Als u Application Services gebruikt om toepassingen te implementeren in een vCloud Director-omgeving, moet u vCloud Director 5.1.2 of 5.5 installeren.

Om een toepassingsinrichting in te stellen moet u een vCloud Director-organisatie maken met een of meer gebruikersaccounts en een organisatie-vDC om met Application Services cloudproviders te kunnen maken en deze in de organisatie-vDC te kunnen registreren. Zie vCloud Director voor Application Services instellen. U moet ook aangepaste sjablonen voor virtual machines in vCloud Director maken.

In Application Services moet u een cloudprovider en een sjabloon registreren. Voor het registreren van een cloudprovider moet een vCloud Director-organisatie worden opgegeven. Wanneer u een cloudsjabloon registreert, kunt u een vCloud Director vApp-sjabloon toewijzen aan een logische sjabloon in de Application Services-bibliotheek. U moet vervolgens een implementatieomgeving maken en deze toewijzen aan de organisatie-vDC van vCloud Director.

Maak uzelf vertrouwd met de belangrijkste concepten in verband met het instellen en configureren van een cloudomgeving voor de inrichting van toepassingen. Zie Belangrijke concepten.