De opdracht CLI importeren importeert een pakket dat uit toepassingen en hun gekoppelde blueprints en implementatieprofielen, externe diensten, beleidsregels, services, logische sjablonen en beschikbare aangepaste taken bestaat om tussen verschillende instanties van Application Services te importeren.

U kunt alleen pakketten importeren die zijn gemaakt met de opdracht exporteren. U kunt geen pakket importeren dat is gewijzigd of dat op een andere wijze is gemaakt dan door de opdracht exporteren.

U moet lid zijn van de bedrijfsgroep die eigenaar is van elk object dat zich in het te importeren pakket bevindt om de objecten te importeren.

Wanneer u de opdracht importpakket uitvoert, importeert u het volledige pakket op de doelserver. U kunt geen objecten uit het pakket selecteren om deze afzonderlijk te importeren.

U kunt geen externe services met dezelfde naam in verschillende bedrijfsgroepen importeren en u kunt geen externe service die een afhankelijkheid heeft importeren, als deze eigendom is van een andere bedrijfsgroep.

  • Zorg ervoor dat de toepassing die het implementatieprofiel in de brontoepassing bevat, ofwel een gedeelde toepassing is ofwel privé eigendom is van de doelgroep in de doeltoepassing. Het importeren van een implementatieprofiel in een privétoepassing die eigendom is van een andere bedrijfsgroep dan de doelgroep, wordt niet ondersteund.

  • Zorg ervoor dat de blueprint die is gebruikt bij het maken van het implementatieprofiel, niet is gewijzigd wanneer deze wordt geïmporteerd. Elke kleine verandering in de blueprint voorkomt dat knooppunten en onderdelen worden toegewezen en dit wordt niet ondersteund.

U kunt een implementatieprofiel importeren als een afhankelijkheid van een gedeelde toepassing of als een afhankelijkheid van een privétoepassing die eigendom is van de doelgroep. Zorg er ook voor dat de blueprint die is gebruikt bij het maken van het implementatieprofiel, niet wordt gewijzigd tijdens het importeren. De kleinste wijziging voorkomt de toewijzing van knooppunten en onderdelen. Voordat u een implementatieprofiel importeert, moet u de aangepaste taak opslaan die u aan het uitvoeringsimplementatieplan hebt toegevoegd. Zie Het uitvoeringsplan controleren en aangepaste taken toevoegen.

Het importeerproces lukt alleen als de objecten in het pakket geen niet-ASCII tekens bevatten.

De opdracht importpakket

De opdracht CLI importpakket heeft de volgende indeling.

import-package --importFilePath padnaam --targetGroup obgnaam --ConflictResolutionAction actie

In de volgende tabel worden de vereiste onderdelen van de opdracht importpakket beschreven.

Onderdeel van CLI-opdracht

Beschrijving

import-package

De naam van de opdracht importpakket

--importFilePath padnaam

Hiermee wordt de padnaam van het te importeren pakket opgegeven. --importFilePath /home/dev/joomla.zip geeft bijvoorbeeld de locatie en de naam aan van het te importeren pakket: joomla.zip.

--targetGroup bdgroepnaam

Geeft de naam op van de bedrijfsgroep die eigenaar is van het te importeren object. Beleidsregels zijn uitgesloten. Iedereen in de tenant heeft toegang tot beleidsregels, de bedrijfsgroep die eigenaar is, wordt dus genegeerd.

--ConflictResolutionAction actie

Geeft aan welke actie voor conflictoplossing wordt gebruikt: CONTROLEREN, OVERSLAAN, OVERSCHRIJVEN of IMPORTERENALSNIEUW . De opdracht importpakket kan maar één actie voor conflictoplossing bevatten.

In de volgende tabel worden de verschillende acties voor conflictoplossing beschreven die kunnen worden gebruikt bij het importeren van een pakket.

Actie voor conflictoplossing

Beschrijving

CHECK

Maakt een lijst van alle objecten in het te importeren pakket en geeft aan of een object bestaat in het doel. Er wordt bepaalt of er overeenstemming is door de namen van de objecten en de versie-id's te vergelijken. Een versie-id heeft de indeling groot.klein.micro.kwalificatie, bijvoorbeeld 2.0.1.beta.

SKIP

Het object wordt uit het pakket gekopieerd, als dit nog niet bestaat op het doel. Als het object al bestaat op het doel, wordt dit niet gekopieerd. Een gekopieerd object is eigendom van de bedrijfsgroep die wordt aangegeven door --doelGroep.

OVERWRITE

De inhoud van het object wordt overschreven door de inhoud van het pakket als het object al bestaat op het doel. Een object dat nog niet bestaat op het doel, wordt gekopieerd naar de bedrijfsgroep die eigenaar is en die wordt aangegeven door --doelGroep. De aangemelde gebruiker moet lid zijn van de bedrijfsgroep die eigenaar is van de objecten in het pakket, om deze te kunnen importeren.

IMPORTASNEW

Een object uit het pakket wordt naar het doel gekopieerd met een nieuwe naam, alsof dit object nog niet bestond op het doel. Het nieuwe object wordt eigendom van de bedrijfsgroep die wordt aangegeven door --doelGroep. U moet een achtervoegsel opgeven voor het object dat een nieuwe naam krijgt, met de optie --suffix.

In de volgende tabel worden de beschikbare opdrachtopties beschreven.

CLI-opdrachtoptie

Beschrijving

--shared

De nieuwe items in het pakket worden gedeeld met de leden van alle bedrijfsgroepen in de tenant. Als deze opdrachtoptie wordt weggelaten, worden de nieuwe items in het pakket privé voor de leden van de bedrijfsgroep die eigenaar is.

--suffix spftekst

Hiermee wordt een onderstrepingsteken en de tekst die is vermeld in tekstvanachtervoegsel aan het eind van elk object in het pakket toegevoegd waarvoor een overeenkomstig object bestaat. Als u bijvoorbeeld --achtervoegsel NIEUW opgeeft en apache:1.0.0 uit het pakket kopieert, wordt de nieuwe naam van het object apache _NIEUW met als versienummer 1.0.0. De bedrijfsgroep die eigenaar is van het nieuwe object is de doelgroep die is opgegeven door --doelGroep.

OVERSLAAN en OVERSCHRIJVEN

import-package --importFilePath /home/dev/dukes.zip --conflictResolutionAction SKIP --targetGroup Development
import-package --importFilePath /home/dev/dukes.zip --conflictResolutionAction OVERWRITE --targetGroup Development