VMware vRealize Automation van Application Services heeft een door modellen gestuurde, open en uitbreidbare architectuur. Met de bibliotheek van standaardonderdelen, of services, wordt in Application Services de updatelevenscyclus van implementaties voor meerlagige bedrijfstoepassingen in hybride cloudomgevingen geautomatiseerd en beheerd.

Zakelijke gebruikers kunnen complexe toepassingen in dynamische cloudomgevingen standaardiseren, implementeren, configureren, bijwerken en schalen. Dit kunnen toepassingen zijn van eenvoudige webtoepassingen tot complexe aangepaste toepassingen en gebundelde toepassingen.

Application Services gebruikt vRealize Automation voor de ondersteuning van gebruikers en groepen, toegangscontrole en catalogusbeheer. Een vRealize Automation-instantie kan meerdere tenants hebben, een tenant kan meerdere bedrijfsgroepen bevatten en een bedrijfsgroep kan meerdere gebruikers en objecten omvatten, zoals toepassingen en services. Een gebruiker moet lid zijn van een bedrijfsgroep om objecten in die bedrijfsgroep te kunnen toevoegen of bewerken. Een gebruiker moet tot een bedrijfsgroep behoren om een privéobject in die groep te kunnen zien. Een gebruiker moet tot een willekeurige bedrijfsgroep in dezelfde tenant behoren om een gedeeld object te kunnen zien. Toepassingen die zijn geïmplementeerd in Application Services, worden catalogusitems in vRealize Automation, waar gebruikers deze voor de inrichting kunnen aanvragen.

Gebruikers moeten de onderdelen in de cloud abstraction layer (CAL) configureren om toepassingsimplementaties in een ondersteunde cloudomgeving te automatiseren. De cloudsjabloon bevat een vooraf gedefinieerde, herbruikbare machine-image met een besturingssysteem en gegevens, die wordt toegepast op een virtual machine wanneer die wordt gemaakt. Een cloudsjabloon wordt in de Application Services-bibliotheek aan een logische sjabloon toegewezen. De cloudprovider biedt een cloudinstantie voor implementatie. De implementatieomgeving biedt een bepaalde omgeving voor de implementatie in de cloudproviderinstantie. Zowel door de cloudprovider als in de implementatieomgeving worden onderdelen van de cloudomgeving aan Application Services toegewezen.

Toepassingsarchitecten kunnen de interface voor slepen-en-neerzetten gebruiken om visuele toepassingsblueprints te maken. Toepassingsarchitecten kunnen de vooraf ingevulde en uitbreidbare bibliotheek met standaard logische sjablonen, toepassingsinfrastructuurservice, onderdelen en scripts gebruiken om een blueprint van een toepassing te modelleren. Met deze blueprints wordt de structuur van de toepassing gestandaardiseerd, inclusief softwareonderdelen, afhankelijkheden en configuraties, zodat er meerdere implementaties mogelijk zijn.

Toepassingsblueprints zijn verplaatsbaar binnen implementatieomgevingen. Als er bijvoorbeeld een blueprint beschikbaar is gekomen, kunnen toepassingsontwikkelaars, QA- en versieteams volgens de door de IT-afdeling ingestelde standaarden werken. Ook kunnen teams standaardblueprints vaker implementeren, configuraties waar toegestaan aanpassen en in door IT goedgekeurde implementatieomgevingen implementeren.

Aan de hand van een toepassingsblueprint kunt u verschillende implementaties creëren door met implementatieprofielen prototypen te testen of missiekritieke meerlagige toepassingen in productieomgevingen implementeren. Aan de hand van deze opgeslagen blueprints kan de toepassingsontwikkelaar uitvoeringsplannen genereren om de toepassing in een privé- of openbare cloud te implementeren. U kunt ook een updateproces starten om geclusterde knooppunten van geïmplementeerde toepassingen te schalen en de configuratie of code van geïmplementeerde toepassingen te wijzigen wanneer een nieuwe versie beschikbaar is.

Figuur 1. Werkstroom van Application Services en vRealize Automation
Werkstroom van Application Services en vCloud Automation Center