In Application Services kunt u het ontkoppelingsproces starten om de vCloud Director vApp en gekoppelde virtual machines, de vRealize Automation virtual machine en de gekoppelde virtual machine in vCenter Server of Amazon EC2-instanties uit de cloudomgeving te verwijderen.

Over deze taak

U kunt een geïmplementeerde toepassing ontkoppelen vanuit de Application Services-gebruikersinterface of vanuit de opdrachtregelinterface. Zie CLI gebruiken voor het ontkoppelen van een implementatie. In de gebruikersinterface kunt u het script ONTKOPPELEN voor een levenscyclusfase definiëren voor een serviceversie en toepassingonderdeel om een toepassing en de gekoppelde virtual machines of een bijgewerkte toepassing te verwijderen.

Als een implementatie mislukt na installatie van een of meer virtual machines die deel uitmaken van een toepassing, of als een toepassing niet wordt gebruikt, kunt u Application Services gebruiken om de toepassing te ontkoppelen. Alle virtual machines in de toepassing worden uit hun hosts in de cloud verwijderd.

Bij het ontkoppelen van een implementatie van de cloud verwijdert u het implementatierecord niet van de pagina Application Services. Als u de implementatierecord wilt verwijderen van de pagina Implementaties, raadpleegt u Een toepassingsimplementatie verwijderen uit Application Services.

Voorwaarden

  • Meld u aan bij Application Services als een uitgever en implementator van toepassingen.

  • Controleer of de virtual machines die deel uitmaken van de toepassing nog aanwezig zijn in de cloud. Als uw omgeving bijvoorbeeld het beleid heeft virtual machines na een bepaald aantal dagen te verwijderen, kan de virtual machine al zijn verwijderd.

Procedure

  1. Ga naar de titelbalk van Application Services, klik op het vervolgkeuzemenu en selecteer Implementaties.
  2. Voer de naam in van de te ontkoppelen implementatie in het zoektekstvak.
  3. Selecteer de te ontkoppelen implementatie in de lijst met zoekresultaten.

    De pagina met de samenvatting van de implementatie wordt geopend.

  4. Ga naar de werkbalk boven de implementatiesamenvatting en selecteer Bewerkingen > Ontkoppelen.
    • In het dialoogvenster Implementatie ontkoppelen selecteert u Snel ontkoppelen om de virtual machines voor deze implementatie te verwijderen en klikt u op Ontkoppelen.

    • Selecteer in het dialoogvenster Implementatie ontkoppelen de optie Geassisteerd ontkoppelen om de wizard Ontkoppelen te openen en klik op Ontkoppelen.

    Tijdens het snelle ontkoppelingsproces wordt het script ONTKOPPELEN voor een levenscyclusfase niet uitgevoerd.

    Een samengestelde toepassingsimplementatie ondersteunt alleen het snelle ontkoppelingsproces en alle bijbehorende toepassingsimplementaties moeten tegelijkertijd worden ontkoppeld.

    Tijdens het geassisteerde ontkoppelingsproces wordt in de wizard Ontkoppelen het script ONTKOPPELEN voor een levenscyclusfase weergegeven dat u kunt configureren. U kunt ook de volgorde weergeven waarin de taken in het script worden uitgevoerd en de wijzigingen in het script controleren voordat u het script uitvoert om de virtual machines voor deze implementatie te verwijderen.

  5. (Optioneel) : Als het ontkoppelingsproces mislukt, herhaalt u het proces.

Resultaten

Boven de taakstatusvensters wordt op de taaktijdbalk de status van het ontkoppelingsproces weergegeven. Als de virtual machines uit hun hosts in de cloud zijn verwijderd, wordt de status weergegeven in de sectie Taaksamenvatting en bij de algemene implementatiestatus.

Als het ontkoppelingsproces is gestart, kunt u de geïmplementeerde virtual machines niet meer bijwerken, ook niet als het ontkoppelingsproces mislukt en de virtual machines nog aanwezig zijn in de cloudomgeving. Vraag uw cloudbeheerder om de implementatie van de cloud te ontkoppelen.

Volgende stappen

Als u de record van een implementatie definitief wilt verwijderen van de pagina Implementaties, raadpleegt u Een toepassingsimplementatie verwijderen uit Application Services.