Wanneer u een toepassing in de cloud implementeert of een geïmplementeerde toepassing in de cloud wilt bijwerken, worden virtual machines gemaakt en wordt software ingericht in de virtual machines. Tijdens deze processen kunnen implementatiefouten optreden die gevolgen hebben voor de implementatie.

Fouten kunnen optreden in verschillende implementatiefasen. In Application Services kunt u identificeren waar de fouten zijn opgetreden door het uitvoeringsplan weer te geven. U kunt de optie Doorgaan met implementatie gebruiken die beschikbaar is in het venster Uitvoeringsplan in de Implementatieweergave, om door te gaan met een mislukte implementatie.

Tabel 1. Implementatiefasen

Implementatiefasen

Soorten fouten

Voorafgaand aan de inrichting

  • Validatie van beleidsregels

  • Validatie van sjabloon

  • Validatie van bereikbaarheid van DE

Inrichting

Bootstrapfouten treden op om de volgende redenen:

  • Maximumaantal virtual machines verbruikt

  • Installatie van besturingssysteem

  • IP-instellingen

  • Problemen met opslagruimte

Agentbootstrapfouten treden op om de volgende redenen:

  • Problemen met firewall in de sjabloon

  • Problemen met de gateway in de sjabloon

  • Er treedt een time-out op tijdens de communicatie van de agent naar de Application Services door problemen met netwerk of firewall

Voorafgaand aan de uitvoering

vRealize Automation-netwerkbootstrapproblemen.

Uitvoering

  • Fout bij het downloaden van inhoud tijdens de installatie- of configuratiefase

  • Fout in script tijdens de installatie- of configuratiefase

Na afloop van de uitvoering

Fouten bij het ongedaan maken van inrichtingen kunnen optreden wanneer externe services deel uitmaken van de implementatie.

Aangepaste taken kunnen niet worden toegevoegd of verwijderd in de hervattingsbewerking. Implementatiefouten die worden veroorzaakt door fouten in aangepaste taken kunnen niet worden hervat.