U kunt automatisch met andere eigenschappen binden door de installatie van metagegevens van Automatisch binden in een service te gebruiken en standaardmetagegevens in knooppunten, knooppuntarrays, services en het toepassingsonderdeel WAR te gebruiken.

Op basis van de metagegevens van Automatisch binden die de catalogusbeheerder van toepassingen in een service heeft gedefinieerd, wordt het type Automatisch binden weergegeven als Gebruiken of Weergeven, zodat andere eigenschappen in de blueprint ermee kunnen binden. In het blueprintcanvas wordt een pictogram Weergeven Pictogram Weergeven voor Automatisch binden weergegeven naast de eigenschappen van Weergeven voor Automatisch binden, en wordt een pictogram Gebruiken Pictogram Gebruiken voor Automatisch binden weergegeven naast de eigenschappen van Gebruiken voor Automatisch binden. De knopinfo voor de pictogrammen geeft de informatie van het type Automatisch binden en de tag Automatisch binden weer. Bij het pictogram Gebruiken van de eigenschap webapps_dir is bijvoorbeeld de knopinfo Automatisch binden Gebruiken: Servletcontainer, DIR te zien. De catalogusbeheerder van toepassingen stelt de parameters voor het type en de tags van Automatisch binden voor de service in tijdens het maken van een service of het bewerken van een bestaande service. Zie Een service aan de bibliotheek toevoegen.

Vooraf geconfigureerde onderdelen voor Automatisch binden

WAR is het enige toepassingsonderdeel dat vooraf is geconfigureerd voor Automatisch binden. U kunt de vooraf gedefinieerde parameters voor het type en de tags van Automatisch binden niet bewerken.

Het toevoegen van een toepassingsonderdeel aan een service impliceert dat eigenschappen voor beide kunnen worden ingesteld. In dit geval vindt twee maal Automatisch binden plaats. De broneigenschappen in het toepassingsonderdeel worden ingesteld vanuit doeleigenschappen in de service en het bovenliggende knooppunt of knooppuntarrray. Vervolgens worden de broneigenschappen in de service ingesteld vanuit de doeleigenschappen in het toepassingsonderdeel.

Tabel 1. Vooraf geconfigureerd toepassingsonderdeel WAR

Toepassingsonderdeel

Eigenschap

Type Automatisch binden

Tag Automatisch binden

Linux WAR-bestand

Context

Weergeven

Context

Linux WAR-bestand

service_start

Gebruiken

Servletcontainer, Starten

Linux WAR-bestand

service_stop

Gebruiken

Servletcontainer, Stoppen

Linux WAR-bestand

webapps_dir

Gebruiken

Servletcontainer, DIR

Sommige knooppunten en knooppuntarrays hebben vooraf gedefinieerde parameters voor het type en de tags van Automatisch binden voor eigenschappen. U kunt deze parameters niet bewerken. Wanneer een service- of toepassingsonderdeel wordt toegevoegd aan een knooppunt of knooppuntarray, worden de broneigenschappen aan het service- of toepassingsonderdeel ontleend en worden de doeleigenschappen aan het knooppunt of de knooppuntarray ontleend.

Tabel 2. Vooraf gedefinieerde eigenschappen voor knooppunten en knooppuntarrays

Knooppunttype

Eigenschap

Type Automatisch binden

Tag Automatisch binden

Knooppunt, knooppuntarray

hostnaam

Weergeven

Hostnaam

Knooppunt, knooppuntarray

ip

Weergeven

IP-adres

Knooppuntarray

knooppuntarrayindex

Weergeven

Knooppuntarrayindex

Wanneer er afhankelijkheden bestaan, worden de broneigenschappen ontleend aan het onderdeel dat door de koppeling wordt voortgebracht. Doeleigenschappen worden ontleend aan het onderdeel waaruit de koppeling is voortgebracht, en uit bovenliggende service- of knooppuntonderdelen.

Eigenschapcompatibiliteit

Automatisch binden is afhankelijk van de compatibiliteit tussen eigenschapstypen van bron en doel en het knooppunttype.

Tabel 3. Compatibiliteit van eigenschapstypen en knooppunttypen

Broneigenschaps-type

Doeleigenschaps-type

Knooppunttype

Compatibel

Array

String

Knooppunt

Ja

Array

Berekend

Knooppunt

Ja

Array

String

Knooppuntarray

Ja

Array

Berekend

Knooppuntarray

Ja

String

String

Knooppunt

Ja

String

Berekend

Knooppunt

Ja

String

String

Knooppuntarray

Nee

String

Berekend

Knooppuntarray

Nee