U kunt compatibele services en scripts toevoegen aan aangepaste sjablonen of voorbeelden van logische sjablonen wanneer u een toepassingsblueprint modelleert. U kunt de logische sjablonen aan daadwerkelijke cloudsjablonen van vCloud Director, vRealize Automation of Amazon EC2 toewijzen. Met behulp van logische sjablonen kunnen toepassingsblueprints agnostisch voor de cloud blijven.

Over deze taak

Als onderdeel van de definitie van de logische sjabloon kunt u beschrijven welke services al in de sjabloon met het besturingssysteem zijn geïnstalleerd. Doorgaans zijn er in IT-organisaties enkele agenten voor het bewaken van de prestaties of virusscanners in een sjabloon geïnstalleerd. Ook kan bijvoorbeeld vFabric tc Server vooraf in de logische sjabloon zijn geïnstalleerd om implementaties te versnellen. Als u altijd een specifieke service gebruikt bij de implementatie van een logische sjabloon, kunt u deze service vooraf installeren om te voorkomen dat u deze voor elke implementatie opnieuw moet toevoegen.

U kunt een logische sjabloon openbaar of privé in een groep delen. Delen wordt ondersteund op onderdeelniveau en niet op het niveau van afzonderlijke versies.

Sla uw wijzigingen regelmatig op. De sessie in de gebruikersinterface van Application Services verloopt na 30 minuten inactiviteit. Als de sessie verloopt, gaan alle wijzigingen die niet zijn opgeslagen verloren.

Voorwaarden

Procedure

  1. Ga naar de titelbalk van Application Services, klik op het vervolgkeuzemenu en selecteer Bibliotheek > Logische sjablonen.
  2. Klik op Nieuw.
  3. Stel de naam van de logische sjabloon in, voeg een beschrijving toe en klik op Opslaan.

    Als u wilt bijhouden welke cloudsjabloon of welk besturingssysteem u gebruikt, dient u de naam van de cloudsjabloon of het besturingssysteem te vermelden.

  4. Klik op LT-versie maken om een versie van een logische sjabloon te maken.

    U kunt meerdere versies voor een logische sjabloon maken.

    Er wordt een pagina geopend voor het maken van een versie van een logische sjabloon.

  5. Vul de gegevens voor de sjabloonversie in.

    Optie

    Beschrijving

    Naam

    De naam van de versie van de logische sjabloon blijft hetzelfde.

    Versie

    Voeg een kwalificatie toe om hoofd- en bijversies uit elkaar te houden, zoals 1.2.1 of 1.0.1-CentOS56-32bit.

    Beschrijving

    Voeg gedetailleerde informatie toe over de logische sjabloon. Beschrijf bijvoorbeeld het script dat u gebruikt of de vereiste schijfgrootte.

    Tags

    Logische sjablonen in categorieën onderbrengen op basis van de functies waarover ze beschikken. Application Services organiseert de sjablonen op basis van de tags die worden weergegeven wanneer u een implementatieblueprint voor een toepassing maakt.

    Opmerking:

    Alleen tags die zijn aangewezen als Servertype worden in het vervolgkeuzemenu weergegeven.

    U kunt meerdere tags toevoegen.

    Als u een tag wilt gebruiken die zich niet in de lijst bevindt, klikt u op Annuleren en selecteert u Bibliotheek > Tags om een tag te maken.

    Ondersteund besturingssysteem

    Hiermee wordt het besturingssysteem opgegeven dat in de logische sjabloon is geïnstalleerd. De informatie over het besturingssysteem wordt in de toepassingsblueprint gebruikt om een limiet te stellen aan de services die u aan deze sjabloon kunt toevoegen. Niet alle services kunnen in alle besturingssystemen worden uitgevoerd. Als u bijvoorbeeld een Ubuntu-besturingssysteem opgeeft en vervolgens deze sjabloon in een blueprint gebruikt en een service probeert toe te voegen die niet met Ubuntu compatibel is, voorkomt Application Services dat u die service kunt toevoegen.

    Als u een besturingssysteem wilt gebruiken dat niet in de lijst staat, klikt u op Annuleren en selecteert u Bibliotheek > Besturingssystemen om een besturingssysteemnaam te maken.

  6. Wijs een cloudsjabloon toe aan de logische sjabloon.

    U kunt meerdere cloudsjablonen aan één logische sjabloonversie toevoegen of verschillende cloudsjablonen voor verschillende clouds selecteren. Zelfs als u dezelfde cloudprovider gebruikt, moet u tijdens de implementatie mogelijk uit verschillende cloudsjablonen kiezen om verschillende sjabloonconfiguraties mogelijk te maken.

    Dubbele cloudsjablonen en toewijzingen van logische sjablonen en lege rijen worden niet opgeslagen.

    U kunt met meerdere cloudsjablonen bijvoorbeeld dezelfde logische sjabloon gebruiken. Als u in een productieomgeving implementeert, kunt u een cloudsjabloon selecteren met een grote hoeveelheid schijfruimte. Voor een test- of faseringsomgeving kunt u een cloudsjabloon selecteren met een kleine schijfgrootte.

    1. Klik in de kolom Naam cloudprovider op het pijltje omlaag om een cloudprovider te selecteren.

      Er wordt een lijst weergegeven met de cloudproviders die u hebt gemaakt.

    2. Klik in de kolom Cloudsjabloon op het pijltje omlaag om een cloudsjabloon aan te wijzen.

      In het vervolgkeuzemenu worden cloudsjablonen weergegeven die tot dezelfde groep als de gebruiker behoren. Als de lijst met cloudsjablonen leeg is, behoren de bestaande cloudsjablonen niet toe aan uw groep of is er geen cloudsjabloon geregistreerd.

  7. (Optioneel) : Als u meerdere cloudsjablonen aan een logische sjabloon wilt toewijzen, herhaalt u 6.
  8. (Optioneel) : Definieer een vooraf geïnstalleerde service.
    1. Klik in de kolom Servicenaam op het pijltje omlaag om een vooraf geïnstalleerde service te selecteren.
    2. Als u een service wilt gebruiken die zich niet in de lijst bevindt, klikt u op Annuleren en selecteert u Bibliotheek > Services om de service en actiescripts daarin te maken.

      Indien vooraf geïnstalleerde services na het maken van een blueprint aan een logische sjabloon worden toegevoegd, worden de nieuwe vooraf geïnstalleerde services niet aan het knooppunt toegevoegd.

  9. (Optioneel) : Voeg de nieuwe vooraf geïnstalleerde services toe aan het knooppunt.
    1. Sleep de logische sjabloon met de vooraf geïnstalleerde service naar de toepassingsblueprint.
    2. Breng de services en onderdelen over naar de nieuwe logische sjabloon.
    3. Maak opnieuw alle eventuele van toepassing zijnde afhankelijkheden en verwijder de oude sjabloon.
  10. Als u klaar bent met het maken van de sjabloon, klikt u op Opslaan.

Resultaten

De logische sjabloon die u hebt gemaakt wordt toegevoegd op de pagina Logische sjablonen. De sjabloon wordt ook weergegeven in de lijst met logische sjablonen die u kunt invoegen wanneer u een implementatieblueprint voor een toepassing maakt.

Volgende stappen

Kopieer een bestaande logische sjabloonversie of bewerk of verwijder de sjabloon. Zie Logische sjabloonversies onderhouden.