services_IP_or_hostname:8443/darwin/org/tenantURL, waar tenantURL de URL-naam van de tenant is.

  4. Meld u aan als een tenantbeheerder voor vRealize Automation of als een tenantgebruiker waaraan één of meerdere Application Services-rollen zijn toegewezen. De gebruiker moet minstens tot één bedrijfsgroep in de tenant horen.

Resultaten

De webinterface wordt in de browser geopend. Zie De webinterface van Application Services gebruiken.

Opmerking:

Als u de Application Services-toepassing wilt uitschakelen die wordt uitgevoerd in vCloud Director, doe u dit in de gebruikersinterface van vCloud Director. Gebruik vCenter Server niet om de Application Services-toepassing af te sluiten.

Volgende stappen

Als darwin_user is vergrendeld vanwege te veel mislukte aanmeldingspogingen, moet u het account ontgrendelen voordat u verder kunt gaan. Zie Uw darwin_user-account ontgrendelen.

Meld u aan bij Application Services en zorg ervoor dat u bekend bent met de producteigenschappen. Zie Aanmelden bij Application Services en De webinterface van Application Services gebruiken.

Registreer een cloudprovider voor de cloudomgeving. Zie De vCloud Director-cloudprovider en -sjabloon registreren, De vRealize Automation-cloudprovider en -sjabloon registreren of De Amazon EC2-cloudprovider en -sjabloon registreren.