Zelfs als u Application Services alleen gebruikt om toepassingen te implementeren in een privécloud, is voor bepaalde implementaties toegang nodig tot URL's die zich buiten de bedrijfsfirewall bevinden. Voor een actiescript kan het bijvoorbeeld nodig zijn dat bits voor de toepassing worden gedownload van een open source website. U kunt Application Services zo configureren dat in deze gevallen gebruik wordt gemaakt van een proxy.

Over deze taak

U moet deze taak voltooien voordat u services of toepassingen kunt maken of voordat u bestaande, vooraf gedefinieerde voorbeeldservices of -toepassingen implementeert.

Application Services bevat ook een proxybestand met de naam darwin_global_noproxy.conf, waarmee geen proxy wordt gedefinieerd. U kunt dit bestand opgeven voor de eigenschapswaarde global_conf als er geen proxy vereist is voor de implementatieomgeving. De Amazon EC2-implementatieomgeving heeft geen proxy nodig om een toepassing te implementeren.

De ondersteuning van proxy's wordt momenteel uitgebreid van een algemeen niveau naar het niveau van de implementatieomgeving. Zie Een vRealize Automation-implementatieomgeving maken voor meer informatie.

Voorwaarden

  • Meld u aan bij Application Services als een toepassingsarchitect en een catalogusbeheerder voor toepassingen.

  • Controleer dat u toegang hebt tot de virtual machine waarop Application Services is geïnstalleerd en dat u over het wachtwoord beschikt om u aan te melden bij het besturingssysteem met het darwin_user-account. Dit wachtwoord is tijdens de installatie ingesteld. Zie De Application Services-toepassing starten.

  • Zorg ervoor dat u bekend bent met de procedure voor het maken van nieuwe services. Zie Een service aan de bibliotheek toevoegen.

Procedure

  1. Configureer voor vCloud Director of vRealize Automation de virtuele Application Services-toepassing om een proxy te gebruiken.
    1. Meld u aan bij de virtuele Application Services-toepassing als darwin_user.
    2. Typ su om over te schakelen op rootgebruiker.
    3. Open het bestand /home/darwin/tcserver/darwin/webapps/darwin/conf/darwin_global.conf met een tekstbewerkingprogramma.
    4. Werk het IP-adres van de proxy en de poortgegevens bij en sla het bestand op.

      De URL-indeling van de proxy is http://proxy:PoortNummer.

    Bestaande, vooraf gedefinieerde toepassingen of bibliotheekservices die toegang moeten hebben tot een opslagplaats via de opdracht yum update of install, maken gebruik van de proxy die in dit bestand is opgegeven. De vooraf gedefinieerde services en toepassingen beschikken over het script dat vereist is om deze proxy te bereiken.

  2. Meld u aan bij Application Services als een catalogusbeheerder voor de toepassing en definieer de specifieke proxy-eigenschappen en de scripts voor een nieuwe of een bestaande service.
    1. Als de service nieuw is, voegt u deze toe aan de bibliotheek.
    2. Voeg in de nieuwe of de bestaande service een eigenschap toe met de naam global_conf, met het type Inhoud, en definieer de waarde als https://DarwinServerIP:8443/darwin/conf/darwin_global.conf.
      Voorzichtig:

      Als u een waarde toevoegt aan de eigenschappen http_proxy, https_proxy of ftp_proxy met servicescripts waarin darwin_global.conf wordt gebruikt als een bestandsbron wanneer het servicescript wordt uitgevoerd, worden de bestaande proxygegevens in de toepassing overschreven door de geconfigureerde eigenschappen.

    3. Voeg de volgende regels toe aan het begin van elk actiescript voor de service waarvoor een proxy vereist is:
      # Import global conf
       . $global_conf
    4. Sla de service op.
  3. Meld u aan bij Application Services als een toepassingsarchitect en definieer specifieke eigenschappen en scripts voor de proxy in de blueprint van de toepassing, om de toepassing zo te configureren dat een proxy wordt gebruikt bij het maken van de toepassingsblueprint
    1. Voeg voor het toepassingsonderdeel de eigenschap global_conf toe aan het toepassingsonderdeel, met het type Inhoud, en definieer de waarde als https://DarwinServerIP:8443/darwin/conf/darwin_global.conf.
    2. Voeg de volgende regels toe een het begin van elk actiescript voor het toepassingsonderdeel waarvoor een proxy vereist is:
      # Import global conf
       . $global_conf

Volgende stappen

Meld u aan bij Application Services en zorg ervoor dat u bekend bent met de producteigenschappen. Zie Aanmelden bij Application Services en De webinterface van Application Services gebruiken.

Registreer een cloudprovider voor de cloudomgeving. Zie De vCloud Director-cloudprovider en -sjabloon registreren, De vRealize Automation-cloudprovider en -sjabloon registreren of De Amazon EC2-cloudprovider en -sjabloon registreren.