Wanneer u een bestaande toepassingsimplementatie bijwerkt, maakt u een updateprofiel dat nieuwe waarden vastlegt voor de vereiste veranderingen van die update. U kunt updates ook terugdraaien om een eerdere geldige update te herstellen en extra updateprocessen blijven starten.

Belangrijk:

Toepassingen die zijn geïmplementeerd met samengestelde implementatieprofielen, bieden geen ondersteuning voor doorgaan, voor elk type update of voor geassisteerd ontkoppelen. Dergelijke toepassingen ondersteunen echter wel snel ontkoppelen.

U kunt een opgeslagen updateprofiel meerdere malen implementeren om bestaande implementaties bij te werken. Met vCloud Application Director 6.0 en 6.0.1 en met Application Services 6.1, kunt u een updateproces voor bestaande implementaties in vCloud Director en vRealize Automation meerdere keren starten door clusters van een knooppunt in en uit te schalen of de configuraties van bestaande services en toepassingsonderdelen te bewerken.

Wanneer u knooppuntclusters van een bestaande toepassing schaalt, moet u ervoor zorgen dat u voldoende bronnen in de cloud hebt om extra knooppunten in de toepassing te ondersteunen.

Indien een implementatie een externe service bevat en de configuratie in de externe service-instantie is bewerkt, wordt er een meldingspictogram op de implementatiekaart weergegeven. Klik op het pictogram en werk de eigenschappen van de externe service bij voordat u een bijwerk- of terugdraaiproces begint.

Belangrijk:

vCloud Application Director 6.0 en 6.0.1 en Application Services 6.1 ondersteunen het updaten van bestaande implementaties in Amazon EC2 niet.

Als ondersteuning bij het identificeren van gewijzigde en beïnvloede eigenschappen in de toepassing met afhankelijkheden, worden deze door Application Services gemarkeerd. Bij het bijwerken van het clusterformaat van het knooppunt worden in- of uitgeschaalde knooppunten als gewijzigd gemarkeerd en afhankelijke eigenschappen als beïnvloed gemarkeerd, in het scherm Blueprint in de wizard Bijwerken en de pagina Controleren. Het onderdeel dat de afhankelijke eigenschap bevat, wordt als het beïnvloede onderdeel gemarkeerd.

Wanneer u een eigenschap bijwerkt om een configuratie te bewerken, markeert Application Services de eigenschap als gewijzigd en wordt de afhankelijke eigenschap als beïnvloed gemarkeerd in het scherm Blueprint in de wizard Bijwerken en op de pagina Controleren. Het onderdeel dat de nieuwe eigenschapswaarde bevat, wordt als het gewijzigde onderdeel gemarkeerd. Het onderdeel dat de afhankelijke eigenschap bevat, wordt als het beïnvloede onderdeel gemarkeerd.

Wanneer u een update wilt terugdraaien, markeert Application Services de gewijzigde eigenschappen en de eigenschappen Terugdraaien naar in het scherm Blueprint in de wizard Terugdraaien en op de pagina Controleren. Het onderdeel dat de nieuwe eigenschapswaarde bevat, wordt gemarkeerd als het onderdeel Teruggedraaid naar. Het onderdeel dat de afhankelijke eigenschap bevat, wordt als het gewijzigde onderdeel gemarkeerd.