Om een toepassing te implementeren moet u CAL configureren. Wanneer u een blueprint modelleert, kunt u sjablonen voor virtual machines gebruiken rechtstreeks vanuit een bibliotheek van een cloudprovider, of vanuit een uitgebreide bibliotheek met kant-en-klare toepassingsinfrastructuuronderdelen en -scripts. Nadat u de topologie voor uw toepassingsimplementatie hebt gemodelleerd, kunt u afhankelijkheden maken en configuraties bewerken om uw uitvoeringsplan te finaliseren. Nadat u de toepassing hebt geïmplementeerd, kunt u tevens een updateproces starten om geclusterde knooppunten te schalen of de configuratie of code van geïmplementeerde toepassingen wijzigen wanneer er een nieuwe versie beschikbaar is.

De volgende definities helpen u de inrichtings- en updatewerkstroom te leren kennen.

Belangrijkste onderdelen van CAL.

cloudsjabloon

Cloudsjabloon die een vooraf gedefinieerde, herbruikbare machine-image bevat met daarin een besturingssysteem en gegevens. Wanneer u virtual machines voor uw cloudomgeving maakt, worden de specificaties en software die in de cloudsjabloon zijn gedefinieerd op die virtual machine toegepast.

Tabel 1. Toewijzing van cloudsjablonen aan ondersteunde cloudomgevingen

Application Services-omgeving

Cloudomgeving

Cloudsjabloon

Application Services-sjabloon

vRealize Automation-blueprint

Amazon Machine Image (AMI)

cloudprovider

Een cloudinstantie voor implementatie. U kunt verschillende cloudproviders voor een cloudprovidertype definiëren.

Tabel 2. Toewijzing van cloudproviders aan ondersteunde cloudomgevingen

Application Services-omgeving

Cloudomgeving

Cloudprovider

vCloud Director-organisatie

vRealize Automation 6.1-bedrijfsgroep

Amazon-regio

cloudprovidertype

Type cloudinfrastructuur waarmee implementaties kunnen worden gemaakt. Application Services biede alleen ondersteuning voor vCloud Director, vRealize Automation en Amazon EC2.

implementatieomgeving

Een omgeving in een cloudprovider, bijvoorbeeld ontwikkeling, testen, fasering en productie. Een cloudprovider kan meerdere implementatieomgevingen hebben.

Tabel 3. Toewijzing van implementatieomgeving aan ondersteunde cloudomgevingen

Application Services-omgeving

Cloudomgeving

Implementatieomgeving

Organisatie-vDC voor vCloud Director

Reserveringsbeleid voor vRealize Automation

Amazon VPC

Voor vCloud Director wordt een implementatieomgeving aan het virtuele datacentrum (vDC) van een organisatie toegewezen voor een gedefinieerde cloudprovider. Hierbij worden bronnen van dat vDC gebruikt. Het vDC van een organisatie biedt een organisatie bronnen en wordt via het vDC van een provider gepartitioneerd. vDC's van organisaties bieden een omgeving waarin virtuele systemen kunnen worden opgeslagen, geïmplementeerd en bediend. Ook bieden ze opslag voor virtuele media, zoals floppydisks en cd-roms. Eén organisatie kan meerdere organisatie-vDC's hebben.

Voor vRealize Automation wordt een implementatieomgeving aan een reserveringsbeleid toegewezen. Als er geen implementatieomgeving wordt geselecteerd, wijst vRealize Automation een reserveringsbeleid toe op basis van de bronvereisten van de virtual machine in de blueprint van vRealize Automation.

Voor Amazon EC2 wordt een implementatieomgeving toegewezen aan een combinatie van Amazon Virtual Private Cloud (VPC) en een van de beschikbaarheidszones in een regio.

Hoofdonderdelen van bibliotheek.

bibliotheek

Bibliotheek met logische sjablonen. Dit zijn items die naar cloudsjablonen verwijzen. Herbruikbare services die u in meerdere toepassingen kunt gebruiken en op een virtual machine kunt installeren. Taken die aanvullende aangepaste taken tijdens de implementatie van toepassingen kunnen uitvoeren.

service

Gescripte software die op een virtual machine kan worden geïnstalleerd en in meerdere toepassingen kan worden hergebruikt.

externe services

Een toepassingsservice zoals een load balancer voor hardware of een vooraf geïnstalleerde database die extern tijdens de implementatie van de toepassing wordt geïnstalleerd. De toepassing en de externe service moeten zodanig worden geconfigureerd dat ze samenwerken.

logische sjabloon

Een vooraf gemaakte definitie van een virtual machine in Application Services. Een logische sjabloon kan aan een daadwerkelijke cloudsjabloon in de cloudbibliotheek en ondersteunde services worden toegewezen. Met behulp van logische sjablonen kunnen toepassingsblueprints agnostisch voor de cloud blijven.

beleid

Een door gebruikers gedefinieerde reeks definities waarmee de bewerkingen in de levenscyclus van de toepassing worden bepaald. Met een beleid kan bijvoorbeeld het gebruik van bepaalde software op basis van bedrijfsrichtlijnen op de zwarte lijst worden gezet. Beleidsregels worden bekrachtigd wanneer deze in specifieke implementatieomgevingen worden ingeschakeld door middel van beleidsinstanties.

aangepaste taken

Via het uitvoeringsplan kunt u aangepaste taken toevoegen om tijdens de implementatie van de toepassing aangepaste taken uit te voeren, bijvoorbeeld het uitvoeren van beveiligingspatches. U kunt een aangepaste taak maken in de bibliotheek en deze vervolgens toevoegen aan een toepassingsimplementatie. Application Services biedt tevens vooraf gedefinieerde taken in de bibliotheek die u kunt gebruiken voor de configuratie van een APT-opslagplaats of een YUM-opslagplaats of voor de registratie van een apparaat in een Red Hat Network of een Join Domain.

besturingssysteem

Geeft een besturingssysteem op dat door de IT-organisatie voor logische sjablonen en services wordt ondersteund. Er wordt een lijst met besturingssystemen in het menu Besturingssystemen weergegeven. U kunt items aan de lijst toevoegen.

tag

Organiseert de lijsten met logische sjablonen en services voor een betere leesbaarheid in het bewerkingsprogramma voor blueprints. Er wordt een lijst met tags in het menu Tags weergegeven. U kunt nieuwe tags aan de lijst toevoegen.

De belangrijkste onderdelen bij de inrichting van toepassingen.

toepassing

Logische implementatie-eenheid die de relatie definieert tussen besturingssysteemsjablonen, toepassingsonderdelen en de daarvan afhankelijke services die op meerdere virtual machines kunnen worden verspreid.

toepassingsonderdelen

Aangepaste code die als sjabloon wordt gebruikt voor onderdelen zoals EAR-bestanden, WAR-bestanden, etc. Dit zijn aangepaste scriptpakketten voor de installatie-, configuratie-, start-, bijwerk-, terugdraai- en ontkoppelingsacties op een knooppunt of een service.

toepassingsblueprint

Logische topologie van een toepassing voor implementatie. In een blueprint wordt de structuur van een toepassing vastgelegd met logische knooppunten, de daarbij behorende services en besturingssystemen, afhankelijkheden, standaardconfiguraties en de vereisten voor netwerk- en opslagtopologie.

node

Virtual machine die in de blueprint wordt gedefinieerd.

geclusterd knooppunt

Cluster van virtual machines dat in de blueprint wordt gedefinieerd.

schijven

Extra schijven die aan het bijbehorende virtual machine of knooppunt kunnen worden toegevoegd.

eigenschappen

Paren met een naam en een waarde voor de configuratie voor services en toepassingsonderdelen. Dit zijn variabelen die door de scripts worden gebruikt om parameters in een script in te stellen en diverse configuraties uit te voeren. U kunt bijvoorbeeld de eigenschapswaarde 'installatiepad' instellen en installatiescripts configureren om deze eigenschap te gebruiken om het pad op te geven dat moet worden gebruikt voor de installatie van een service tijdens het implementatieproces van een toepassing.

acties

Levenscyclusfasen voor de scripts voor installeren, configureren, starten, bijwerken, terugdraaien en ontkoppelen voor de te installeren services en toepassingsonderdelen.

opslag

Ruimte die door een cloudprovider wordt geleverd om de schijf in diverse opslagruimtes te plaatsen om aan de prestatie-eisen te voldoen.

implementatieprofiel

Verzameling implementatie-instellingen voor een blueprint, inclusief grootte, CPU, geheugen, cloudsjablonen en netwerken.

logisch netwerk

Een entiteit die als logische abstractie voor een netwerk is gemaakt. Een logisch netwerk is een cloudagnostische abstractie die wordt gebruikt om de lokaliteit van netwerken tussen knooppunten in een toepassing aan te geven. Een logisch netwerk wordt dynamisch toegewezen aan een cloudnetwerk tijdens de configuratie van een implementatieprofiel.

cloudnetwerk

Een netwerk dat in de cloudimplementatieomgeving is gedefinieerd.

uitvoeringsplan

Takenplan voor de weergave van de volgorde waarin de virtual machine worden gemaakt en actiescripts voor catalogus- en toepassingsonderdelen worden geïnstalleerd, geconfigureerd, gestart en bijgewerkt. De volgorde waarin een agent een taak uitvoert, wordt in het uitvoeringsplan voor de implementatie gedefinieerd.

ontkoppelen

Verwijder geïmplementeerde virtual machines uit de cloud. U kunt bijvoorbeeld vCloud Director vApp en bijbehorende virtual machines ontkoppelen, vRealize Automation virtual machine en de bijbehorende virtual machine in vCenter Server ontkoppelen of Amazon EC2-instanties van een geïmplementeerde toepassing ontkoppelen uit de cloudomgeving. Zodra het ontkoppelingsproces is voltooid, worden alle andere bronnen zoals opslag en IP-adressen, die door deze virtual machines worden gebruikt, teruggebracht naar hun respectieve pools.