Wanneer u een aangepaste vRealize Automation-blueprint maakt, kunt u een gekoppelde kloonimplementatie toestaan om de vSphere-omgeving in te richten van Windows- of Linux-toepassingen en -services van Application Services. Een gekoppelde kloon is een kopie van een virtual machine die is gebaseerd op een momentopname. Deze gebruikt een kleine hoeveelheid schijfruimte, kan snel worden ingezet en is ideaal als de prestaties geen hoge prioriteit hebben.

Voorwaarden

  • Controleer of vRealize Automation 6.1 of later is ge├»nstalleerd en geconfigureerd.

  • Controleer of de bedrijfsgroep van vRealize Automation die u bij Application Services wilt gebruiken, is gemaakt.

  • Controleer of een vCenter Server virtual machine beschikbaar is voor de vRealize Automation-blueprint om een gekoppelde kloonimplementatie te maken.

    De naam van de aanpassingsspecificatie moet beschikbaar zijn voor een op Windows gebaseerde vRealize Automation-blueprint. Zie vCenter Server-sjablonen voor Windows virtual machines voorbereiden.

  • Maak uzelf vertrouwd met het maken van een blueprint in vRealize Automation. Zie IaaS-configuratie voor virtuele platforms.

Procedure

  1. Meld u aan bij de vRealize Automation-console als tenantbeheerder.
  2. Selecteer Nieuwe blueprint > Virtual > vSphere (vCenter) en geef de blueprint een naam. Geef de blueprint bijvoorbeeld de naam vCAC_Clone.
  3. Vul de informatie op het tabblad Informatie over blueprints in.
  4. Selecteer op het tabblad Versie-informatie de optie Kloon in het vervolgkeuzemenu Actie.
  5. Klik op het vervolgkeuzemenu Kloon van en selecteer de vCenter Server-sjabloon die u hebt gemaakt voor gebruik in vRealize Automation.
  6. Geef, voor een op Windows gebaseerde vRealize Automation-blueprint, de naam van de aanpassingsspecificatie op in het tekstvak Specificatie aanpassing.

    U hebt de aanpassingsspecificatie gemaakt bij de voorbereiding van de sjabloon voor vCenter Server virtual machines, zoals is beschreven in het gedeelte met vereisten.

  7. Klik op OK om uw wijzigingen op te slaan.
  8. Selecteer de blueprint, vraag een machine uit het vervolgkeuzemenu aan en accepteer de standaardinstellingen. Selecteer bijvoorbeeld de blueprint met de naam vCAC_Clone.

    De aanvraaginformatie wordt afgeleid van de bronnen die in de vCenter Server-sjabloon zijn gedefinieerd.

    Wanneer uw machineaanvraag is verwerkt, wordt deze weergegeven in het menu Infrastructuur > Machines > Beheerde machines. Aan de machinenaam, bijvoorbeeld vCAC_Clone, wordt een unieke reeks letters en cijfers toegevoegd, bijvoorbeeld vCAC_Clone-VFF17Y0.

  9. Meld u aan bij de machine, bijvoorbeeld vCAC_Clone-VFF17Y0, en stop de services Application Services en vRealize Automation, afhankelijk van uw Windows- of Linux-besturingssysteem.

    Service

    Beschrijving

    vmware-appdirector-agent-service-vcac

    Application Services-bootstrapservice voor Linux

    vrm-agent

    vRealize Automation-agentservice voor Linux

    AppDAgentBootstrap

    Application Services-bootstrapservice voor Windows

    VRMAgent of winservice

    vRealize Automation 6.1-agentservice voor Windows of een latere versie

  10. Voer het Windows-script agent_reset.bat of het Linux-script agent_reset.sh uit om runtime log-bestanden van de machine, bijvoorbeeld van de machine vCAC_Clone-VFF17Y0, te verwijderen.
  11. Schakel de machine, bijvoorbeeld de machine vCAC_Clone-VFF17Y0, uit.

Volgende stappen

Maak een momentopname van de blueprint voor de implementatie van een gekoppelde kloon. Zie Een momentopname van een vRealize Automation-blueprint maken.