Met beheer van artefacten kan uw organisatie een toepassing implementeren die gebruik maakt van versiebestanden en andere typen softwareartefacten, zonder acht te slaan op hun fysieke locatie.

Een artefact is een script of het resultaat van een bouwproces. Met beheer van artefacten wordt in de blueprint van een toepassing een artefact aangegeven met een type en een naam, maar niet door een locatie of unieke identificatiecode. Het beheer van artefacten controleert de fysieke locatie en de identiteit van artefacten en levert het vereiste artefact tijdens de implementatie.

In het beheer van artefacten maakt een catalogusbeheerder van een toepassing specificaties van opslagplaatsen voor artefacten en koppelt deze aan instanties van opslagplaatsen voor artefacten. In de specificatie van de opslagplaats voor artefacten wordt een archief opgegeven voor een onbeperkt aantal artefacten. In de eigenschappen van dit archief worden de instanties van de opslagplaatsen voor de artefacten en de artefacten die het bevat, weergegeven. Application Services geven out-of-the-box-specificaties van opslagplaatsen voor artefacten aan voor Jenkins en YUM en tevens de mogelijkheid om extra specificaties van opslagplaatsen voor artefacten te definiëren.

De specificatie van de opslagplaats voor een artefact heeft scripts voor de agent- en de serverkant waarmee artefacten van een opslagplaatsinstantie van het artefact kunnen worden opgehaald. Een script kan metagegevens produceren, die samen met het artefact kunnen worden opgeslagen. U kunt er ook een artefact mee zoeken of volgen. De levenscycli van het script zijn artefact omzetten, artefact downloaden en tracerings-id's zoeken. U kunt uw eigen scripts schrijven met Bash, Windows Cmd, Windows Powershell, BeanShell en JavaScript.

Een toepassingsarchitect en andere toepassingsbeheerders maken de specificaties voor artefacten, koppelen deze aan instanties van opslagplaatsen voor artefacten, zoals Jenkins-versieprojecten en maken vervolgens de koppeling tussen de specificaties van het artefact en de eigenschappen van services, een externe service of toepassingsonderdelen, zoals WAR- of JAR-bestanden in de blueprints van toepassingen. In een specificatie van een artefact wordt een artefact alleen geïdentificeerd door een naam, beschrijving en bedrijfsgroep. De implementatieomgeving die u hebt geselecteerd, bepaalt de actuele instantie van de opslagplaats van het artefact en het implementatieprofiel bepaalt het eigenlijke artefact. U kunt een artefact toewijzen aan één opslagplaats per implementatieomgeving.