Een specificatie van de opslagplaats van het artefact is een sjabloon voor de instantie van de opslagplaats voor het artefact.

Over deze taak

In een specificatie van de opslagplaats voor het artefact worden de eigenschappen gedefinieerd om toegang te krijgen tot de instantie van de opslagplaats voor het artefact en om de artefacten die deze bevat te identificeren. De specificatie bevat een actiescript dat gebruikmaakt van de eigenschapswaarden om de instantie van de opslagplaats van het artefact en het artefact om te zetten tijdens de implementatie.

Voorwaarden

  • Meld u aan bij Application Services als een toepassingsarchitect en een catalogusbeheerder voor toepassingen.

  • Controleer of u lid bent van de juiste bedrijfsgroep.

  • Raak vertrouwd met de basisconcepten omtrent het definiëren en configureren van eigenschappen en acties van onderdelen. Zie Application Services-onderdelen ontwikkelen.

Procedure

  1. Ga naar de titelbalk van Application Services, klik op het vervolgkeuzemenu en selecteer Bibliotheek > Opslagplaatsen voor artefacten.
  2. Klik op het pictogram Toevoegen (Toevoegen).
  3. Geef een naam en beschrijving op van de specificatie van de opslagplaats voor het artefact.
  4. Geef een tracerings-id op om het fysieke artefact in de opslagplaats te identificeren.

    Gebruik een unieke string als een versie-id, taak-id, bevestigings-id, versienummer of andere identificatiecode. Het systeem gebruikt deze identificatiecode om verschillende versies te zoeken van hetzelfde artefact in dezelfde opslagplaats. U kunt deze identificatiecode gebruiken in actiescripts.

  5. Selecteer een bedrijfsgroep in het vervolgkeuzemenu Bedrijfsgroep.

    Alleen gebruikers van bedrijfsgroepen hebben toegang tot instanties van opslagplaatsen voor artefacten die zijn gemaakt op basis van deze specificatie.

  6. Voeg een toegangseigenschap voor de opslagplaats toe.

    In een toegangseigenschap voor een opslagplaats wordt de URL van de server opgegeven met alle overige informatie die nodig is om de instantie van de opslagplaats voor een artefact te lokaliseren.

    1. Klik op het pictogram Toevoegen (Toevoegen) voor toegangseigenschappen voor de opslagplaats.

      U kunt een lege rij gebruiken in de lijst Toegangseigenschappen voor de opslagplaats, als deze beschikbaar is.

    2. Geef de naam van een eigenschap op in het tekstvak Eigenschapsnaam.
    3. (Optioneel) : Geef een beschrijving op in het tekstvak Beschrijving.
    4. Selecteer een eigenschapstype in het vervolgkeuzemenu Type.

      Type

      Beschrijving

      String

      Hiermee wordt een unieke identificatiecode opgegeven voor de opslagplaatsen die zijn gemaakt op basis van deze specificatie. Deze kan maximaal 1024 alfanumerieke tekens bevatten.

      Geheel getal

      Hier wordt een positief of negatief geheel getal opgegeven.

      Inhoud

      Hier wordt een URL van een object opgegeven, dat kan worden gedownload als een artefact door scripts.

      Array

      Hier wordt een array opgegeven in de indeling "waarde1","waarde2", ....

      Berekend

      Hier wordt een berekende waarde opgegeven, die moet worden aangeboden door scripts.

      Booleaans

      Hier wordt JA of NEE opgegeven.

      Dubbel

      Hier wordt een dubbel geheel getal opgegeven.

      Afzonderlijke selectie

      Hier wordt een instructie voor afzonderlijke selectie gedefinieerd.

    5. (Optioneel) : Geef een eigenschapswaarde op in het tekstvak Waarde.

      Geef hier alleen een waarde op als u dezelfde waarde wilt gebruiken voor elk artefact in een instantie van een opslagplaats voor een artefact die wordt gemaakt op basis van de specificatie.

    6. (Optioneel) : Vink het selectievakje Beveiligd aan.

      Wanneer dit selectievakje is ingeschakeld, wordt de waarde van de eigenschap verborgen door de tekens te maskeren.

  7. Voeg een identificatiecode-eigenschap voor een artefact toe.
    1. Klik op het pictogram Toevoegen (Toevoegen) voor Identificatiecode-eigenschappen van artefact.

      U kunt een lege rij gebruiken in de lijst Identificatiecode-eigenschappen van artefact, als deze beschikbaar is.

    2. Geef de naam van een eigenschap op in het tekstvak Eigenschapsnaam.
    3. (Optioneel) : Geef een beschrijving op in het tekstvak Beschrijving.
    4. Selecteer een eigenschapstype in het vervolgkeuzemenu Type.

      Type

      Beschrijving

      String

      Hiermee wordt een unieke identificatiecode opgegeven voor de opslagplaatsen die zijn gemaakt op basis van deze specificatie. Deze kan maximaal 1024 alfanumerieke tekens bevatten.

      Geheel getal

      Hier wordt een positief of negatief geheel getal opgegeven.

      Inhoud

      Hier wordt een URL van een object opgegeven, dat kan worden gedownload als een artefact door scripts.

      Array

      Hier wordt een array opgegeven in de indeling "waarde1","waarde2", ....

      Berekend

      Hier wordt een berekende waarde opgegeven, die moet worden aangeboden door scripts.

      Booleaans

      Hier wordt JA of NEE opgegeven.

      Dubbel

      Hier wordt een dubbel geheel getal opgegeven.

      Afzonderlijke selectie

      Hier wordt een instructie voor afzonderlijke selectie gedefinieerd.

    5. (Optioneel) : Geef een eigenschapswaarde op in het tekstvak Waarde.

      Geef hier alleen een waarde op als u dezelfde waarde wilt gebruiken voor elk artefact in een instantie van een opslagplaats voor een artefact.

    6. (Optioneel) : Vink het selectievakje Beveiligd aan.

      Wanneer dit selectievakje is ingeschakeld, wordt de waarde van de eigenschap verborgen door de tekens te maskeren.

  8. Maak een script om de locatie van een artefact te achterhalen.
    1. Selecteer het type script in het vervolgkeuzemenu Scripttype voor het script RESOLVE_ARTIFACT.
    2. Klik in het tekstvak Script om het script te bewerken.
    3. Geef de tekst voor het script op in het bewerkingsvenster.

      U kunt het scripttype wijzigen of een eigenschap selecteren die u wilt invoegen, via het vervolgkeuzemenu's die zich boven in het bewerkingsvenster bevinden.

    4. Klik op OK om het bewerkingsvenster te sluiten en het script op te slaan.

      De tekst van het script wordt weergegeven in het tekstvak Script.

  9. Klik op Opslaan om uw wijzigingen op te slaan wanneer deze zijn voltooid.

Volgende stappen

Een instantie van de opslagplaats voor het artefact maken.