U kunt diverse bewerkingen uitvoeren zoals het maken, bijwerken, inschakelen of verwijderen van een veilige cloudtunnelverbinding tussen de Application Services-toepassing en een Endpoint VM in een Amazon EC2 VPC.

Meld u aan bij Application Services als een cloudbeheerder voor toepassingen.

Zie Een cloudtunnel maken om verbinding te maken met Amazon EC2.

Tabel 1. De CLI gebruiken om cloudtunnels te beheren

CLI-opdracht

Beschrijving

create-cloud-tunnel --name
TunnelName --description "TunnelDescription"
--enabled false --externalAddress EndpointVMElasticIP 
--sshPort 22 --internalAddress EndpointVMPrivateIP 
--proxyUrl ProxyURL --username UserName
--privateKeyPath PrivateKeyFilePath

Hiermee maakt u een veilige cloudtunnel.

U kunt bijvoorbeeld de volgende opdracht gebruiken om een cloudtunnel met de naam EC2 Tunnel te maken.

create-cloud-tunnel --name
EC2 Tunnel --description "EC2-tunnelverbinding testen" --enabled false --externalAddress 50.18.100.100 
--sshPort 22 --internalAddress 192.0.2.255 
--proxyUrl http://proxy.vmware.com:3128 --username root 
--privateKeyPath /tmp/private_key_file
update-cloud-tunnel --name
PreviousTunnelName --new-name NewTunnelName 
--description "TunnelDescription"
--externalAddress EndpointVMElasticIP 
--sshPort 22 --internalAddress EndpointVMPrivateIP 
--proxyUrl ProxyURL --username UserName
--privateKeyPath PrivateKeyFilePath

Wijzigt de waarden van verschillende parameters van een bestaande cloudtunnel.

Deze opdracht werkt voor de meeste parameters alleen als de cloudtunnel is uitgeschakeld.

list-cloud-tunnels --name TunnelName

Haalt een lijst op met alle beschikbare cloudtunnels of een specifieke cloudtunnel (indien opgegeven).

Gebruik de opdracht list-cloud-tunnels --name EC2 Tunnel om de details van een specifieke cloudtunnel weer te geven.

enable-cloud-tunnel --name TunnelName

Schakelt een bestaande cloudtunnel in.

Met deze opdracht wordt een bewerking op de achtergrond gestart waarmee de veilige cloudtunnelverbinding tot stand wordt gebracht.

disable-cloud-tunnel --name TunnelName

Schakelt een bestaande cloudtunnel uit.

Met deze opdracht wordt een bewerking op de achtergrond gestart waarmee de veilige cloudtunnelverbinding wordt verbroken.

delete-cloud-tunnel --name TunnelName

Verwijdert een bestaande cloudtunnel.

De cloudtunnel kan pas worden verwijderd als u deze eerst uitschakelt.

Verwijdert de cloudtunnelverbinding tussen de Application Services-toepassing en de Amazon EC2-omgeving.

test-cloud-tunnel --name TunnelName

Verifieert de veilige SSH-verbinding van de cloudtunnel en rapporteert de huidige status.

Wanneer u een cloudtunnel in- of uitschakelt, wordt op de achtergrond het maken of verbreken van de verbinding gestart. Deze opdracht meldt de status van die achtergrondbewerking. Daarnaast wordt met deze opdracht gecontroleerd of de verbinding tijdens een implementatie goed werkt in combinatie met Application Services.

Gebruik deze opdracht nadat u een cloudtunnel hebt in- of uitgeschakeld om te bevestigen dat uw aanvraag is gelukt.