In diverse implementatiescenario's heeft een onderdeel de eigenschapswaarde van een ander onderdeel nodig om te kunnen worden aangepast. In Application Services wordt dit 'binden aan andere eigenschappen' genoemd.

De catalogusbeheerder van toepassingen kan de definities van eigenschappen in het script aanpassen. Een WAR-onderdeel heeft bijvoorbeeld mogelijk de installatielocatie van de Apache Tomcat-server nodig. Het WAR-onderdeel kan de eigenschapswaarde server_home instellen op de eigenschapswaarde install_path van de Apache Tomcat-server.

Het Bash-script voor een onderdeel kan alleen zijn eigen eigenschappen gebruiken. Naast het instellen van een eigenschap met een vastgelegde waarde kunt u met Application Services ook een eigenschap aan een andere eigenschap in de blueprint binden. Wanneer u met een andere eigenschap bindt, kunt u scripts aanpassen op basis van de waarde van de eigenschappen van andere onderdelen en de eigenschappen van virtual machines zoals IP-adressen. Om een eigenschap aan een andere eigenschap te binden, selecteert u de eigenschapswaarde in het vervolgkeuzemenu blueprintwaarde in het dialoogvenster Eigenschap bewerken.

Voor een enkelvoudig knooppunt van een virtual machine zijn de eigenschappen in het vervolgkeuzemenu Blueprintwaarde waarnaar wordt verwezen: NodeName:ComponentName:PropertyName.

Voor een geclusterd knooppunt van virtual machines wordt in het vervolgkeuzemenu Blueprintwaarde naar de volgende eigenschappen verwezen: all(NodeName:ComponentName:PropertyName). Wanneer een andere eigenschap naar deze clustereigenschap verwijst, krijgt deze de waarden van de eigenschap PropertyName van alle virtual machines het cluster. De vooraf gedefinieerde eigenschap all(NodeName:node_array_index) voor geclusterde virtual machines krijgt de verzameling van knooppuntarrayindexen in het cluster. Zie Vooraf gedefinieerde eigenschap Knooppuntarrayindex.

Voor clusterknooppunten en enkelvoudige knooppunten wordt de waarde self:ComponentName:PropertyName gebruikt om een onderdeeleigenschap aan te duiden van de virtual machine waarop het doelonderdeel wordt uitgevoerd. Als een WAR-onderdeel bijvoorbeeld op een Apache Tomcat-server wordt geïmplementeerd, kan de eigenschap WAR server_home worden ingesteld op self:tomcat:install_path om te verwijzen naar de Apache Tomcat-server die op de huidige virtual machine wordt uitgevoerd.

Eigenschappen op knooppuntniveau zoals IP-adressen worden weergegeven als NodeName:ip of self:ip. Deze eigenschappen horen exclusief bij de virtual machine en niet bij specifieke onderdelen van de virtual machine.

Voor IP-adressen van virtual machines met meerdere NIC's biedt Application Services ofwel de eigenschap NodeName:NICx_ip ofwel de eigenschap self:NICx_ip. x staat hierbij voor het NIC-nummer. Zie Vooraf gedefinieerde eigenschap voor IP-adres.

Figuur 1. Binden met andere eigenschap in geclusterd knooppunt


Bind een eigenschap aan een andere eigenschap in een geclusterd knooppunt.