Application Services gebruikt de virtuele cloudinfrastructuurfuncties in vRealize Automation om toepassingen naar de vSphere-omgeving te implementeren.

Als onderdeel van het installatieproces moet u aangepaste vRealize Automation-blueprints maken. Een vRealize Automation-blueprint bevat specificaties voor de inrichting van virtual machines, cloudmachines of fysieke machines. Deze specificaties bepalen de machinekenmerken, hoe ze worden ingericht en hun beleids- en beheerinstellingen. Wanneer u een machine aanvraagt, moet u de blueprint selecteren waarmee de machine is gemaakt. vRealize Automation past op die aangevraagde machine een reeks aangepaste eigenschappen toe die in het versieprofiel of in de blueprint zijn gedefinieerd. Via de interface van vRealize Automation hebt u toegang tot de blueprints van de kloon of de gekoppelde kloon en kunt u eigenschappen opgeven waarmee diverse eigenschappen in de vCenter Server-sjabloon worden overschreven.

Belangrijk:

Application Services ondersteunt alleen de inrichting van virtuele vRealize Automation-blueprints naar vSphere.

In Application Services moet u een cloudprovider en een sjabloon registreren. Wanneer u een cloudprovider registreert, wijst u een specifieke vRealize Automation-blueprint in een inrichtings- of bedrijfsgroep toe aan een cloudsjabloon in Application Services. Door dit registratieproces wordt deze vRealize Automation-blueprint beschikbaar in de Application Services-bibliotheek. Als u een toepassing met deze cloudsjabloon wilt implementeren, moet u een cloudsjabloon aan een logische sjabloon toewijzen. Vervolgens moet u een implementatieomgeving creëren en deze implementatieomgeving toewijzen aan een van toepassing zijnd reserveringsbeleid van vRealize Automation.

Maak uzelf vertrouwd met de belangrijkste concepten in verband met het instellen en configureren van een cloudomgeving voor de inrichting van toepassingen. Zie Belangrijke concepten.