Elke beleidsdefinitie heeft een SCAN-script voor de levenscyclusfase voor het beoordelen van de nalevingsstatus van een implementatie. Application Services roept het actiescript met de beleidsscan aan voor het uitvoeren van bewerkingen, met uitzondering van het ontkoppelingsproces, op de implementatie of wanneer een gebruiker een beleidsscan expliciet op de implementatie uitvoert.

Over deze taak

Het scanactiescript bevat een implementatiemodel zoals gedefinieerd in de REST API-specificatie van Application Services. Het scanactiescript ontvangt ook extra onderdelen die in de blueprint voor implementatie worden gebruikt.

U moet beleidsinstanties in specifieke implementatieomgevingen maken om beleidsregels in te schakelen. Indien er gedurende de implementatie een beleidsovertreding plaatsvindt, wordt deze gemarkeerd en kunt u de details van de overtreding bekijken op de pagina Samenvatting van naleving van het beleid weergeven.

Opmerking:

Java Script is de enige ondersteunde taal voor het schrijven van beleidsdefinitiescripts.

Beleidseigenschappen die zijn gedefinieerd in een beleidsdefinitie, worden als individuele variabelen aan het script geleverd. Het script verkrijgt toegang tot de variabelen door deze met dezelfde naam als de naam van de eigenschap te declareren.

Variabele voor scriptinvoer

Beschrijving

var min_cpu_count

Komt overeen met de eigenschap min_cpu_count en de waarde voor het script is ingesteld op gebruik.

eventPayload

Bevat de details van de implementatie beoordeeld op naleving van het beleid.

Voor normale eigenschappen moet var eventPayload worden toegevoegd om toegang tot het object eventPayload te verkrijgen.

Het beleidsscript kan de variabele eventPayload beschouwen als een java-object met de volgende eigenschappen:

deploymentProfile van type DeploymentProfile zoals gedefinieerd in V2 API

Vertegenwoordigt het implementatieprofiel voor het vastleggen van de nieuwste details van de implementatie. In geval van updates bevat dit alle wijzigingen die deel uitmaken van het updateprofiel.

blueprint van type blueprint zoals gedefinieerd in V2 API

Vertegenwoordigt het actuele blueprintobject waarnaar wordt verwezen in deploymentProfile.

logicalTemplates van type ListLogicalTemplate waarbij LogicalTemplate is zoals gedefinieerd in V2 API

Vertegenwoordigt de lijst met logische sjablonen waarnaar wordt verwezen in verschillende knooppunten in de toepassingsblueprint.

serviceVersions van type ListServiceVersion waarbij ServiceVersion is zoals gedefinieerd in V2 API

Vertegenwoordigt de lijst met serviceversies waarnaar wordt verwezen in verschillende knooppunten in de toepassingsblueprint.

Van beleidsscripts wordt verwacht dat ze de volgende eigenschappen uitvoeren om het resultaat van de nalevingsbeoordeling te communiceren. Scripts moeten ze als variabelen declareren.

Variabele voor scriptuitvoer

Beschrijving

complianceResult

Type string, verplicht. Indien een script deze niet instelt, wordt het nalevingsresultaat als fout aangenomen.

De geldige waarden voor de variabele zijn:

Compliant

Geeft aan dat een implementatie voldoet aan het beleid dat wordt beoordeeld.

Non_Compliant

Geeft aan dat een implementatie het beleid dat wordt beoordeeld overtreedt.

Error

Geeft aan dat er geen beoordelingsresultaat kon worden geproduceerd.

complianceMessage

Type string.

Deze optionele waarde biedt een samenvatting van hoog niveau van de reden achter de beleidsovertreding. De waarde kan een willekeurige string zijn met maximaal 2048 tekens.

De scripts kunnen logboekberichten maken met de standaardfunctie println in Java Script. Het logboek wordt vastgelegd door Application Services, wat handig is voor het diagnosticeren van fouten in beleidsscripts of voor meer informatie over het resultaat van een beleidsbeoordeling.

Voorwaarden

  • Meld u aan bij Application Services als een cloudbeheerder voor toepassingen en een uitgever en implementator van toepassingen.

  • Controleer of er minstens één beleid in de bibliotheek is gemaakt. Zie Een beleid aan de bibliotheek toevoegen.

Procedure

  1. Ga naar de titelbalk van Application Services, klik op het vervolgkeuzemenu en selecteer Bibliotheek > Beleidsregels.
  2. Open een beleid om een beleidsdefinitiescript toe te voegen.
  3. Klik op de hyperlink in de scriptkolom om het dialoogvenster Script bewerken te openen.

    U kunt naar de bestaande beleidsdefinities verwijzen en een script in het dialoogvenster maken.

  4. Klik op OK.

Volgende stappen

Het opgeven van een beleidsdefinitie heeft geen impact op implementaties, tenzij u een beleidsinstantie in een implementatieomgeving maakt om die beleidsdefinitie op alle implementaties onder de implementatieomgeving mogelijk te maken. Zie Een beleidsinstantie maken.