Nadat u Application Services hebt geïnstalleerd, moet u bepalen wie welk type objecten in Application Services kan gebruiken en welke taken deze gebruikers of groepen gebruikers mogen uitvoeren. U maakt gebruik van vRealize Automation om gebruikersgroepen en bedrijfsgroepen te maken en om rollen, rechten en goedkeuringen in Application Services en vRealize Automation toe te wijzen.

U kunt selectief beheerdersrechten toewijzen door rollen aan specifieke gebruikers en gebruikersgroepen toe te wijzen. U kunt de toegang tot specifieke implementatieomgevingen en cloudsjablonen beperken door de objecten en de bijbehorende gebruikers of groepen toe te wijzen aan dezelfde bedrijfsgroep. Met gebruikersgroepen kunt u rollen en rechten aan meer dan één gebruiker tegelijk toewijzen. Met bedrijfsgroepen kunt u een reeks services en bronnen in Application Services koppelen aan een groep gebruikers.

Via gebruikersrollen wordt opgegeven welke functies een gebruiker uit kan voeren in Application Services. Deze functies omvatten het beheer van de bibliotheek, het beheer van de cloudproviders en implementatieomgevingen, het maken van toepassingen en het implementeren van toepassingen.

Application Services beschikt over de volgende rollen.

Rol

Functies

Toepassingsarchitect

Maakt, wijzigt en verwijdert toepassingen.

Catalogusbeheerder van toepassing

Definieert services, sjablonen, besturingssystemen, taken en tags.

Cloudbeheerder van toepassing

Definieert bronnen en implementatieomgevingen.

Uitgever en implementator van toepassing

  • Implementeert toepassingen in de vRealize Automation-catalogus.

  • Maakt en publiceert services, bibliotheekitems en acties en werkt deze bij.

U moet u bij vRealize Automation aanmelden als een tenantbeheerder om rollen toe te wijzen voor Application Services. Zie de documentatie bij vRealize Automation 6.1 voor meer informatie over het beheren van gebruikers, gebruikersgroepen en bedrijfsgroepen.